five

Gemeente Hilvarenbeek. Plangebied Vossenhol 17 te Biest-Houtakker. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (verkennende fase)

收藏
Mendeley Data2024-04-11 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-2am-8k3v
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
BAAC heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied Vossenhol 17 te Biest-Houtakker. Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen een bestaand boerenbedrijf her in te richten.Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied grotendeels in een gebied met een hoge archeologische verwachting ligt. Het uiterst noordelijke deel van het plangebied heeft een middelhoge archeologische verwachting voor alle perioden toebedeeld gekregen vanwege de wat lagere ligging in de richting van het noordelijke ondiepe dal.De hoge verwachting op de gemeentelijke verwachtingskaart is vooral gebaseerd op de vermeende landschappelijke ligging op de flank van een dekzandrug/-welving in de directe nabijheid van water (in dit geval het Spruitenstroompje). Voor dergelijke gradiëntzones geldt een hoge kans op het aantreffen van steentijdvindplaatsen. Uit de archeologische gegevens in de nabijheid van het plangebied blijken echter (nog) geen archeologische resten uit deze periode te zijn aangetroffen. Tevens lijkt het plangebied op het hoogste deel van de dekzandrug/-welving te liggen en ligt het plangebied op de rand van een in cultuur gebracht akkercomplex. Gezien de ligging op een in cultuur gebrachte rug heeft BAAC de verwachting op het aantreffen van intact aanwezige resten van jagers-verzamelaars uit de steentijd bijgesteld naar een middelhoge verwachting. De verwachting op het aantreffen van boerennederzettingen en aanverwanten uit het neolithicum tot en de volle middeleeuwen is voor het gehele plangebied hoog. Uit deze periode komt een hoge dichtheid aan sporen in de directe omgeving voor. Tevens heeft de aanwezigheid van een plaggendek ertoe geleid dat eventueel aanwezige sporen matig tot goed geconserveerd zullen zijn. De verwachting voor de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd is laag voor het onbebouwde, voormalig bouwlandgebied en hoog voor het bebouwde zuidelijke deel van het plangebied (complextypen: uitbraaksleuven, funderings- en/of muurresten van woningen/boerderijen/bijgebouwen). Mogelijk komt er een fundering uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd voor in het oostelijke deel van het plangebied.Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied op de oostelijke uitloper van een dekzandrug naar een lager gelegen beekdal ligt. In het westelijke deel van het plangebied komen, met uitzondering van boring 5, intacte enkeerdgronden voor met een 50 tot 80 cm dik plaggendek. In boring 4 is nog een restant van een podzolbodem aangetroffen in de vorm van een BC-horizont. In de overige boringen komt direct onder een oudere ploeglaag de C-horizont voor. De (B)C-horizont komt in het westelijke deel van het plangebied voor vanaf 50 cm –mv (12,8/13,3 m +NAP). In het centrale deel van het plangebied komen een intacte en een verstoorde gooreerdgrond voor. Deze bodems komen voor op de overgangsgebieden van de dekzandrug naar het oostelijk gelegen beekdal. De top van de natuurlijke ondergrond komt in de boringen 6 en 9 voor op 80/105 cm –mv (12,8/12,9 m +NAP). In het oostelijke deel van het plangebied komen beekeerdgronden voor, die zich hebben ontwikkeld binnen de contouren van een beekdal. De top van de natuurlijke ondergrond komt in de boringen 7 en 8 voor tussen 12,5 en 12,9 m +NAP (65/115 cm –mv). Beide boringen worden gekenmerkt door relatief recente verstoringen.In de boringen 4 en 6 zijn in de top van het plaggendek/humeuze dek baksteen houdende lagen aangetroffen. De baksteen houdende lagen corresponderen vermoedelijk met een oud maaiveld, waarbinnen mogelijk resten van steenbouw te verwachten zijn uit de (late middeleeuwen)/nieuwe tijd. Deze baksteen houdende lagen komen voor vanaf respectievelijk 60 en 40 cm –mv (13,4/13,2 m +NAP).BAAC adviseert bij bodemverstorende activiteiten die dieper reiken dan respectievelijk 30 cm -mv in de gebieden met een specifiek hoge verwachting op de (late middeleeuwen)/nieuwe tijd en 40 cm in de overige gebieden met een hoge verwachting een karterend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek heeft als doel het gebied systematisch te onderzoeken op de aanwezigheid van behoudenswaardige vondsten en/of sporen.
创建时间:
2024-04-07
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务