five

Oosterhout, Veerseweg 54 Gemeente Oosterhout (N-B)

收藏
DANS Data Station Archaeology2017-09-10 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z98-BKQ8
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In december 2016 is er door Transect b.v. een Archeologische Begeleiding (AB, conform protocol Opgraven) uitgevoerd in Oosterhout aan de Veerseweg 54. Resultaten Aan de hand van het vooronderzoek werd verwacht dat het plangebied in de moderne tijd grotendeels verstoord is geraakt (ontgrond). Deze aanname klopt voor het noordoostelijke deel van de onderzoekslocatie ter hoogte van werkput 4, 6 en 7. In het grootste deel van het plangebied is de bodem echter intact en heeft daardoor meer archeologische waarden opgeleverd dan verwacht. In totaal zijn er 161 archeologische sporen aangetroffen en 27 vondsten. De sporen omvatten paalsporen, kuilen, een waterkuil, (delen van) greppels, recente en natuurlijke verstoringen. Er zijn diverse gebouwstructuren herkend in de vele paalsporen die dateren in de periode vanaf de IJzertijd t/m de Nieuwe tijd. Een gedeelte van een gebouwplattegrond uit de IJzertijd is gedateerd aan het hand van het aardewerk dat werd aangetroffen in paalspoor 26 dat behoort tot het gebouw (structuur 1). Op ca. 2,5 m afstand van het gebouw is een waterkuil aangetroffen, die mogelijk ook uit de IJzertijd stamt, gezien de context van de kuil. Uit palynologisch onderzoek van een humeuze vulling van de waterkuil blijkt dat de kuil en het gebouw in het buitengebied van een IJzertijd-nederzetting lagen. Hier vond waarschijnlijk geen akkerbouw plaats, omdat in de waterkuil slechts twee pollen zijn aangetroffen van gerst en/of tarwe. Wel stonden er veel bomen in de omgeving van de waterkuil. Het is aannemelijker dat er in dit buitengebied vee graasde. Het gebouw zou op basis van de ligging buiten de nederzetting bijvoorbeeld een schuur, opslag-/ en/of schuilplaats kunnen zijn. Aangenomen wordt dat het gebouw geen woonhuis is geweest. Dit wordt ondersteund door het feit dat de gebouwplattegrond zich niet vergelijken met huisplattegronden uit de IJzertijd van o.a. de opgraving De Contreie in Oosterhout in 2010. Er is een vierpalige spieker (structuur 3) gevonden in werkput 5 die op basis van de aard van de vullingen gedateerd is in de periode IJzertijd, maar zou eventueel ook uit de Romeinse tijd of Middeleeuwen kunnen dateren. Er zijn geen vondsten uit de vier paalsporen afkomstig. Er is ook een mogelijke, incomplete gebouwstructuur (structuur 2) aangetroffen in werkput 4 die wederom bij gebrek aan vondsten gedateerd is in de periode IJzertijd - Middeleeuwen op basis van de aard van de vullingen. In paalspoor 65 (werkput 5) is een Romeinse scherf aangetroffen die afkomstig is uit Tienen (België) en dateert in de 1e/2e - 3e eeuw na Chr. Het paalspoor lijkt geen onderdeel uit te maken van een structuur, maar is dan ook direct langs de werkputgrens gevonden. De kans is groot dat er meerdere Romeinse paalsporen aanwezig zijn in de gedeelten binnen het plangebied die niet zijn ontgraven. In werkput 5 zijn meerdere gebouwstructuren uit de Nieuwe tijd gevonden, die gedateerd konden worden aan de hand van vondsten. Het gaat in ieder geval om een bijgebouw, bijvoorbeeld een schuur (structuur 4). Daarnaast is er een drietal palenrijen herkend die allemaal onder structuur 5 vallen. Het is echter niet duidelijk geworden hoe deze onderling samenhangen en of ze behoren tot een gebouwstructuur. Binnen het plangebied is globaal de volgende bodemopbouw aanwezig: onder de bouwvoor is een verploegd plaggendek aanwezig (A(E)p-horizont), daaronder een inspoelingslaag (B-horizont), dan een overgangszone van de inspoelingslaag naar het dekzand (BC-horizont) en daaronder het dekzand, de natuurlijke ondergrond (C-horizont). Het door de wind afgezette dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) bestaat uit lichtgeel, matig fijn en licht siltig dekzand met roestvlekken. De roestvlekken ontstaan als ijzerdeeltjes in de bodem in contact komen met zuurstof, waarna ze oxideren. Daarnaast zijn ook rivierafzettingen van de Maas (Formatie van Sterksel) aangetroffen van zwak siltig, matig fijn tot grof, witgeel tot geel zand, waarin grind en keitjes te vinden zijn. In het plangebied is sprake van hoge zwarte enkeerdgronden op leemarm dekzand volgens de bodemkaart (bijlage 7). Het hoge zwarte pakket is een plaggendek, dat vanaf de Late-Middeleeuwen tot in de 20e eeuw is aangebracht door boeren om de arme zandgrond geschikt te maken voor landbouw. Hoe oud het plaggendek binnen het plangebied is, valt moeilijk vast te stellen bij gebrek aan vondsten. Daarnaast is binnen het plangebied podzolering opgetreden. Een complete podzol bestaat uit een A-horizont, daaronder de E-, B- en C-horizont. Het plaggendek binnen het plangebied is in de meeste profielkolommen aan de basis vermengd met de E-horizont als gevolg van verploeging.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2017-09-11
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务