Uiterweg 105, Aalsmeer (gemeente Aalsmeer)
收藏DataCite Commons2025-02-17 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/O0D2OW
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
ADC ArcheoProjecten heeft in januari en februari 2024 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Uiterweg 105 in Aalsmeer, gemeente Aalsmeer. De aanleiding voor het onderzoek is de renovatie en uitbreiding van het bestaande woonhuis. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat de diepere ondergrond van het plangebied uit mariene getijdenafzettingen (Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk) bestaat. Indien sprake is van getij-inversieruggen dient rekening te worden gehouden met archeologische sporen en vondsten uit het Neolithicum. Omdat tot op heden in het onderzoeksgebied geen vondsten en/of sporen uit deze periode bekend zijn, is het de vraag in hoeverre het toenmalige getijdenlandschap geschikt was voor bewoning. In de periode Bronstijd tot en met Vroege Middeleeuwen bevond zich ter plaatse van het onderzoeksgebied een uitgestrekt veenmoeras. Op grond van de natte omstandigheden en afwezigheid van grote rivieren die toegang zouden kunnen verschaffen tot het gebied wordt de kans op de aanwezigheid van archeologische sporen in het veen (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop) gering geacht. Vanaf de Late Middeleeuwen werd het gebied op grote schaal ontgonnen en in gebruik genomen voor de landbouw. De intensieve ontginningen leidden tot oxidatie en inklinking van het veen, waardoor het gebied steeds lager kwam te liggen. Vanwege wateroverlast die daardoor ontstond schoof de bewoning gefaseerd naar het zuidoosten. Hierbij ontstond het bebouwingslint langs de Uiterweg. Dit lint wordt wel beschouwd als een tertiaire ontginningsas (de eerdere bases moeten als gevolg van het opschuiven van de ontginningen ter plaatse van de Haarlemmermeer worden gezocht). Op basis van bekende historische gegevens moet ter plaatse van de onverveende landstrook langs de Uiterweg, waar het plangebied deel van uitmaakt, rekening worden gehouden met resten uit met name de Nieuwe tijd (vanaf de 16e eeuw). Over de vroegste bebouwing in het plangebied is niets bekend. Wel staat op basis van het minuutplan van de gemeente Aalsmeer (1827) vast dat in het begin van de 19e eeuw in het noordelijk deel sprake was van een erf met een woonhuis en een bijgebouw. Waarschijnlijk is dit woonhuis in het begin van de 20e eeuw gesloopt ten behoeve van de bouw van het huidige, uit 1914 daterende woonhuis. Het overige deel van het plangebied bestond tot de ingebruikname als teelland uit oppervlaktewater. De bodemopbouw bestaat hier naar verwachting uit opgebaggerd veen. Eventuele vondsten zullen van elders afkomstig zijn en geen directie relatie hebben met het plangebied. Teneinde de hierboven beschreven verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de diepere ondergrond wordt gevormd door mariene getijdenafzettingen bestaande uit kalkloze, ongerijpte, zwak siltige kleien (Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk). Hierboven ligt een 305 cm dik pakket zwak kleiig riet- en zeggeveen (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop). Dit wordt afgedekt door een heterogeen veenpakket van 110 tot 195 cm dikte bestaande uit verschillende lagen zwak zandig of sterk kleiig veen met antropogene insluitsels zoals puin, cement, grind en aardewerk. Het heterogene veenpakket in de boringen 1 tot en met 4 is vermoedelijk te relateren aan vroegere bewoning in het plangebied en is op grond van het aardewerkmateriaal als 18e of 19e eeuws te dateren. Het heterogene veenpakket in boring 5 houdt gezien de slappe consistentie verband met de sloop van de kas die hier heeft gestaan. De hoge archeologische verwachting voor resten uit de Nieuwe tijd dient te worden gehandhaafd, met uitzondering van de locatie van de kas waar deze naar laag dient te worden bijgesteld. Resten uit de Late Middeleeuwen zijn om reden van de historische ontwikkeling van het bewoningslint langs de Uiterweg en het ontbreken van ouder vondstmateriaal in het bewerkte/opgebrachte veenpakket niet te verwachten. Hiervoor geldt een lage archeologische verwachting.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-14



