12025236 VOO.KRA.ARC Eindrapportage archeologisch onderzoek Middendijk 34 te Nijbroek
收藏DANS Data Station Archaeology2014-10-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-29B-T37B
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) blijkt dat de aangetroffen bodemopbouw vanaf het maaiveld eerst bestaat uit een geroerde/verstoorde laag tot minimaal 60 en maximaal 165 cm -mv, gemiddeld tot 110 cm -mv. De kleiige zanden tot zwak zandige klei bevat veel antropogene bijmenging van puin en baksteen. Binnen de westelijke helft van het plangebied bevindt zich hieronder nog een laag zwak zandige klei, tussen gemiddeld 110 en 130 cm -mv. Deze kleilaag betreft komkleiafzettingen van de Gelderse IJssel, uit de tijd voordat de bedijking werd aangelegd. <br>Tussen 130 en 160 cm -mv bevindt zich een dunne laag verspoeld dekzand, maar is qua textuur slecht te onderscheiden van de direct hieronder liggende rivierafzettingen, uit de tijd dat de Rijn nog door het IJsseldal stroomde.</p><p>Gezien de aangetroffen bodemopbouw lijkt de westelijke helft van het plangebied niet binnen de flank van een dekzandrug/-kop te liggen, zoals verwacht werd op basis van het bureauonderzoek. In dat geval zou er een veel dikker pakket dekzand aanwezig moeten zijn. Voor de tijd dat de Gelderse IJssel ontstond zal het plangebied een (permanent) zeer natte locatie zijn geweest. De top van de verspoelde dekzandafzettingen laten ook geen kenmerken zien van bodemvorming/een begraven bodemprofiel. Met het ontstaan van de Gelderse IJssel is binnen het plangebied een dik pakket overstromingsklei afgezet. Deze kleien zijn relatief jong (Vroege-Middeleeuwen en jonger) waarin slechts initiële bodemvorming zal hebben plaatsgevonden (poldervaaggrond).<br>Alleen in de in het veld geïnterpreteerde verstoorde/geroerde laag is antropogeen (“bodemvreemd”) materiaal aangetroffen en is van (sub)recente ouderdom (19e/20e eeuw, NTC) is bevestigd. De resten puin en baksteen zullen in de grond zijn meegeroerd, waarschijnlijk tijdens de diverse bouwwerk-zaamheden. Archeologisch relevante indicatoren zijn in het onverstoorde deel van de bodemopbouw niet aangetroffen.</p><p>Conclusie<br>Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en dat archeologische indicatoren niet zijn aangetroffen, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer aanwezig zullen zijn of alleen nog maar in een verstoorde context zullen voorkomen. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen.<br>De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, wordt door het booronderzoek niet bevestigd wat betreft de verwachte gunstige ligging als bewoningslocatie op de flank van een dekzandrug/-kop en ook niet voor archeologie.</p><p>Selectieadvies<br>Op grond van het ontbreken van een intact bodemprofiel en het ontbreken van archeologisch relevante indicatoren, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.<br>Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 53 van de Monumentenwet uit 1988 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: ARCHIS-meldpunt, telefoon 033-4227682). Het verdient aanbeveling ook de regioarcheoloog (mevrouw N.F.H.H. Vossen) en de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Voorst (mevrouw M. Schneiders) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2014-09-11



