Vogelmuur te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk
收藏DataCite Commons2025-12-08 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/GZKS1L
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De bewoningsgeschiedenis binnen het onderzoeksgebied kent daarbij een opeenvolging van meerdere archeologische landschappen. Allereerst het terrassen- en dekzandlandschap dat bewoonbaar was van het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. Dit ligt echter diep in de bodem (8 – 10m -NAP) en is afgedekt met jongere afzettingen. Deze laag wordt niet bedreigd.
Gevolgd door het Oude Rijn-landschap. De Oude Rijn heeft een datering van 2500 v. Chr. (Neolithicum) tot 221 n. Chr. (Romeinse tijd). Op de bij de Oude Rijn behorende oeverwallen kunnen archeologische resten vanaf het Neolithicum worden verwacht. Op de beleidskaart is aan de stroomgordel van de Oude Rijn een hoge verwachting voor de Middeleeuwen toegekend. Voor de periode van het Laat-Neolithicum, de Bronstijd en de IJzertijd geldt een middelhoge verwachting. Tenslotte zijn er in Bodegraven verschillende archeologische resten en vondsten uit
de Romeinse tijd aangetroffen, waaronder een castellum en de Limesweg. Het plangebied ligt echter op ca. 200m ten zuiden van de verwachtte Limesweg.
Op het kadastrale minuut is het plangebied onderdeel van enkele noord-zuid gelegen percelen. Deze percelen zijn in deze periode in gebruik als weiland. Tussen de percelen liggen sloten. In het plangebied verandert er tot de bouw van een woonwijk rond 1980 vrijwel niets. De sloten zijn bij de bouw van de woonwijk gedempt en mogelijk is het gebied daarbij eveneens opgehoogd.
Om bovenstaande verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het plangebied, of althans het noordoosten van het plangebied, deel uitmaakt van de oeverwal van de Oude Rijn. In deze periode is een laag uiterst siltige klei afgezet in de ondergrond. De laag heeft een matig slappe consistentie en wordt daarom niet als potentieel archeologisch niveau beschouwd. Daarna is het plangebied deel gaan uitmaken
van het komgebied en is op grote schaal veen gevormd. Dit pakket veen gaat naar boven toe geleidelijk over in matig siltige klei; komklei. De humeuze bovengrond is ongeveer 90 cm dik en bestaat uit humeuze, sterk tot uiterst siltige klei. Het gaat daarbij om een vermenging van de oorspronkelijke bouwvoor met recent opgebrachte grond. Waarschijnlijk is oorspronkelijk een dunne laag oeverklei aanwezig geweest in de top van het bodemprofiel.
Gezien de bodemopbouw heeft het plangebied grotendeels in het komgebied gelegen en bood het in het verleden geen gunstige vestigingsplaats. Daarom worden geen archeologische waarden verwacht.
ADC ArcheoProjecten adviseert daarom het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient
behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Bodegraven-Reeuwijk.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-12-05



