Archeologisch onderzoek toegangsweg elektricitetsstation Hazerswoude - Rijndijk, gemeente Zoeterwoude
收藏DataCite Commons2025-11-10 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/2MVTSJ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van TenneT en Liander heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch
inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd voor een nieuwe
toegangsweg naar het nieuw te bouwen elektriciteitsstation 150/50kV te Hazerswoude-Rijndijk, gemeente Zoeterwoude (zie bijlage 1). De aanleiding voor dit onderzoek is de aanleg van een nieuwe toegangsweg naar het nieuw te bouwen elektriciteitsstation ten oosten van de huidige Heineken fabriek. De voorgenomen werkzaamheden zijn onderdeel van een project van TenneT en Liander.
Uit het bureauonderzoek is gebleken dat de geplande bodemingrepen van maximaal 2,0 m -mv het Pleistocene dekzand niet zullen raken. De archeologische verwachting op resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met Mesolithicum is dan ook laag.
Voor de periode Neolithicum-Bronstijd – IJzertijd (kwelderlandschap met kreken en
crevassen) geldt er een middelhoge verwachting. In de omgeving zijn er tot op heden nog geen vindplaatsen uit deze periodes aangetroffen. Uitgaande van de wel aangetoonde bewoning langs de aangrenzende geulen (ijzertijd) en langs/op de crevassen (Romeinse tijd), kan ook op gunstige locaties in dit (met een dunne laag klei afgedekte) veengebied bewoning hebben plaatsgevonden. De resten kunnen direct onder de bouwvoor al voorkomen, vanaf circa 40 cm – mv.
Voor de periode IJzertijd – Romeinse tijd, het veenlandschap, dat deels is afgedekt met klei, geldt er een middelhoge verwachting. Door uitdroging en rijping (veraarding) van de klei/veentop kwamen sommige veengebieden nabij geulen en crevassen beschikbaar voor bewoning naar voorbeeld van vindplaatsen in soortgelijk landschappelijke setting binnen het Maasmondgebied. Binnen het onderzoeksgebied zijn dergelijke vindplaatsen tot op heden nog niet aangetroffen. Uitgaande van de wel aangetoonde bewoning langs de aangrenzende geulen (IJzertijd) en langs/op de crevassen (Romeinse tijd), kan ook op gunstige locaties in dit (met dunne laag klei afgedekte) veengebied bewoning hebben plaatsgevonden. De resten kunnen direct onder de bouwvoor al voorkomen, vanaf circa
40 cm – mv.
Voor het landschap van de hoge stroomgordel van de Oude Rijn met (deels fossiele) zijgeulen en crevassen van de periode IJzertijd tot en met Late Middeleeuwen geldt er een hoge verwachting. De verschillende vindplaatsen binnen en in de omgeving van het plangebied wijzen hierop. Deze hoge verwachting geldt vooral voor het hoge en droge landschap van de Oude Rijnstroomgordel. De resten kunnen direct onder de bouwvoor voorkomen, vanaf 10 – 40 cm -mv.
De vindplaatsen en historische kaarten tonen kortom duidelijk bewoning uit de Nieuwe Tijd aan langs de Oude Rijn en lokaal ook in het achterland, op hoge ruggen en/of langs ontginningsassen haaks hierop. Voor deze (hogere) landschapselementen geldt dan ook een hoge verwachting voor deze periode maar voor het huidige, lager gelegen plangebied, is deze verwachting laag.
Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht op 16 juli 2024. Hierbij zijn 8 handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een guts van 3 centimeter.
In het westelijke deel van het plangebied zijn diepe verstoringen waargenomen. Boringen 1 en 2 laten zien dat de bovenste 200 cm volledig verstoord zijn. Boorpunten 1 en 2 zijn wat hoger gelegen. Het verschil met boring 3 bedraagt zo’n 0,34 tot 1,07 m. Ter hoogte van boring 1 (het Heineken terrein) is de bodem dus 0,34 cm verhoogd en ter hoogte van boring 2 is de bodem met 1,07 m verhoogd. De verhoging ter hoogte van boring 2 komt door de aanleg van een brug over een sloot. Dit betekent alsnog dat minimaal de bovenste 1 tot 1,6 meter van het oude maaiveld is verstoord. Aangezien voor de voorgenomen werkzaamheden het huidige maaiveld wordt aanhouden kan er geconcludeerd worden dat er ter hoogte van boring 1 en 2 geen archeologische verwachting meer aanwezig is. Boringen 3 tot en met 5 laten zien dat de verstoringen minder diep reiken. Binnen de
2 meter zijn er ook komkleiafzettingen van de voormalige rivier de Rijn aangetroffen. In boringen 6 tot en met 8 zijn er geen verstoorde lagen meer waargenomen en is direct onder de bouwvoor komklei aangetroffen. De komklei is stevig en kalkloos en is afgezet door de nabijgelegen Oude Rijn. De top van deze afzettingen zijn voor boringen 3 tot en met 5 verstoord van 0,45 tot 1,0 meter -mv. Vanaf boring 6 is deze komklei laag minder dik. een humeuze laag of een archeologische laag in de komklei, zoals die verwacht zou worden bij
een vindplaats uit de periode vanaf de IJzertijd, is tijdens het booronderzoek niet
waargenomen.
Onder de komklei is er kleiig veen aangetroffen. Hierin is geen veraarding waargenomen in de top van het veen. Er zijn geen aanwijzingen dat er in het verleden bewoning mogelijk was op het veen. De archeologische verwachting op IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen kan ter hoogte van boringen 3 tot en met 8 kan worden bijgesteld naar laag.
Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het
plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-04



