A-21.0280: Oirschot, 't Laar 2 Oirschot 't Laar 2
收藏DANS Data Station Archaeology2021-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZKD-T7TV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van BOUWKUNST architecten heeft BAAC een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in plangebied ‘t Laar 2 te Oirschot (gemeente Oirschot). De aanleiding voor het onderzoek is een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de bouw van een nieuwe woning binnen het plangebied. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de nieuwbouw van een langgevelboerderij binnen het daarvoor bestemde bouwvak. Buiten het bouwvak vindt ook herinrichting plaats. Er komt nieuwe beplanting en de natuurzone van de Beerzeloop wordt versterkt. In eerste instantie is in het plangebied een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Omdat er een gerede kans bestaat dat bij de voorgenomen bouw archeologische waarden vernietigd worden, heeft ter hoogte van het bouwvak en de gesloopte voormalige bebouwing een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden.<br>Tijdens het veldwerk zijn verspreid over het onderzoeksgebied vijf proefsleuven aangelegd van circa 20 bij 4 m. In totaal is hierdoor 442 m2 door middel van proefsleuven onderzocht, hetgeen overeenkomt met een dekkingsgraad van bijna 10%. Het plangebied bevindt zich landschappelijk gezien in een laag gelegen gebied en is laat ontgonnen. De ontginning van het noordoostelijke deel heeft vermoedelijk aan het eind van de 18e of begin van de 19e eeuw plaatsgevonden, terwijl het zuidwestelijke deel pas in de eerste helft van de 20e eeuw in gebruik is genomen. In verschillende proefsleuven zijn spitsporen aangetroffen die met deze ontginning in verband worden gebracht. Het onderzoek heeft ter hoogte van het onderzoeksgebied verder sporen van een erf uit de late nieuwe tijd met bijbehorende infrastructuur (vindplaats 1) opgeleverd. Het betreft acht paalsporen, zeven kuilen, 14 greppels, vier zones met spitsporen en drie recente sporen. Aan het begin van de 20e eeuw wordt in het plangebied (net ten noorden van het bouwvak) een boerderij geplaatst die tot in de jaren ’70 in gebruik blijft. De boerderij zelf is tijdens het onderzoek niet teruggevonden maar in proefsleuf 2 zijn wel verschillende kuilen en paalkuilen aangetroffen die tijdens het gebruik van deze boerderij gegraven zijn. Een vleugelmerk en meerdere blikken soepballetjes tonen aan dat deze kuilen een datering in het derde kwart van de 20e eeuw hebben. Bovendien wordt voor een greppel in proefsleuf 3 gedacht dat deze wellicht met de begrenzing van het erf te maken heeft. In de jaren ’70 is de boerderij iets naar het noordwesten verplaatst en is ook een (nieuwe) schuur gebouwd. Deze nieuwe boerderij en de schuur zijn voorafgaand het proefsleuvenonderzoek gesloopt. In proefsleuf 1 zijn verschillende recente verstoringen aangetroffen die met de (ondergrondse) sloop van deze gebouwen in verband gebracht worden. Verder zijn voornamelijk greppels teruggevonden. Het betreft perceelsgreppels die met verschillende gebruiksfasen van het erf en de omliggende grond in verband gebracht moeten worden. De interpretatie van een van de greppels in proefsleuf 4 is onzeker. Voor dit spoor geldt dat het ook om een kuil of meerdere kuilen kan gaan die gebruikt zijn voor het inkuilen van veevoer. Tijdens de laatste fase van het erf bevonden zich hier ook de voerplaten waarop het veevoer werd ingekuild.<br>De vindplaats ter hoogte van het onderzoeksgebied is volgens de criteria in de KNA gewaardeerd. Aangezien de vindplaats wat betreft de fysieke kwaliteit drie punten scoort en de inhoudelijke kwaliteit een score van zes punten oplevert wordt de vindplaats als niet-behoudenswaardig beschouwd. Er is geen aanleiding om de vindplaats te behouden. Door BAAC wordt daarom geadviseerd de een zone ter hoogte van het onderzoeksgebied (bouwvak en de recent gesloopte bebouwing) vrij te geven (zie de advieskaart). Voor het overige deel van het plangebied kan op grond van het uitgevoerde proefsleuvenonderzoek verder geen uitspraak worden gedaan.<br>Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit betekent niet dat reeds gestart kan worden met bodemverstorende activiteiten of de daarop voorbereidende activiteiten. Het selectieadvies dient namelijk eerst beoordeeld te worden door de bevoegde overheid wat uiteindelijk leidt tot een selectiebesluit.<br>Hoewel getracht is een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden, kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig worden uitgesloten in de gebieden waarvoor geen vervolgonderzoek wordt aanbevolen. BAAC wil er daarom op wijzen dat men bij bodemverstorende activiteiten alert dient te zijn op de aanwezigheid van archeologische waarden (zoals vondstmateriaal en grondsporen). Bij het aantreffen van deze waarden dient men hiervan melding te maken bij de Minister (in de praktijk de RCE) conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016.</p>
提供机构:
BAAC BV
创建时间:
2022-01-01



