five

Verslag van archeologische waarnemingen bij graafwerkzaamheden in het natuurontwikkelingsproject Ae's Woudbloem

收藏
DANS Data Station Archaeology2004-10-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X83-FH3F
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In dit verslag worden de archeologische waarnemingen beschreven die werden uitgevoerd tijdens de graafwerkzaamheden ten behoeve van het natuiorontwikkelingsproject Ae's Woudbloem. De onderzochte terreinen bevinden zich ten noorden van het gehucht Woudbloem, gemeente Slochteren, binnen het RD-coördinaatblok 245,50-246,75 / 582,40-583,60. De bodem bestaat voornamelijk uit een moerige bovengrond gedeeltelijk met keüeem of potklei beginnend binnen 120 cm onder het maaiveld (classificatie bodemkaart vWpx met grondwatertrap III: gemiddeld hoogste grondwaterstand minder dan 40 cm en gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 80 en 120 cm onder het maaiveld). In het westelijk deel van het plangebied vinden we een koopveengrond met zand binnen 120 cm onder het oppervlak (classificatie bodemkaart hVz met grondwatertrap III). Op de Fysisch Geografische Kaart van de Provincie Groningen wordt het grootste deel van het gebied omschreven als organogeen/aangemaakt petgat met glaciaal materiaal binnen 120 cm onder het oppervlak (012). In het uiterste noorden komt een vlakke dekzandvlakte aan het oppervlak met 15-40 cm dik restveen voor (oNv2). Het gebied Ugt rond één meter beneden het NAP. Omdat er aan de oevers van de Fivel archeologische (steentijd-) nederzettingssporen kunnen worden verwacht, heeft RAAP in 1999 en 2004 prospectief archeologisch onderzoek uitgevoerd in dit gebied. In een eerder stadium werden, in verband met het ontbreken van betredingstoestemming, alleen de zuidelijk van de Woudbloemlaan gelegen terreinen van het plangebied Ae's Woudbloem onderzocht'. Later konden ook op de noordelijke terreinen boringen worden geplaatst. Tijdens het onderzoek ten noorden van de Woudbloemlaan werd een aantal zones met een zwak danwei goed ontwikkelde podzol in kaart gebracht (Molema 1999, Kaartbijlage 1). Op locatie XP werd houtskool aangetroffen. Op de locaties IX en XII is prehistorisch bewerkt vuursteenmateriaal ontdekt (Molema 1999: 23) dat vermoedelijk dateert uit het mesolithicum (midden-steentijd 8800-4900 vC). Naar aanleiding van deze bevindingen heeft de Dienst Landelijk Gebied Groningen (DLG) na overleg met de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek besloten om het uitgraven van de veenlagen onder archeologische begeleiding te laten plaatsvinden. Deze archeologische begeleiding werd De Steekproef gegund.<br>Op vijf van deze locaties (IX, X, XI, XIII, XIV) zijn de grondwerkzaamheden onder begeleiding van De Steekproef uitgevoerd. De bedreiging van één locatie (XII) werd door planaanpassing afgewend. De ligging van deze locaties is in Figuur 1 weergegeven en correspondeert met de hieronder genoemde RAAP-boringen.<br>IX omgeving boringen 311, 315 (Molema 1999); waarneming De Steekproef 10 mei 2004<br>X omgeving boringen 340, 341, 343 (Molema 1999); waarnemingen De Steekproef 8 april en 28 mei 2004<br>XI omgeving boringen 293, 294, 295 (Molema 1999); waarneming De Steekproef 28 mei 2004<br>XII omgeving boring 337 (Molema 1999) en boringen 80, 90, 92-94, 97-132 (Hekman 2004); waarneming De Steekproef 28 mei 2004<br>XIII omgeving boring 264 (Molema 1999); waarneming De Steekproef 9 jum 2004<br>XIV omgeving boring 257 (Molema 1999); waarneming De Steekproef 9 juni 2004</p>
创建时间:
2004-10-14
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务