five

Archeologisch vooronderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van twee woningen aan de Huyssitterweg 4 te Stompwijk, gemeente Leidschendam-Voorburg

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-12-15 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X3S-7F5B
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Granneman Projectontwikkeling heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Huyssitterweg te Stompwijk, gemeente Leidschendam-Voorburg (kaart 1, afbeelding 1). Het betreft een herontwikkeling van een plangebied bestaande uit twee kadastrale percelen. De bouwlocatie heeft een oppervlakte van ca. 0,2 hectare en is momenteel onbebouwd. Op de locatie zullen twee nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd.</p><p>Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden welke archeologische waarden mogelijk in het geding zijn. In het kader van deze ontwikkeling is reeds een bureauonderzoek uitgevoerd door 1Arch/Hazenberg Archeologie (Hazenberg AMZ-publicatie 2018-6). Hierin is geconcludeerd dat in het plangebied mogelijk een neolithische oeverwal aanwezig is. De top van deze oeverwal heeft een hoge archeologische verwachting voor de periode Neolithicum. Voor alle overige periodes heeft het plangebied een lage archeologische verwachting vanwege de vervening die heeft plaatsgevonden in het plangebied. Op historisch kaartmateriaal tot 1850 is het plangebied gekarteerd als water vanwege de uitgevoerde turfwinning.</p><p>Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. Hazenberg Archeologie heeft hiervoor een Plan van Aanpak opgesteld. Aan de hand van het booronderzoek zijn voor zover mogelijk de volgende onderzoeksvragen beantwoord: - wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied? - in hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen? - bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren en zo ja, waaruit bestaan deze? - geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg? Binnen het plangebied zijn 5 boringen gezet, met name in en om de toekomstige bouwvlakken. Het booronderzoek is uitgevoerd met een edelmanboor van 7 cm die onder het grondwaterniveau is doorgezet met een guts van 3 cm. De boringen zijn doorgezet tot een diepte van minimaal 3 meter beneden maaiveld.</p><p>Tijdens het inventariserend veldonderzoek zijn binnen het plangebied geen archeologisch interessante niveaus aangetroffen. De verwachte oeverwal is niet aangetroffen. De oorspronkelijke bodemopbouw binnen het plangebied was rietveen (Hollandveen) op klei (Wormer-afzettingen). De Wormer afzettingen zijn slap en onontwikkeld hetgeen aantoont dat de bodem binnen het plangebied gedurende het Neolithicum niet geschikt was voor permanente bewoning. Het Hollandveen, ontstaan in de perioden na het Neolithicum, is sterk verstoord door de ontvening in de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Hierdoor zullen eventuele archeologische waarden in de top ervan verstoord zijn geraakt. Binnen het plangebied geldt daarom een lage archeologische verwachting voor alle periodes. </p><p>Advies Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek wordt de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats klein geacht. De archeologische verwachting voor het plangebied kan daarom bijgesteld naar ‘laag’. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ).</p><p>Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Leidschendam-Voorburg, om een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen van het onderzoeksproces. Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Leidschendam-Voorburg, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).</p>
创建时间:
2019-09-10
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务