Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven. Schiedam, Sportpark Harga (Deelgebied 1 Noord), Gemeente Schiedam (ZH)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-12-08 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XXF-G7P8
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In juni 2017 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied met het toponiem: Sportpark Harga, deelgebied 1 Noord. De aanleiding voor het onderzoek was een ophanden zijnde bestemmingsplanwijziging: in de toekomst zouden op het terrein een bedrijfspand (Decathlon) en een hotel (Van der Valk) worden gerealiseerd, alsmede bijbehorende infrastructuur, parkeergelegenheid, een sportveld en nieuwe waterpartijen. De voorgenomen ingrepen waren ten tijde van het onderzoek nog niet definitief vastgesteld. In het kader van de bestemmingsplanwijziging was archeologisch onderzoek noodzakelijk. Volgens het vigerende bestemmingsplan (‘reactieve aanwijzing Gemeente Schiedam - Sportplaza Harga’) was namelijk sprake van een dubbelbestemming met ‘Waarde - Archeologie’, waarbij bodemingrepen dieper dan 50 cm -Mv en een planoppervlak groter dan 200 m², archeologisch onderzoeksplichtig zijn. Op basis van een inventariserend veldonderzoek (karterende fase) werden in het plangebied twee vindplaatsen verwacht, respectievelijk daterend uit de IJzertijd en de LateMiddeleeuwen. De vindplaats(en) werden verwacht in het zuidoostelijke deel van het plangebied, dat als onderzoeksgebied voor het proefsleuvenonderzoek is gehanteerd. </p><p>Methode In het plangebied zijn twee proefsleuven aangelegd. Onderin de sleuf was het archeologische vlak twee meter breed. De maximale ontgravingsdiepte was (cf. het Programma van Eisen) 2,0 meter -Mv. De oost-westgeoriënteerde werkput (werkput 1) bestond uit twee delen met hiertussen een intact te houden oprit. Vanwege de relatief hoge grondwaterstand is vooraf bronbemaling aangelegd en is tevens een extra vuilwaterpomp ingezet en zijn afwateringsgeultjes gegraven, om een relatief werkbare situatie te verkrijgen. De sleuven zijn trapsgewijs aangelegd om het risico op inklappen van de profielwanden te minimaliseren. Voordat doorgezet werd naar de top van het veen, is in de dekafzettingen een tussenvlak aangelegd om te controleren op het aantreffen van eventuele jongere archeologische waarden. Het uiteindelijke vlak (vlak 2) is aangelegd in de top van het veen, of hoger indien het veen dieper dan 2 m -Mv lag. Vlakken zijn direct gedocumenteerd en sporen zijn - voor zover de situatie dit toeliet - gecoupeerd, gefotografeerd en getekend. Dierlijk bot is zoveel mogelijk vrij getroffeld. Concentraties verbrand bot zijn conform methode Hiddink (2003) vastgelegd (behandeld als mogelijk menselijke crematieresten). Daarnaast zijn monsters verzameld. Het profiel van werkput 1 is praktisch in zijn volledigheid bestudeerd en gedocumenteerd om inzicht te krijgen in de bodemopbouw van het onderzoeksgebied. Alleen de meest oostelijke en meest westelijke hoeken zijn gedocumenteerd met behulp van een profielkolom. In aanvulling hierop heeft drs. T. Nales (fysisch geograaf) in het centrale deel van werkput 1, ter hoogte van de archeologische waarden, vijf boringen gezet met een gutsboor (diameter 3 cm) om het profiel aan te vullen. Het profiel in werkput 2 is met behulp van drie profielkolommen gedocumenteerd. Hier hoefden geen extra boringen gezet te worden. </p><p>Resultaten Uit de resultaten van de archeologische proefsleuvenonderzoek blijkt dat de archeologische verwachting ten dele is bevestigd. De bodemopbouw komt praktisch naadloos overeen met hetgeen naar aanleiding van de resultaten uit het karterend booronderzoek werd verwacht. Zo zijn aan de westzijde van het onderzoeksgebied geulafzettingen (van de Harg) aangetroffen, waarnaast een veenbult aanwezig is. Op de veenbult, ongeveer ter hoogte van de top van de natuurlijke verhoging, zijn behoudenswaardige (nederzettings-)resten uit de (Midden-/Late-)IJzertijd aangetroffen. Het vermoeden bestaat dat de houten palenrij het restant is van een huisplattegrond uit deze periode. Nales vermoedde - op basis van de resultaten van het vooronderzoek - dat de vindplaats uit de IJzertijd zich op de zuid(west-)flank van de veenbult (of zoals Nales het omschreef: een ‘schiereiland’ van veen) zou concentreren. Hoewel het niet volledig is vastgesteld (door de ligging/oriëntatie van de proefsleuven), lijkt het erop dat de archeologische waarden zich ook ten noorden hiervan, op de hogere delen van de veenbult in het onderzoeksgebied uitstrekken. De verwachte vindplaats uit de Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd is niet als zodanig aangetroffen. Er zijn wel een greppel/sloot, een dierbegraving en een (paal)kuil uit de Late-Middeleeuwen aangetroffen. Het proefsleuvenonderzoek heeft naast antwoorden ook enkele vragen opgeleverd. Behoort de palenrij tot een huisplattegrond uit de IJzertijd? Ook is nog onduidelijk hoe oud de Harg voor wat betreft zijn oorsprong daadwerkelijk is. Heeft deze in de IJzertijd reeds gestroomd?</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-12-05



