Bureauonderzoek archeologie. Kanaal Omval-Kolhorn, gemeente Hollands Kroon.
收藏DANS Data Station Archaeology2016-03-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-26N-S56A
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Dura Vermeer Beton-en Waterbouw BV is voornemens op zes bruglocaties over het kanaal traject tussen Verlaat en Kolhorn werkzaamheden te verrichten ten behoeve van de versterking, verbreding en/of het volledig vervangen van de brug. De geplande werkzaamheden waarbij grond zal worden verzet, vormen een bedreiging voor de mogelijke archeologische waarden in de ondergrond.</p><p>Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek kan gesteld worden dat binnen het plangebied een grote kans bestaat op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de periode van het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Indien aanwezig kunnen deze bestaan uit nederzettingsgerelateerde waarden, zoals huisplattegronden, cultuurlagen, afvalkuilen en overige resten van materiële cultuur, maar ook oude dijken of dijkjes, kades en overige (watergerelateerde) structuren. Vast staat dat indien aanwezig, de voorgenomen werkzaamheden op de bruglocaties, afhankelijk van de mate van bodemverstoring, deze waarden mogelijk zullen vernietigen.</p><p>T&A Survey en ADC ArcheoProjecten adviseren de bevoegde overheid, de provincie Noord- Holland, op basis van de verkregen resultaten:<br>Leierbrug – Westerbrug – Bomerbrug – Scheidersbrug<br>Geen archeologisch vervolgonderzoek op basis van de omvang van de voorgenomen ingreep, circa 450 m2, in combinatie met de richtlijnen volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Niedorp. Dit op basis van de aanname dat tijdens de grote veenontginningen in dit gebied in de Late Middeleeuwen en Nieuw tijd de eventueel oorspronkelijk onder dit veenpakket aanwezige archeologische waarden zijn vernietigd.<br>Wel moet middels een gedetailleerde werkbeschrijving kunnen worden aangetoond dat ter hoogte van de Bomerbrug, door de geplande werkzaamheden geen aantasting zal plaatsvinden van het naastgelegen Provinciale monument, de Westermolen. Daarbij verdient het aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag, zoals aangegeven in artikel 53<br>van de Monumentenwet.</p><p>Mientbrug<br>Hier kunnen archeologische waarden uit alle perioden zich voordoen, maar worden vooralrestanten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht. Aanbevolen wordt daaromarcheologisch onderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding volgens protocol proefsleuven. Dit omdat de gangbare vervolgstappen, verkennend- en karterend boren,<br>zich hier niet goed lenen voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag, namelijk of onder de huidige kunstmatige, recente ophogingen sprake is van de aanwezigheid van oudere dijken. Het verschil tussen oude en ‘recente’ ophogingen laat zich namelijk niet of nauwelijks in een boor herkennen. Indien tijdens de werkzaamheden archeologische vindplaatsen worden aangetroffen, die niet in situ behouden kunnen worden, dient hierover direct contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag zodat kan worden bepaald of er moet worden overgegaan tot een definitieve opgraving. Voor de archeologische begeleiding en de eventueel daarop aansluitende opgraving dient de exacte invulling van<br>de werkzaamheden te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).</p><p>Braakbrug<br>Archeologisch inventariserend onderzoek naar de opbouw en ouderdom van de West-Friese Omringdijk in de vorm van een booronderzoek aan beide zijden van het water. Hiertoe dient in eerste instantie, daar waar de bodemverstoring plaats zal vinden, het wegdek (asfalt) te worden verwijderd. Geadviseerd wordt om in ieder geval aan iedere zijde één<br>of meer raaien dwars op de ligging van de dijk te zetten. Zo kan een goed inzicht worden verkregen in de stratigrafie en ouderdom van de dijk. Daarnaast dient het booronderzoek een inzicht te geven in de intactheid van de bodemopbouw onder en naast de dijk, in relatie tot de verwachte sporen van menselijke activiteit en/of bewoning vanaf het Laat-<br>Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Bij het eventueel inrichten van werkterreinen voor de opslag en stalling van materieel of bouwketen e.d. dient rekening te worden gehouden dat deze niet ter plaatse van de AMKterreinen of molenlocaties worden gepland.</p>
提供机构:
T&A Survey
创建时间:
2016-03-14



