five

Veere Rijksweg N57 Proefsleuven Begeleiding Opgraving

收藏
DataCite Commons2025-03-12 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xyc-re2w
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
ADC ArcheoProjecten heeft in opdracht van het Directoraat Generaal Rijkswaterstaat, Dienst Zeeland (RWS) een Archeologische Opgraving en Begeleiding uitgevoerd in het kader van de verlegging van de Rijksweg 57 tussen Vrouwenpolder en Middelburg en de aanleg van een nieuwe rondweg ter hoogte van Serooskerke. De opgravingen hebben plaatsgevonden op negen vindplaatsen, waarvan de vindplaatsen 6, 7, 8, 9, 10, 12-noord, 12-zuid en 13 ten noorden en vindplaats 4 ten zuidoosten van Serooskerke liggen. Archeologische Begeleiding vond plaats ter hoogte van de te verleggen rioolpersleiding en de Gapingse Watergang. Het veldwerk vond plaats op diverse momenten in de periode juni 2007 tot en met oktober 2009. Het onderzoek heeft niet alleen voor Walcheren, maar voor heel Zeeland vele nieuwe gegevens opgeleverd ten aanzien van de ontwikkeling van het landschap en de bewoning.In de Bronstijd en de IJzertijd bestond het landschap in het onderzoeksgebied uit een uitgestrekt veenmoeras achter een met strandwallen en Oude Duinen gesloten kustlijn. In de Late Bronstijd ontstond ten noorden van Serooskerke een opening in de kust waardoor het veen via veenontwateringsgeulen werd gedraineerd. In de Midden-IJzertijd was het veenoppervlak hierdoor verdroogd en was het vanaf dat moment bewoonbaar. Door de opening in de kust ontstond er tegelijkertijd een slufterlandschap, een landschap dat vergelijkbaar is met de Slufter op Texel. Delen van het land raakten alleen bij extreem hoogwater bedekt met een dun laagje klei. Het sluftermilieu heeft bestaan uit een mozaïek van verschillende milieus, zout, brak en zoet, die naast elkaar voorkwamen. De bewoners van het gebied konden daardoor profiteren van de verschillende mogelijkheden die het landschap bood. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er in deze milieus grote verschuivingen optraden en in tegenstelling tot wat er eerder werd gedacht, zal het sluftermilieu vrij stabiel en voornamelijk brak zijn geweest. Tevens strekte het sluftergebied zich verder naar het zuiden uit dan op basis van eerder onderzoek werd verondersteld.De boerderijen en de akkers uit de IJzertijd en Vroeg-Romeinse tijd lagen verspreid in het landschap op de hogere delen van de kwelder. Voor het eerst zijn in Zeeland boerderijplattegronden uit de IJzertijd opgegraven. Uit de late Midden-IJzertijd dateert een drieschepige boerderij en vermoedelijk ook de akker die ten westen van deze boerderij tevoorschijn is gekomen (vindplaats 12-zuid). Zowel de bouwwijze als het aardewerk vertoont overeenkomsten met boerderijplattegronden en aardewerk uit de meer naar het noorden gelegen delen van het kustgebied van Noord- en Zuid-Holland. In het kustgebied kan daarom sprake zijn van groepen bewoners met dezelfde culturele identiteit. In de Late IJzertijd (in dit geval in de 1e eeuw v. Chr.) zijn meer invloeden vanuit het oosten zichtbaar in de huizenbouwtraditie. De nog steeds drieschepige boerderijconstructie die rond 50 v. Chr. ter hoogte van vindplaats 10 verschijnt, heeft een wandconstructie die overeenkomt met de constructie die rond die tijd veelal werd toegepast op de Brabantse zandgronden.Met de verovering van het latere Zeeuwse gebied door de Romeinen en de incorporatie van het gebied in de civitas Menapiorum enkele decennia voor het begin van de jaartelling, vond geleidelijk aan romanisatie van het gebied plaats. Dit is te zien in het aardewerkspectrum, waarbinnen zich nu ook gedraaid aardewerk bevindt dat is geïmporteerd naar deze streken. Tevens zien we imitaties van Romeinse vormen terug in het handgevormde aardewerk. De tweeschepige boerderij van het type Oss-Ussen 5A met dubbele wandpalen ter hoogte van vindplaats 9 sluit qua bouwtraditie aan op die van de Brabantse zandgronden. Het is voor het eerst dat een dergelijke plattegrond in Zeeland is opgegraven. Zeer onverwacht kwamen op vindplaats 4 een dijkje en een terpje uit de Midden-Romeinse tijd tevoorschijn, daar waar alleen middeleeuwse sporen werden verwacht. Deze sporen worden gerelateerd aan seizoensgebonden activiteiten die plaatsvinden in een gebied dat tegen het water wordt beschermd door een dijkje die wordt gezien als een zomerkade. De aanwezigheid van een dijkje en een terpje zijn de eerste tekenen dat veranderingen in het landschap plaatsvinden en de invloed van de zee toeneemt. Bewoners die mogelijk in het duingebied bij Domburg hun permanente nederzetting hadden, vertoefden in de eerste helft van de 3e eeuw in de zomer en vroege herfst op en in de nabijheid van het terpje. De belangrijkste bezigheid lijkt het verwerken van mosselen voor consumptie elders te zijn geweest. Daarnaast werd vee geweid achter de dijk.Na het midden van de 3e eeuw n. Chr. wordt niet alleen het onderzoeksgebied verlaten, maar tevens grote delen van het kustgebied. Grote overstromingen teisteren het gebied en het kwelder/veengebied wordt doorsneden door grote kreken. Van oudsher werden voor het vertrek van de bewoners deze verslechterde natuurlijke omstandigheden genoemd. Tegenwoordig neemt men aan dat het wegtrekken van de bevolking eerder samenhangt met het afnemen van de stabiliteit binnen het Romeinse Rijk door economische neergang en problemen rondom de keizerstroon waardoor het Romeinse staatsgezag wegviel. Tegelijkertijd worden problemen ondervonden aan de rijksgrenzen door binnenvallende Germaanse groepen. Het kust- en kweldergebied van Walcheren lijkt na de overstromingen lange tijd onbewoond. De vroegste middeleeuwse vondsten dateren uit de vroege 6e eeuw en zijn afkomstig van het strand bij Domburg. Lange tijd werd gedacht dat de bewoning zich in de Vroege Middeleeuwen concentreerde in het duingebied en dat de kreekruggen pas vanaf de late 9e eeuw opnieuw werden gekoloniseerd. Na het huidige onderzoek dient dit beeld echter te worden aangepast. De herkolonisatie van het kweldergebied vindt op z’n laatst plaats aan het eind van de 7e of het begin van de 8e eeuw. Dit wordt bewezen door de aanwezigheid van een gebouwplattegrond op het hoogste deel van een smalle kreekrug op vindplaats 7. Het is een eenschepige boerderij die past in de bouwtraditie van het Vlaamse en het Nederlandse kustgebied en het Midden-Nederlandse rivierengebied.Vanaf de laat-Merovingische tijd vindt continu bewoning plaats op de kreekruggen. Niet uit alle perioden zijn boerderijplattegronden echter bewaard gebleven. Dit heeft waarschijnlijk te maken met egalisatie van de kreekruggen. Uit de 10e/11e eeuw dateert een drieschepige boerderij met rechte wanden (vindplaats 7), die niet alleen met plattegronden uit Oost-Souburg is te vergelijken, maar uit grote delen van Zuid-Nederland. In de latere 11e of 12e eeuw bevindt zich op vindplaats 13 een bootvormige boerderijplattegrond, de eerste die op Zeeuws grondgebied is opgegraven. Tot slot is op vindplaats 4 een omgreppelde huisplaats uit de tweede helft van de 12e eeuw onderzocht. Het is niet uitgesloten dat deze toebehoorde aan lokale (lagere) adel.Rond 1200 zien we op alle vindplaatsen de feitelijke bewoning verdwijnen en wordt het land opnieuw ingedeeld waarbij systematisch sloten worden gegraven. De nieuwe landindeling die gepaard gaat met schaalvergroting in de landbouw, hangt samen met de bevolkingstoename in die tijd. Tegelijkertijd vindt vorming van nieuwe parochies en ambachten plaats. De bewoners en gebruikers van de gebieden ter hoogte van de vindplaatsen 4, 7, 12-noord en 4 vallen alle onder de parochie Serooskerke.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-11
5,000+
优质数据集
54 个
任务类型
进入经典数据集
二维码
社区交流群

面向社区/商业的数据集话题

二维码
科研交流群

面向高校/科研机构的开源数据集话题

数据驱动未来

携手共赢发展

商业合作