Fietspad Kortgene-Colijnsplaat Fietspad Kortgene - Colijnsplaat, Gemeente Noord-Beveland. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
收藏DANS Data Station Archaeology2018-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZF9-JE9R
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Waterschap Scheldestromen heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed in september 2017 een Archeologisch Bureauonderzoek uitgevoerd binnen een onderzoeksgebied tussen Kortgene en Colijnsplaat in de gemeente Noord-Beveland. Aanleiding tot het onderzoek vormt de beoogde aanleg van een fietspad over een afstand van circa 5,2 km aan de oostzijde van de Kortgeenseweg, Emelissedijk en Colijnsplaatseweg. Het onderzoeksgebied betreft het deel van het plangebied waar op basis van het geldend beleid van de gemeente Noord-Beveland archeologisch vooronderzoek vereist is. Dit betreft de aanleg van natuurvriendelijke oevers en watergangen. Direct ten noorden van de dorpskern van Kortgene, aan de Provincialeweg-Molendijk, worden tevens de oevers van de bestaande watergang op twee locaties natuurvriendelijk gemaakt (NVO’s). De bodem zal maximaal tot 1,00 m –NAP worden ontgraven voor deze werkzaamheden. Aan de oostzijde van het fietspadtracé worden nieuwe watergangen aangelegd. De bodem zal voor deze werkzaamheden worden uitgegraven tot een diepte van minimaal 0,30 m +NAP en maximaal 0,70 m -NAP. Dit betreft het diepste punt van de watergang met een breedte van in het algemeen ca. 50 cm, plaatselijk is dit 120 cm. Voor de watergangen worden taluds tussen 1:2 en 1:3 gehanteerd.</p><p>In het Archeologisch Bureauonderzoek is geconcludeerd dat, op basis van de geologische ontwikkelingen, binnen het onderzoeksgebied twee zones met verschillende landschappelijke eenheden zijn te onderscheiden. Voor deze twee zones golden verschillende verwachtingen op het aantreffen van archeologische waarden. </p><p>Tijdens het Inventariserend Veldonderzoek is het opgestelde verwachtingsmodel middels 130 verkennende boringen verspreid binnen het onderzoeksgebied getoetst. Hierbij dient opgemerkt dat dit veldonderzoek gericht was op het toetsen van de (geologische) verwachting en niet op het opsporen van eventuele vindplaatsen. Uit het booronderzoek blijkt dat het veenlandschap over het algemeen dieper ligt dan de gehanteerde boordiepte. In slechts twee boringen die dieper zijn doorgezet (3,00 m -mv) is veen aangetroffen. Het veen is in deze boringen niet meer intact aanwezig, waarschijnlijk als gevolg van mariene erosie. De lage ligging van het veen en waargenomen erosie, maakt het mogelijk dat het veen elders in het onderzoeksgebied eveneens is aangetast. Aangezien dit slechts beperkt met het gehanteerde booronderzoek is geattesteerd, blijft een middelhoge verwachting gelden voor dit niveau, voor de IJzertijd en Romeinse Tijd. Indien intact, is de top van het Hollandveen rond 2,00 m -NAP gelegen, ruim beneden de aanlegdiepte van de watergangen en NVO’s.</p><p>In 20 boringen is op een gemiddelde diepte van 1,50 m –mv (rond 0,70 m -NAP) een archeologisch niveau c.q. landschap aangetroffen (Bijlage 4). De verwachting was dat vindplaatsen uit de Middeleeuwen zich in of direct onder de bouwvoor zouden kunnen bevinden. Deze kunnen echter ook op dit diepere niveau liggen of zelfs een oudere datering betreffen mocht het in het onderliggende pakket om post-Romeinse kleiafzettingen gaan uit de Formatie van Naaldwijk. Over het algemeen betreffen de boringen een landschap waarin in een afgedekte bouwvoor van circa 20 cm dik sporen en fragmenten bouwpuin en houtskool zijn aangetroffen. In het deel van het onderzoeksgebied direct ten zuiden van en parallel aan de Emelissedijk (tussen boring 67 en 87), ligt dit niveau rond 0,70 m -NAP (tussen 1,30 en 1,80 m -mv).<br>Noordelijk hiervan, in het deel van het onderzoeksgebied ten noorden van de Emelissedijk en ten zuiden van de Noordlangeweg, is het verloop van dit landschap echter grilliger. Dit niveau bevindt zich hier tussen 0,93 m -NAP en 0,58 m +NAP (tussen 0,60 en 1,95 m -mv), waarbij de zone tussen boring 113 en 119 dit niveau het hoogst is gelegen: 0,20 m -NAP tot 0,58 m +NAP. Boring 117 is op dit niveau, op een diepte van 0,08 m +NAP gestuit op ondoordringbaar puin. Mogelijk gaat het om muur- of funderingsresten. Ten westen van de dit deel van het onderzoeksgebied, aan de overzijde van de Colijnsplaatseweg, liggen de resten van een laatmiddeleeuwse versterkte huisplaats, zo blijkt uit hier eerder uitgevoerd onderzoek (OM-nr. 2420485100, SCEZ, 2013). Eerder werd op deze locatie een muntschat gevonden (vondstlocatie 2676673100). Deze huisplaats staat vermoedelijk ook op de Kaart van Noord-Beveland door Simon en Cornelis Janssen uit 1597.<br>De hoge verwachting die gold voor het aantreffen van vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen kan blijven bestaan voor de delen van het onderzoeksgebied direct ten zuiden van de Emelissedijk tot aan de kruising Colijnsplaatseweg-Noordlangeweg (vanaf boring 67 tot en met boring 119). Daarbij geldt dat deze verwachting doorloopt tot het begin van de Nieuwe Tijd (17de eeuw). Voor de overige delen van het onderzoeksgebied geldt dat deze verwachting wordt bijgesteld naar laag.</p>
提供机构:
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
创建时间:
2018-01-01



