Gemeente Nederlek. Plangebied Middelland 38 te Krimpen aan de Lek. Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase).
收藏DANS Data Station Archaeology2015-02-26 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XGQ-RGBP
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van vof Van der Laan heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied Middelland 38 te Krimpen aan de Lek.</p><p>Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied lange tijd deel uit maakte van een groot veenmoeras dat plaatselijk werd doorsneden door rivieren. De oeverwallen en de oude stroomgordels van deze rivieren vormden aantrekkelijke vestigingsplaatsen. Voor zover bekend bevinden zich in de ondergrond van het plangebied geen oude stroomgordels. Derhalve wordt aan het neolithicum tot en met de ijzertijd een lage verwachting toegekend. Vanaf 100 v.C. ontstond ten zuiden van het plangebied de Nieuwe Maas - Lek en ontstond in het plangebied een oeverwal. Op basis van deze gegevens wordt derhalve aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor archeologische waarden uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen (aan of nabij het oppervlak). Vanaf de elfde eeuw werd het gebied vanaf de oeverwallen van de Lek ontgonnen voor de landbouw. Op de oeverwallen ontstonden vervolgens langgerekte dorpslinten en werden kades en later dijken aangelegd. Als gevolg van wateroverlast zijn de woonplaatsen plaatselijk opgehoogd. In het zuidelijke deel van het plangebied was in ieder geval vanaf het begin van de negentiende eeuw bebouwing aanwezig omringd door erven, tuinen en boomgaarden. Derhalve wordt aan dit deel van het plangebied een hoge verwachting voor archeologische waarden uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd toegekend (aan of nabij het oppervlakte).</p><p>Uit het veldonderzoek blijkt dat het westelijke deel van het plangebied wordt doorsneden door zone met kleiige afzettingen met veenlagen, die wijzen op de nabijheid van een veenstroompje of rivierloop ten noordwesten van het plangebied. Gezien het voorkomen van plantenresten en venige lagen in het kleipakket was het plangebied in deze periode te nat voor bewoning. Vanaf omstreeks 100 v.C. is het veen afgedekt geraakt met oeverwalafzettingen van de Nieuwe Maas-Lek. Omstreeks de elfde eeuw is het zuidelijke deel van het plangebied deel uit gaan maken van een ontginningslint. In de twintigste eeuw is dit deel van het plangebied ook bij het erf getrokken en is de natuurlijke bodem verstoord geraakt en afgedekt met een zandig ophoogpakket.</p><p>Op basis van deze gegevens wordt de verwachting voor het gehele plangebied voor archeologische waarden uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen bijgesteld naar laag. Voor het laatpaleolithicum-mesolithicum, waarvan het archeologisch niveau buiten het boorbereik ligt, blijft een lage tot middelhoge verwachting van kracht. Voor het zuidelijke deel van het plangebied, dat deel uitmaakt van het oude ontginningslint blijft een hoge verwachting op archeologische waarden uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd bestaan. Voor dit gebied wordt bij bodemverstoringen dieper dan 30 cm –mv geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om de archeologische verwachting te toetsen en aan te vullen. Voor het noordelijke deel van het plangebied wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd.</p>
提供机构:
BAAC bv
创建时间:
2015-02-11



