five

Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Zelhemsevoetpad te Varsseveld, Gemeente Oude IJsselstreek

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zf6-8ys7
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Gemeente Oude IJsselstreek een archeologisch bureauonderzoek en een karterend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Zelhemsevoetpad ten behoeve van de reconstructie van de weg en de vervanging van het bestaande riool. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Varsseveld (zie Afbeelding 1).Het plangebied bestaat globaal uit 3 lijnvormige elementen met een totale gecombineerde lengte van circa 240 m. De totale omvang van het plangebied bedraagt circa 3.123 m2. De verstoringsdiepte zal maximaal 2,50 m -mv bedragen. Onbekend is of er sprake is van een nieuwe verstoring, vanwege het ontbreken van gegevens over de diepteligging van de oude riolering.Gemeente Oude IJsselstreek beschikt over een Erfgoedverordening die tezamen met de kaarten (herzien in 2014) is vastgesteld op 5 maart 2015. Op de waarden-, verwachtingen- en maatregelenkaart is het plangebied gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachting (cat. 7) maar ligt het op de grens van en deels in de historische dorpskern van vóór 1850 (cat. 3). Volgens de maatregelenkaart dient een omvang van 100 m2 en een diepte van 30 cm-mv als ondergrens te worden aangehouden voor deze laatste zone. Deze ondergrens wordt door de geplande bodemingrepen overschreden.Het bureauonderzoek toont aan dat er een middelhoge trefkans is op archeologische waarden in het plangebied vanaf het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen en een hoge trefkans voor vindplaatsen uit de periode Late Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd. Het oostelijke deel van het plangebied ligt slechts 90 meter ten noordoosten van de laatmiddeleeuwse gracht rond de kerk, waarbuiten de toenmalige bewoning zich zal hebben bevonden. Het is dan ook goed mogelijk dat zich hier nederzettingssporen en vondsten uit deze periode bevinden. De gaafheid van eventuele archeologische waardevolle niveaus hangt samen met de mate waarin het bodemprofiel nog intact aanwezig is binnen het plangebied. Gezien het gebruik als uitweg/zandpad vanaf ten minste de eerste helft van de 19e eeuw, en het gebrek aan historische en recente bebouwing in het oostelijke, meest kansrijke deel van het Zelhemsevoetpad, is het goed mogelijk dat dit bodemprofiel nog grotendeels intact was tot de aanleg van de bestaande riolering en het huidige wegcunet. De verstoringsdiepte die deze bodemingrepen hebben veroorzaakt, is vooralsnog echter onbekend.SelectieadviesUit de beschikbare gegevens blijkt dat de archeologisch waardevolle niveaus vermoedelijk binnen 1,5 m-mv kunnen worden verwacht, in de top van het dekzand van de Formatie van Boxtel (C-horizont) of in restanten van de hierin gevormde (veld)podzol (B/C-horizont). De aanleg van de nieuwe riolering tot 2,5 m-mv vormt een bedreiging van dit potentieel waardevolle niveau, en derhalve adviseert Hamaland Advies een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, om de intactheid van het bodemprofiel en het eventueel voorkomen van archeologische niveaus nader te kunnen bepalen.BesluitHet rapport van het bureauonderzoek en het selectieadvies zijn op 8 april 2020 beoordeeld door het bevoegd gezag en diens adviseur, mw. A. Lugtigheid-Hendriks van de ODA (Zaaknummer 2020EA0491). Het rapport is akkoord bevonden behoudens enkele aanvullingen die in deze definitieve rapportage van het bureauonderzoek zijn opgenomen. Mw. Lugtigheid-Hendriks stemt in met het advies van Hamaland wat betreft de conclusie dat een vervolgonderzoek ter plekke van de geplande werkzaamheden noodzakelijk is, omdat uit het bureauonderzoek blijkt dat mogelijk intacte archeologie onder het Zelhemsevoetpad aanwezig is. Onduidelijk is echter in hoeverre de bodem hier diep verstoord is geraakt door eerdere werkzaamheden. Een archeologisch booronderzoek moet hier meer duidelijkheid in geven. Mw. Lugtigheid-Hendriks adviseert de gemeente Oude IJsselstreek om met dit advies in te stemmen en direct een karterend booronderzoek uit te laten voeren.Resultaten booronderzoekUit het uitgevoerde karterend booronderzoek is gebleken dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een oorspronkelijke verharding van baksteenklinkers onder een laag ophoogzand met betonklinkers, de huidige wegverharding. Onder de oorspronkelijke wegverharding is in 10 van de 11 boringen sprake van meerdere subrecente ophogingslagen waarin baksteenpuin, kolengruis en vondstmateriaal met een datering tussen 1850 en 1950 is aangetroffen (creamware, groen flessenglas, transparant vensterglas). De ophogingslagen gaan scherp over in het onderliggende dekzandpakket of via een menglaag (A/C-horizont) over in de het onderliggende dekzandpakket.In boring 8 is onder de wegverharding en onder de subrecente ophoginglagen op een diepte van 60 tot 70 cm-mv een intacte podzol B (veldpodzol) aangetroffen. De top van het dekzandpakket is aangetroffen op dieptes variërend van 70 cm-mv in boring 8 tot 145 cm-mv in boring 11. De sterk wisselende dieptes hangen samen met de mate waarin het oorspronkelijke dekzandpakket bij de ontginning en aanleg van de weg is ontgraven in het verleden.SelectieadviesOp grond van de onderzoeksresultaten, het ontbreken van oude cultuurlagen of bewoningslagen en de aanwezigheid van verstoorde bodems, achten wij vervolgonderzoek niet noodzakelijk. De kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan is nihil.VoorbehoudHet uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectieadvies van Hamaland Advies af kan wijken van het selectiebesluit van gemeente Oude IJsselstreek en de ODA.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de adviseur van gemeente Oude IJsselstreek (mw. A. Lugtigheid van de ODA).
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务