Zundert, Bestemmingsplan Beekzicht Gemeente Zundert (Noord-Brabant)
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-2cz-jpt7
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Er is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied Beekzicht, gelegen ten zuiden van het dorp Zundert (gemeente Zundert). De aanleiding voor het onderzoek is een op handen zijnde bestemmingsplanwijziging op het terrein, die de aanleg van een industrieterrein in het plangebied mogelijk moet maken. Vanuit het gemeentelijk beleid heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting, hetgeen betekent dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Ook ligt een deel van het plangebied in een archeologisch waardevol gebied (historische kern van Zundert). Om in het plangebied herontwikkeling mogelijk te maken, is een archeologisch vooronderzoek vereist. Onderhavig rapport geeft invulling aan die verplichting. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: 1. Het plangebied ligt in een (deels) met veen bedekte dalvormige laagte met in het zuiden en het noordwesten hoger gelegen ruggen. De ondergrond in de laagte bestaat uit fluvioperiglaciale afzettingen (verspoeld dekzand), waarop zich een dunne verteerde veenlaag of een sterk siltige, sterk humeuze zandlaag bevindt. Beide vormen de oorspronkelijke top van de (dal)bodem. Ook is leem aanwezig, dat mogelijk bij overstromingen door een beek in het dal is afgezet. Ter plaatse van de ruggen bestaat de ondergrond uit een pakket dekzand, waarop een pakket omgewerkte humeuze grond aanwezig is. 2. Getuige de aanwezigheid van veen, de hoogte van roestvlekken in het bodemprofiel (gleyverschijnselen) en het ontbreken van in- en uitspoelingslagen kan gesteld worden dat het centrale deel van het plangebied nat is geweest. De voet, flank en top van de dekzandrug waren relatief droger. 3. De natuurlijke c.q. oorspronkelijke bodemopbouw in de dalvormige laagte en van de dekzandrug in het zuidelijk deel van het plangebied zijn archeologisch gezien intact te beschouwen. De top en flank van de dekzandrug in het noordwestelijk deel van het plangebied zijn volledig verstoord. 4. Aan de voet van de zuidelijke dekzandrug is in de top van het zand een donkergrijze, houtkoolhoudende zandlaag aanwezig. Mogelijk maakt deze deel uit van een oude(re) cultuurlaag of grondspoor. 5. Aan de rug, flank en voet van de dekzandrug in het zuidelijk deel van het plangebied is een middelhoge archeologische verwachting toegekend aan vindplaatsen uit de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen. 6. De verwachting op archeologische resten is op de noordwestelijke dekzandrug zeer laag. De oorspronkelijke bodemopbouw is daar volledig omgewerkt, evenals eventuele archeologische resten. 7. De laagte in het centrale deel van het plangebied heeft een lage verwachting op het aantreffen van archeologische vindplaatsen. De lage en natte landschappelijke ligging maakt het plangebied minder geschikt voor permanente bewoning. Nederzettingen uit de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen zijn naar verwachting niet aanwezig, waarvoor een lage archeologische verwachting geldt. 8. Het is niet volledig uit te sluiten dat zich resten in het plangebied bevinden. De aanwezigheid van vindplaatsen met weinig vondstmateriaal, ingegraven sporen van landgebruik (zoals greppels en middeleeuwse wegpatronen) en off-site vondsten (afvaldumps e.d.) is theoretisch gezien mogelijk. Dergelijke resten zijn echter (nagenoeg) niet op grond van de gehanteerde onderzoeksmethodiek op te sporen. Deze zouden nog in het plangebied begraven kunnen liggen.
创建时间:
2024-01-31



