Transect-rapport 2460: Rhenen, Achterbergsestraatweg (ong.). Gemeente Rhenen (UT). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase.
收藏Mendeley Data2024-03-27 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x84-7kut
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In november 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Achterbergsestraatweg (ong.) in Rhenen (gemeente Rhenen). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld. Op basis van het archeologisch vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • Uit het archeologisch bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt op het aantreffen van (nederzettings)resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen een hoge archeologische verwachting. Deze hoge verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied in een gebied met een daluitspoelingswaaier, waarop vermoedelijk een plaggendek is aangelegd. In de omgeving van het plangebied zijn op verschillende plekken vondsten gedaan, hoofdzakelijk aan het maaiveld. Voor wat betreft de Nieuwe tijd geldt een lage verwachting; het plangebied is grotendeels onbebouwd geweest sinds het begin van de 19e eeuw. Aanwijzingen van bodemverstoringen in het plangebied zijn er niet. • Op basis van de resultaten van het veldonderzoek geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen. De bodemopbouw hier is zodanig intact dat er nog archeologische resten te verwachten zijn, zeker gezien de hoeveelheid vondsten die in de omgeving van het plangebied in het verleden is aangetroffen. Resten die in dit gebied te verwachten zijn zullen zich met name kenmerken door de aanwezigheid van grondsporen, die samenhangen met vroegere nederzettingsactiviteiten, landgebruik en mogelijk begravingen. Dit blijkt onder meer al uit de vondst van een oude akkerlaag. Voor wat betreft resten uit de periode Paleolithicum-Mesolithicum is de archeologische verwachting naar beneden (laag) bij te stellen. Tijdens het veldonderzoek is vast komen te staan dat de top van de hellingafzettingen verploegd zijn geraakt. Hiermee zullen naar verwachting verstoringsgevoelige sites uit de steentijd, die zich doorgaans kenmerken door een dunne vondstlaag en niet zozeer door grondsporen, zijn aangetast, zo mogelijk verdwenen. Wat betreft de Nieuwe tijd geldt op grond van het ontbreken van aanwijzingen op historisch kaartmateriaal uit het begin van de 19e eeuw een lage archeologische verwachting.
创建时间:
2023-06-28



