Voorthuizen, Blankensgoed-Noord Van oost naar west, Archelogisch onderzoek in plangebied Blankensgoed-Noord (Voorthuizen)
收藏DANS Data Station Archaeology2021-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XFP-JBTG
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Van de Kolk Ontwikkeling B.V. heeft BAAC een opgraving uitgevoerd in plangebied Blankensgoed-Noord te Voorthuizen (gemeente Barneveld). Binnen het onderzoeksgebied zijn enkele artefacten uit de steentijd, prehistorische en/of Romeinse sporen en drie middeleeuwse erven aangetroffen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van 40 woningen in het plangebied waarbij een gerede kans bestaat dat archeologische waarden vernietigd zullen worden. Het uitgevoerde onderzoek is het vervolg op een proefsleuvenonderzoek dat in 2006 door RAAP is uitgevoerd. Het archeologisch onderzoek (opgraving) heeft tussen 8 en 17 juli 2019 plaatsgevonden. Tussen 25 februari en 10 mei 2020 zijn door Jaap Wisse (lokale amateur-archeoloog) verschillende waarnemingen gedaan in de zone direct ten noordwesten van de opgraving. Deze waarnemingen worden samen met de resultaten van de opgraving in deze rapportage behandeld.</p><p>Het plangebied maakt deel uit van de zuidwestelijke, lagere flank van een min of meer oost-west georiënteerde dekzandrug, die in zuidelijke richting overgaat in een dalvormige laagte. Binnen het onderzoeksgebied zijn drie zones te onderscheiden. Het grootste deel bevindt zich op een hoge uitloper van de dekzandrug met in het midden een lagergelegen inham. Aan de zuidzijde is de rand van de dalvormige laagte aangesneden. De dekzandrug waarop het onderzoeksgebied zich bevindt, is gedurende het mesolithicum en vervolgens weer vanaf het laat-neolithicum intensief bewoond en gebruikt. Binnen het onderzoeksgebied zijn uit beide perioden slechts enkele artefacten aangetroffen. Deze artefacten worden met incidentele activiteiten in verband gebracht en van bewoning of een intensief gebruik lijkt binnen het onderzoeksgebied geen sprake te zijn.</p><p>Twee spiekers, een waterkuil en een mogelijke veedrift vormen binnen het onderzoeksgebied de eerste tekenen van bewoning. De waterkuil heeft aan de hand van een 14C-datering en het vondstmateriaal een vermoedelijke datering in de Romeinse tijd gekregen, meer specifiek in de 1e eeuw na Chr. De overige drie structuren hebben geen of zeer weinig vondstmateriaal opgeleverd en kunnen niet beter dan in de late ijzertijd en/of Romeinse tijd gedateerd worden. De structuren zijn geïnterpreteerd als off-site. Voor de plaats van het bijbehorende erf geldt dat dit zich wellicht ten zuidwesten van de clusters en ten oosten van het onderzoeksgebied heeft bevonden. Het is echter ook mogelijk dat de nu teruggevonden sporen tot de randzone gerekend moeten worden van erven die door RAAP meer naar het zuiden zijn aangetroffen. Het verdwijnen van de bewoning heeft vermoedelijk te maken met een toenemende vernatting in de vroeg-Romeinse tijd, waardoor de bewoning zich terugtrekt op de hoge randen van de vallei.</p><p>In de volle en late middeleeuwen worden in de Gelderse Vallei weer op grote schaal woeste gronden ontgonnen en worden erven en nederzettingen gesticht. De sporen van bewoning die in het onderzoeksgebied zijn aangetroffen, sluiten tevens goed aan bij het bestaande beeld. Er zijn structuren behorend bij drie erven aangetroffen. Deze erven zijn relatief kort in gebruik geweest en lijken elkaar op te volgen. Bij de verplaatsing van de erven is sprake geweest van enige overlap waarbij zowel het oude als het nieuwe erf bewoond werd. Het lijkt om normale boerenerven te gaan waarbij zowel aan landbouw als veeteelt werd gedaan. Erf 1 aan de zuidoostzijde van het onderzoeksgebied wordt vermoedelijk als eerste in de 12e eeuw in gebruik genomen, al behoort een eerdere begindatering ook tot de mogelijkheden. Ook erf 2 lijkt in de 12e eeuw te ontstaan. Vermoedelijk is het erf wel iets jonger dan erf 1 en valt de ingebruikname van erf 2 deels samen met de vierde gebruiksfase van erf 1. Erf 3 lijkt gezien de datering van de waterput in het laatste kwart van de 12e eeuw te zijn ontstaan en heeft vermoedelijk een doorlooptijd tot in de 13e eeuw. Zoals vaak het geval is in het laagland van de Vallei bevindt het oudste erf zich op een plaats die al eerder door mensen gebruikt is. Bij de locatiekeuze voor dit erf lijkt bewust gekozen te zijn voor een hogere ligging in het landschap. Erf 2 en erf 3 liggen beide in een lager deel van het landschap. Een dergelijke verschuiving van de relatief hogere delen naar lagergelegen plaatsen is ook bij andere vindplaatsen vastgesteld. Voor het laagland van de Vallei geldt verder dat de laatste verplaatsing van erven in de 15e/16e eeuw lijkt te hebben plaatsgevonden en dat ze vanaf dan plaatsvast zijn geworden. Dit zou kunnen betekenen dat erf 3 wellicht eerst nog een keer verplaatst is, maar indirect de voorganger is geweest van een historisch erf dat op de kaart van Passavant (1698) nog staat afgebeeld, maar op de kaart van De Man uit 1803/1804 is verdwenen.</p>
提供机构:
BAAC BV
创建时间:
2021-01-01



