Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Leeuweriklaan 3, voormalige Van Everdingenschool te Bilthoven, gemeente De Bilt
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-23t-mha9
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving, een archeologisch Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Leeuweriklaan 3, zijnde de voormalige Van Everdingenschool te Bilthoven. De ontwikkeling voorziet in de sloop van het bestaande schoolgebouw en de realisatie van vier (4) woningkavels. Het plangebied heeft een oppervlakte van 6.340m². De geplande nieuwbouw wordt onderkeldert tot minimaal 1,5 m-mv. De nieuwe ontwikkeling zorgt voor een nieuwe bodemverstoring die dieper zal gaan dan 1,50m-mv.Op de Archeologische (verwachtings)waarden- en beleidsadvieskaart van de gemeente De Bilt (2013) ligt het plangebied in een zone met hoge of middelhoge archeologische verwachting (code:VAW2). Gemeentelijke eis is om bij bodemingrepen dieper dan 50 cm-mv en groter dan 500m², voorafgaand aan de ruimtelijke planvorming, een archeologisch onderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek dient conform de cyclus van Archeologische Monumentenzorg te worden uitgevoerd.Conclusie Bureauonderzoek Het Bureauonderzoek toont aan dat het plangebied een hoge verwachting heeft op archeologische resten uit alle perioden vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt op de rand van het Biltse Duinen-complex, op de overgang naar een in het westen lager gelegen gebied. Archeologische resten worden verwacht vanaf het maaiveld tot ongeveer 3,1m-mv in het fijne zand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk. Door winderosie kunnen vindplaatsen verstoven of overstoven zijn. De archeologische lagen bestaan meestal uit een vermenging van onder meer kleine fragmenten aardewerk, houtskool en bot met het oorspronkelijke substraat. De aanleg van de aanwezige bebouwing vanaf 1982 heeft de bodem naar verwachting verstoord tot op zeker 0,80cm diepte (vorstvrije fundering). De nieuwe ontwikkeling geeft een verstoring die dieper reikt dan 1,50 meter, zodat potentieel aanwezige archeologische lagen verstoord kunnen worden.Conclusie booronderzoek In totaal zijn in het plangebied op 6 oktober 2015 door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog) en ing. L de Rouw (veldmedewerker) vijf (5) boringen geplaatst. De boringen zijn met uitzondering van boring 1 doorgezet tot een diepte van minimaal 2,0 m-mv. Boring 1 is conform Plan van Aanpak tot 3,5 m-mv doorgezet ten behoeve van de bestudering van de diepere bodemopbouw. Op grond van het veldonderzoek is vastgesteld dat het gehele onderzoeksgebied kunstmatig opgehoogd is met gemiddeld 110 cm. Onder deze ophoging is in twee boringen (boring 1 en 5) een intacte bodem (podzol B) aangetroffen op een ondergrond van dekzand. In de overige boringen (boring 2, 3 en 4) is de oorspronkelijke bodem vergraven tot in de top van de C-horizont. Hierbij zijn potentiële archeologisch niveaus in het verleden reeds verdwenen. Dieper gelegen archeologische niveaus zijn niet aangetroffen.Selectieadvies Indien nieuwe bodemingrepen tot 110 cm-mv voorzien zijn, dan vinden deze plaats in subrecente ophogingslagen. Ter plaatse van boring 2, 3 en 4 is onder de ophogingslaag een sterk afgetopte Chorizont aangetroffen, waarin geen intacte spoorniveaus meer te verwachten zijn. Wij adviseren om dit deel van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling (geen vervolgonderzoek). Uitsluitend ter plaatse van boring 1 en boring 5 zijn bij diepere bodemingrepen nog potentiële archeologische niveaus te verwachten. Mochten daar diepere bodemingrepen voorzien zijn, dan adviseren wij om tussen de Boslaan en de huidige school (het groene kader in bijlage 5) nog enkele karterende boringen te zetten om de eventuele aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen te toetsen.Voorbehoud Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente De Bilt) en dien archeologische adviseur (R. Torremans van de ODRU), die vervolgens een selectiebesluit neemt of vervolgonderzoek noodzakelijk is of niet. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31



