Eindrapportage archeologisch bureauonderzoek (14293.001) Cambridgelaan (ong.) te Utrecht
收藏DANS Data Station Archaeology2021-04-06 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XS2-C6PR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting<br>Uit de verzamelde aardwetenschappelijke gegevens blijkt dat het plangebied vanaf het einde van het Weichselien tot zeker halverwege het Atlanticum (5000 jaar geleden) een landschappelijke ligging innam binnen een dekzandlandschap, op de flank van/overgang naar de ten noordoosten gelegen Utrechtse Heuvelrug. Dit dekzandlandschap vormde voor Jager-Verzamelaars (Steentijd) en Vroege-Landbouwers een geschikte (tijdelijke) bewoningslocatie. Circa 1 kilometer ten noordoosten van het plangebied zijn resten en sporen aangetroffen van mesolithische Jagers-Verzamelaars als van neolithische boeren van de Stein-Vlaardingencultuur. Voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m – Laat-Neolithicum geldt dan ook een hoge archeologische verwachting.</p><p>Tot in de Bronstijd (Laat-Subboreaal, circa 4000-3000 jaar geleden) lag het plangebied ten oosten van de terrassenkruising en was er geen sprake van fluviatiele activiteit in dan wel rondom het plangebied. Door de verdere zeespiegelstijging en daaraan gekoppelde verhoging van het grondwaterniveau, werd het plangebied steeds natter/drassiger. Waarschijnlijk heeft er binnen het plangebied veenvorming plaatsgevonden gedurende de Bronstijd. Het plangebied zal hierdoor minder aantrekkelijk zijn geweest als bewoningslocatie gedurende deze periode. </p><p>Aan het einde van de Late-Bronstijd ontstond de Zeist stroomgordel, waarvan de begrenzing zich slechts enkele honderden meters ten zuidoosten van het plangebied bevindt. Met de vorming van naastgelegen oeverwallen geldt in eerste instantie de verwachting dat het plangebied weer geschikt werd als bewoningslocatie. Reeds uitgevoerde archeologische booronderzoeken in de directe omgeving van het plangebied hebben geresulteerd in het aantreffen van komklei op veen. Dit duidt op natte omstandigheden tijdens de actieve periode van de Zeist stroomgordel, waarmee het plangebied waarschijnlijk ongeschikt was voor bewoning door de mens. Verder laat het geraadpleegde historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen zien dat het plangebied binnen een historisch erf heeft gelegen. De archeologische verwachting voor de perioden Bronstijd t/m Nieuwe tijd wordt dan ook als laag ingeschat.</p><p>Conclusie en advies<br>Het bureauonderzoek toont aan dat er zich in het plangebied mogelijk archeologische waarden kunnen bevinden. Er geldt een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten/sporen uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Laat-Neolithicum.</p><p>Op grond van de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Geadviseerd wordt een aanvullend inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen te laten uitvoeren. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuur-lagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.</p><p>Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Utrecht en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling archeologisch rapport door mevrouw R. Buitenhuis, gemeentelijk archeoloog gemeente Utrecht, d.d. 9 maart 2021). Met bovenstaand advies wordt ingestemd.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2021-03-31



