Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen voor de nieuwbouwlocatie Leebrug II 2de fase, Houten, gemeente Houten
收藏DANS Data Station Archaeology2011-10-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZHT-PQYP
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Houten heeft ACVU-HBS in mei 2011 een Archeologisch Bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. In het plangebied is de bouw van een school, 11 woningen en een appartementengebouw voorzien. Voor het plangebied kan de volgende archeologische verwachting worden geformuleerd: een hoge verwachting geldt voor de perioden Midden Bronstijd tot Nieuwe tijd. Indien bij het archeologisch onderzoek archeologische resten uit deze perioden worden aangetroffen zijn er mogelijk twee of meer vondstniveaus, ook omdat er in de ondergrond mogelijk een restgeul aanwezig is. Omdat de archeologische verwachting hoog is, er een restgeul in de ondergrond aanwezig kan zijn en om eventuele vindplaatsen af te bakenen, is een karterend booronderzoek voorzien. Als bij de verkennende fase van het booronderzoek een onverstoorde bodemopbouw wordt aangetroffen zou in overleg met het bevoegd gezag begonnen worden met de karterende fase. Er zijn bij het verkennend booronderzoek echter geen vindplaatsen aangetroffen. In eerste instantie leek het er bij een snelle evaluatie op, dat er sprake is van een vrij homogene bodemopbouw. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er geen af te grenzen vindplaatsen of landschapseenheden in de ondergrond aanwezig zijn. In overleg met het bevoegd bezag is toen besloten om verder geen karterend booronderzoek uit te voeren. Bij de verwerking van de gegevens en een diepgaandere analyse van de boorstaten bleek echter dat de auteur het bevoegd gezag een ander advies had moeten geven bij de evaluatie. In de ondergrond zijn beddingafzettingen aangetoond waar bovenop een overgang ligt tussen beddingafzettingen en oeverafzettingen met daarop vervolgens oeverafzettingen. Deze afzettingen behoren tot de Jutphase stroomgordel. Nu kunnen de sedimenten die kenmerkend zijn voor de overgang tussen beddingafzettingen en oeverafzettingen, zelfs nog behoren tot een mogelijk verwachte restgeul van de Jutphase stroomgordel. Zeker daar waar een doorlopend pakket beddingafzettingen in de boringen ontbreekt en de boringen eindigen in kleiafzettingen. Verder zijn er lak- en vegetatielagen aangetroffen die oude landoppervlakken representeren. De natuurlijke ondergrond die bij dit onderzoek is aangetroffen behoord tot de Jutphase stroomgordel met een hoge archeologische verwachting voor de perioden Bronstijd-Nieuwe tijd. Ondanks het ontbreken van archeologische indicatoren, kan niet worden uitgesloten dat er geen archeologische vindplaats aanwezig is. Normaal gesproken zouden we geadviseerd hebben het karterend booronderzoek verder af te ronden. Om deze reden wordt daarom alsnog geadviseerd om een karterend booronderzoek uit te voeren. Om zeker te zijn of er inderdaad sprake is van een restgeul zouden de boringen moeten worden verdicht. De verdichting zou moeten worden uitgevoerd rondom de boorprofielen die niet gefundeerd zijn in een doorlopend pakket beddingafzettingen. Tevens zouden de boringen tot een zodanige diepte moeten worden uitgevoerd dat een doorlopend pakket beddingafzettingen van de Jutphase stroomgordel wordt bereikt.</p>
提供机构:
VUhbs archeologie
创建时间:
2011-11-01



