Van Millincskamer tot Sterkenburg, de opgraving van een kasteel te Wamel, gemeente West Maas en Waal Van Millincskamer tot Sterkenburg, de opgraving van een kasteel te Wamel, gemeente West Maas en Waal
收藏DataCite Commons2025-04-23 更新2025-05-10 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/D0SS35
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Inleiding De sloop van een reeks verouderde, huizen en de geplande vervangende nieuwbouw in plangebied Wamelse Poort te Wamel in de gemeente West Maas en Waal brachten in 2019 en 2020 na meer dan honderd jaar de overblijfselen van kasteel de Sterkenburg weer aan het daglicht. In deze jaren heeft RAAP in opdracht van Woningstichting De Kernen archeologisch onderzoek uitgevoerd op het terrein van het voormalige kasteel. Het gefaseerd uitgevoerde onderzoek bestond uit planfase 1 (waarderend proefsleuvenonderzoek 21 en 22 augustus 2019 en opgraving 6 tot 19 september 2019) en planfase 2 (sloopbegeleiding 24 en 25 september 2020, proefsleuvenonderzoek 30 september en 1 oktober 2020 en opgraving 5 tot 13 oktober 2020). Het onderzoek beperkte zich tot die delen van het plangebied die in het kader van de nieuwbouw zouden worden vestoord. Er is, op een enkele uitzondering na, niet dieper gegraven dan de verwachte verstoringsdiepte. Het voornaamste doel van het onderzoek was het veiligstellen van de wetenschappelijke informatie (behoud ex situ).Landschap De ondergrond van het onderzoeksgebied bestaat uit een meters dik pakket rivierafzettingen. Ter plaatse van het onderzoeksgebied is sprake van oeverafzettingen van de stroomgordel van Wamel (1160 voor Chr. tot 320 na Chr.) en de Waal (vanaf ca. 300 na Chr.) op oudere komafzettingen. De archeologische resten in het plangebied bevinden zich in of zijn ingegraven in de zandige top van het pakket oeverafzettingen dat al in de Karolingische tijd in agrarisch gebruik is genomen. Tijdens de aanleg van het kasteelterrein omstreeks 1300 zijn het terrein van de voorburcht en de hoofdburcht opgehoogd met materiaal uit het onderliggend oeverpakket dat waarschijnlijk beschikbaar kwam tijdens het uitgraven van de gracht. Na de sloop van het kasteel in 1907 is het terrein weer in agrarisch gebruik genomen. Hierdoor is in de top van het pakket met archeologische resten een moderne bouwvoor ontstaan.Archeologie In 1288 werd in schriftelijke bronnen een ‘camerarius van Wamel’ genoemd. Het vermoeden bestaat dat deze gevestigd was op het huis Millincskamer dat vanaf de achttiende eeuw ook wel werd aangeduid als huis Sterkenburg. Uit het onderzoek blijkt dat omstreeks 1300 op het terrein de eerste grachten zijn gegraven die mogelijk verband hielden met de bouw van de Millincskamer, de vroegste fase van huis Sterkenburg. In eerste instantie betrof het een brede, maar ondiepe gracht die na korte tijd werd gedempt en vervangen door evenwijdige sloten. Deze zijn op hun beurt rond 1350 opgevuld geraakt , onder meer met een grote hoeveelheid daktegels. De voorloper van de kasteelgracht, zoals die is aangegeven op kadastrale minuut uit 1821, moet in dezelfde tijd, ergens in de eerste helft van de 14e eeuw ontstaan zijn. Hierop wijzen althans de jongste vondsten uit de ophogingslagen die op het latere voorburchtterrein zijn aangetroffen. Deze lagen zullen immers opgeworpen zijn met grond die tijdens het garven van de grachten vrijkwam. De oudste delen van de kasteelgracht die nog teruggevonden zijn, bevatten vondstmateriaal uit de periode 1350-1450. In 1907 werden de grachten definitief gedempt.Ter plaatse van het huiseiland zijn funderingen/muurresten aangetroffen die aan het hoofdgebouw van huis Sterkenburg toegewezen moeten worden. De geconstateerde steenformaten waren gangbaar in de late veertiende/vijftiende eeuw. Uit vondsten van veertiende-eeuwse daktegels blijkt dat reeds vroeg in de bouwgeschiedenis van het kasteel (al rond 1300) een gebouw met dit materiaal was gedekt. Op andere delen en op het bijgebouw op de voorburcht was (later) sprake van een dakbedekking met oudhollandse pannen. Daarnaast suggereren gevonden stukken leisteen een gebruik van leien als dakbedekking. Daklood diende voor het afdichten van hoekkepers of aansluitingen van daken en dakkapellen op muren.Binnen het souterrain van het hoofdgebouw en op deze binnenplaats zijn bakstenen waterputten opgetekend. Een derde waterput, een houten tonput uit de zestiende eeuw, lag op de rand van de gracht in het noordwesten van de voorburcht. Niet ver daar vandaan zijn op de zuidrand van de zuidelijke gracht rond de hoofdburcht de resten van een bakstenen land- of bruggenhoofd blootgelegd.Verder zijn op het zuidelijke deel van de voorburcht vier paalsporen opgetekend die onderdeel zijn van een zespalige roedenberg waarin hooi werd opgeslagen ten behoeve van het in het aangrenzende bijgebouw gestalde vee.Het terrein buiten het kasteel was in de late middeleeuwen en vermoedelijk ook in de nieuwe tijd in agrarisch gebruik. Ook hier bevinden zich sporen van afwaterings- en/of verkavelingsgreppels.Tenslotte is westelijk van de gracht een grote (vis)vijver opgetekend, die in de late middeleeuwen is aangelegd en tot in de nieuwe tijd heeft bestaan.Tijdens het onderzoek zijn is een groot aantal artefacten verzameld. Het gaat om aardewerk, glas, metaal, bouwkeramiek, natuursteen, dierlijk bot, hout en leer. Door het intensieve gebruik van het terrein door de eeuwen heen, is materiaal uit verschillende perioden vaak vermengd geraakt vooral in de vondstrijke grachtvullingen en in ophogingslagen. Ondanks dit en ondanks dat het terrein niet volledig is opgegraven, heeft het vondstmateriaal zeggingskracht.Aanbevelingen Tijdens het in deze rapportage beschreven onderzoek is naar verwachting slechts een klein deel van de in de ondergrond aanwezige archeologische resten van huis Sterkenburg blootgelegd. Nadat het terrein opnieuw is bebouwd, is nog steeds een overvloed aan waardevolle archeologische resten aanwezig. Om een duurzaam behoud van deze resten te garanderen, zijn tijdens het onderzoek aanbevelingen gedaan en mitigerende maatregelen getroffen. Om te voorkomen dat archeologische resten tijdens de bouw (ongedocumenteerd) zouden verdwijnen, zijn de opgravingsputten circa 35 cm dieper aangelegd dan de bouwkuipen; tot circa 1 m -mv. Na het onderzoek is op de bodem van de opgravingsputten als buffer een 20 tot 30 cm dikke laag schoon zand aangebracht om dieper gelegen en niet onderzochte archeologische resten te beschermen. Na afloop van het onderzoek is aanbevolen om de aangesneden resten van muurwerk in situ te behouden. Verder is naar aanleiding van de resultaten van het archeologisch onderzoek geadviseerd om bij (graaf)werkzaamheden buiten de onderzochte werkputten maatregelen te treffen om het ondiep gelegen archeologisch niveau te sparen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-04-23



