Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Knapheideweg 45 te Groesbeek, Gemeente Berg en Dal
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xc5-294q
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor de Knapheideweg 45 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal. De aanleiding voor het onderzoek betreft de herontwikkeling van een voormalige kwekerij. In het kader van de ‘Rood voor Rood’ regeling, zullen aan de zuidkant van de bestaande kwekerij twee bouwkavels worden gerealiseerd.. De agrarische delen zullen een bestemming ‘agrarisch’ krijgen. De oppervlakte van het gehele plangebied bedraagt circa 2,3 hectare. De oppervlakte van het onderzoeksgebied bedraagt circa 7.000 m2. De toekomstige verstoringsdiepte is vooralsnog onbekend.Op de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Berg en Dal (Groesbeek) uit 2013 ligt een deel van het plangebied in een zone met een middelmatige verwachting (profieltype 4, 5 en 6) en een deel in een zone met een hoge verwachting met mogelijk goede conservering (profieltype 2 en 3). Hiervoor is respectievelijk aangegeven dat de archeologische resten worden afgedekt door een meer dan 50 centimeter dikke conserverende laag of dat deze vlak onder het maaiveld voorkomen en daardoor kwetsbaar zijn. Tevens staat in het plangebied een bekende vindplaats (catalogusnummer 18) aangegeven. De aard van de vindplaats is onbekend, maar deze dateert in de IJzertijd. In het bestemmingsplan Buitengebied Groesbeek (2013) heeft een deel van het plangebied geen dubbelbestemming. Voor de rest van het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde – Archeologische verwachtingswaarden. Voor gronden met deze waarde geldt de verplichting voor archeologisch vooronderzoek wanneer de oppervlakte van het plangebied groter is dan 100 m² en de bodemingrepen dieper dan 40 cm-mv reiken.Bureauonderzoek In het plangebied wordt op basis van het bureauonderzoek een stuwwal in de ondergrond verwacht. In deze grofzandige gestuwde afzettingen heeft zich een vorstvaaggrond ontwikkeld. Voor het plangebied zijn er geen directe aanwijzingen dat er een afdekkend pakket dekzand of löss aanwezig is.De ligging van het plangebied op de flank van een stuwwal zorgt ervoor dat het plangebied geschikt was voor exploitatie vanaf het Paleolithicum. Vondsten in de directe omgeving tonen aan dat er inderdaad sprake is van menselijke activiteit, met een nadruk op de periode Neolithicum – Bronstijd. Resten uit andere archeologische periodes kunnen echter ook aanwezig zijn. De verwachting voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd is hoog wegens het voorkomen van erven (vanaf 1850), ondanks de ligging in een heideveld.Veldonderzoek In alle boringen is sprake van een subrecente bouwvoor die in dikte varieert van 20 cm in boring 1 tot 95 cm in boring 6. Bij boring 5 heeft de huidige eigenaar turf opgebracht. De grondeigenaar (kweker) heeft de bovengrond in het verleden bewerkt met een spitmachine. De bodem is in het subrecente verleden tot een diepte van 50 cm-mv gespit en vermengt met mest. De reden van de bewerking is dat moestuingrond omgevormd moest worden naar kweekgrond.Onder de subrecente gespitte bovenlaag is in alle boringen sprake van een dunne teeltlaag (A1-horizont), vermoedelijk de voormalige moestuingrond uit de 20e eeuw waarin zich tevens fragmenten baksteenpuin en betonpuin bevinden. Deze teeltaag gaat over in een pakket zandige sterk roestige leem (löss) met grind welke als colluvium (hellingafspoelingsmateriaal) is geïnterpreteerd. De onderzoekslocatie bevindt zich op de overgang van de stuwwal naar een droogdal. De basis van het bodemprofiel bestaat vanaf een diepte variërend van 70 cm-mv (boring 5) tot 130 cm-mv (boring 7) uit een ongeroerd pakket matig grof tot grof zand met grind en grindbanken (boring 1 en boring 4).Selectieadvies Vanwege het ontbreken van cultuurlagen of sporen van bodemvorming door menselijke handelen in de natuurlijke ondergrond en de aanwezigheid van een subrecente gespitte bovenlaag van de boomkwekerij achten wij de kans gering dat met de geplande bodemingrepen archeologische vindplaatsen verloren gaan. Derhalve adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied te laten uitvoeren.Selectiebesluit Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 14 januari 2020 beoordeeld door gemeente Berg en Dal en akkoord bevonden. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de bevoegde ambtenaar van de gemeente Berg en Dal.
创建时间:
2024-01-31



