Terreinen rond Beerninkhoek en Vennevertloo te Winterswijk, gemeente Winterswijk.
收藏DataCite Commons2025-01-20 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/F8IA8G
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Geldersch Landschap en Kasteelen heeft RAAP in september 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor drie terreinen rond Beerninkhoek en Vennevertloo in de gemeente. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Op basis van een door RAAP uitgevoerd archeologisch bureauonderzoek bleken de geplande bodemroerende werkzaamheden met name in de middelmatige tot lagere verwachtingszones te worden uitgevoerd - op de morenewelvingen zonder dekzand, in de vereffeningsrestvlakte of op dekzandruggen zonder plaggendek. In het deelgebied Beerninkhoek (A) wordt op het hele terrein een bos aangeplant en een meanderloop worden aangelegd. In het zuidelijker gelegen deelgebied Masterveld Zuid & Kössink (B) is de opdrachtgever ook voornemens om bos aan te planten. Het oostelijke deelgebied Vennevertloo (C) ligt in een zone met een middelmatige archeologische verwachting. Het terrein ligt in een gebied op een overgangszone van een hoger terrein met potentieel plaggendek naar een lagere beekdalvlakte. Op deze locatie kunnen nog sporen van watergerelateerde archeologie of van (tijdelijke) bewoning worden verwacht. De opdrachtgever is voornemens om dit deelgebied helemaal af te graven. Op basis van de resultaten uit het archeologisch bureauonderzoek is voor de deze drie terreinen geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het plangebied voornamelijk in een landschappelijk laaggelegen zone ligt. Aan de zuid- en zuidoostzijde van het deelgebied A blijkt onder meer in boring 9 en 17 sprake van een restant van een veldpodzolbodem. Dergelijke bodems liggen vaak in de lagere delen en op lage ruggen en kennen een relatief hoge grondwaterstand. In alle boringen is in de natuurlijke C-horizont sprake van fluvioperiglaciale afzettingen met (pseudo)gley-verschijnselen. Dergelijke bodems ontstaan door de aanwezigheid van stagnerend water boven een slecht doorlatende laag. Dergelijke profielen duiden op een nat milieu en ligt het plangebied in een drassige context. De top van het oorspronkelijke veldpodzol-profiel lijkt tenminste 30 à 50 cm afgetopt met de ontginning van het landschap. Derhalve is de natuurlijke ondergrond in het plangebied tot in de C-horizont verstoord geraakt. Met uitzondering van enkele losse (contextloze) sporen en/of vondsten in en vlak onder de bouwvoor worden in het gehele plangebied geen archeologische resten verwacht. Op basis hiervan kan de middelmatige verwachting worden bijgesteld naar een lage archeologische verwachting. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform art ikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Winterswijk, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-14



