Plangebied Kathedralenpad (kavel Kz45) te Almere-Oosterwold, gemeente Almere; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)
收藏DANS Data Station Archaeology2016-07-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XFP-8QWJ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de ‘initiatiefnemers Kathedralenpad’ heeft RAAP in de periode april-mei 2016 een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd in verband met voorgenomen ontwikkeling van woningbouw in het gebied direct ten oosten van het Kathedralenpad in Almere-Oosterwold. De aanleiding voor archeologisch vooronderzoek is dat de beoogde toekomstige inrichting van het plangebied schadelijk kan zijn voor de eventueel aanwezige behoudenswaardige archeologische vindplaatsen in de bodem. In het gehele grondgebied van Almere bestaat een hoge kans op het voorkomen van archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot aan het Vroeg Neolithicum. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van resten van nog onbekende scheeps- en/of vliegtuigwrakken.</p><p>Het doel van het verkennend veldonderzoek was om de gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen en op basis van de landschappelijke onderzoeksresultaten archeologische zones te selecteren voor een karterend vervolgonderzoek. Doel van het karterend onderzoek was het opsporen van archeologische vindplaatsen in de geselecteerde zones en, indien mogelijk, een eerste indruk te geven van de aard, omvang, datering, kwaliteit (gaafheid en conservering) en diepteligging van eventueel aangetroffen archeologische resten. Omdat scheepswrakken doorgaans niet te karteren zijn met een booronderzoek, worden deze in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten.</p><p>In het plangebied zijn in verschillende boringen archeologische indicatoren gevonden in de top van de pleistocene afzettingen (vuursteen en houtskool). Het houtskool is verspreid door het hele plangebied aangetroffen, en ligt zowel op de hogere als de lagere delen. De precieze omvang, aard en datering van de vindplaats kunnen op basis van het uitgevoerde verkennende onderzoek niet worden vastgesteld. Wel kan met behulp van de hoogteligging van het pleistocene oppervlak en de relatieve zeespiegelcurve voor het Flevomeergebied globaal bepaald worden wanneer het pleistocene oppervlak verdronk, en dus niet meer bewoonbaar was. Ter hoogte van de opduiking bevindt de top van het dekzand zich vanaf 7,5 m -NAP (en hoger). Dit betekent dat de flank van de opduiking rond 7000 jaar geleden vernatte (d.w.z. overgang Laat Mesolithicum/Vroeg Neolithicum). De hoogste delen (rond 6,0 m -NAP) zijn rond 6300 jaar geleden verdronken (overgang Vroeg/Midden Neolithicum).</p>
创建时间:
2016-07-15



