five

Groote Markt 16 Sluis Groote Markt 16. Gemeente Sluis. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XN8-4EMV
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed heeft in september 2018 een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd binnen een plangebied aan de Groote Markt 16 te Sluis (gemeente Sluis). De aanleiding tot het onderzoek vormt het voornemen van de op dit adres gevestigde Drankenboetiek Belfort de bestaande bebouwing achter het huidige pand te slopen om hier een nieuwe aanbouw te realiseren die het gehele kadastrale perceel beslaat. Direct voorafgaand aan het inventariserend veldonderzoek is de sloop uitgevoerd.</p><p>Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens is in het archeologisch bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld waarin het archeologisch potentieel van het plangebied is uiteengezet. Er kon samengevat gesteld worden dat voor het plangebied een middelhoge verwachting gold voor het aantreffen van vindplaatsen uit de vroege prehistorie (Paleolithicum en Mesolithicum) op de top van het pleistocene dekzand (Laagpakket van Wierden). Vanwege het natte karakter van het toenmalige landschap gold voor het Neolithicum en de Bronstijd een lage verwachting. Voor de IJzertijd en de Romeinse Tijd gold een middelhoge verwachting op het aantreffen van vindplaatsen op het Hollandveen Laagpakket. Tot de 13de eeuw was Sluis gelegen in onbedijkt gebied. De kans op het voorkomen van vindplaatsen uit de Vroege/ Volle Middeleeuwen binnen het plangebied wordt dan ook als laag ingeschat (niveau Laagpakket van Walcheren/ Duinkerke II/IIIa afzettingen). Voor de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd geldt, op basis van kaartprojecties, historische bronnen en bekende archeologische gegevens een hoge verwachting binnen het plangebied (niveau Laagpakket van Walcheren/ Duinkerke IIIb afzettingen).</p><p>Het verwachtingsmodel is getoetst middels vier verkennende boringen verspreid over het deel van het plangebied dat bebouwd zal worden. Hierbij is vastgesteld dat het pleistocene dekzand gelegen is op een diepte vanaf circa 4,90 m -mv (1,63 m –NAP). De top van het dekzand is intact aangetroffen, waarmee de archeologische verwachting voor dit niveau (vroege prehistorie) behouden blijft op een middelhoge verwachting en een lage verwachting (Neolithicum en Bronstijd). De top van het op het dekzand gelegen Hollandveen Laagpakket (onderin Basisveen) is intact aangetroffen op een diepte tussen 3,85 en 4,10 m -mv (0,58 en 1,17 m -NAP). De verwachting die gold voor dit niveau, voor het aantreffen van vindplaatsen uit de IJzertijd en Romeinse Tijd, blijft daarmee middelhoog. Voor de Vroege en Volle Middeleeuwen blijft de verwachting eveneens onveranderd (lage verwachting). Er zijn geen aanvullende gegevens uit het veldonderzoek naar voren gekomen voor de mogelijk aanwezigheid van vindplaatsen uit deze perioden.</p><p>Uit het booronderzoek is gebleken dat binnen het plangebied op het Hollandveen kwelderafzettingen behorende tot het Laagpakket van Walcheren aanwezig zijn, waarvan de top gelegen is op een diepte tussen 1,46 en 0,33 en m +NAP (tussen 1,70 en 2,90 m -mv). Hierboven ligt een ophogingspakket van uiterst siltige klei met daarin sporen van baksteen, mortel en houtskool, dat dateert uit de Late Middeleeuwen. Aanwijzingen voor de aanwezigheid van vindplaatsen, zoals gebouwresten, beerputten, kelders e.d., ontbreken in dit niveau. Boven dit niveau is tot aan het maaiveld is sprake van een heterogeen, doorwerkt pakket daarin baksteenpuin en in minder mate kiezels en mortelresten. In twee boringen is in dit pakket een spoor (een zeer klein fragment) aardewerk uit Late Middeleeuwen en uit de Nieuwe Tijd aangetroffen. Dit kleipakket is door de heterogene, doorwerkte samenstelling te beschouwen als (sub)recent pakket, dat als gevolg van de bouw van de onlangs gesloopte bebouwing en als gevolg van het landgebruik (als tuin/erf) in de Nieuwe Tijd sterk verstoord is.</p><p>De boringen bevestigen zodoende de aanwezigheid van antropogene ophogingen uit de Late Middeleeuwen en een daarboven gelegen doorwerkte/verstoorde toplaag die dateert in de Nieuwe Tijd. De verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen blijft hoog. Ondanks dat geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit deze periode zijn waargenomen, is evenwel mogelijk dat in de aangetroffen ophoging sporen/structuren aanwezig zijn. Dit niveau is hier aanwezig op een diepte vanaf minimaal 0,85 m -mv, in het algemeen vanaf 1,00 m -mv. Voor de Nieuwe Tijd geldt dat de verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen kan worden bijgesteld naar laag. De toplaag is verstoord en doorwerkt als gevolg van de aanleg van de onlangs gesloopte bebouwing en het vroegere landgebruik (tuin/erf). Er zijn geen aanwijzingen voor oudere bebouwing en andere vindplaatsen uit de Nieuwe Tijd.</p>
提供机构:
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
创建时间:
2020-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务