Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van een bedrijfspand aan de Egelweg 5 te Uden, gemeente Uden
收藏DANS Data Station Archaeology2023-01-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/OY0VVL
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek verricht met betrekking tot een plangebied aan de Egelweg 5 te Uden, gemeente Uden. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 0,5 ha en is deels bebouwd, deels in agrarisch gebruik. Heereco V.O.F. is voornemens op deze locatie een bedrijfspand (champignonkwekerij) te realiseren. Voor de fundering zal eerst de bovengrond worden afgegraven tot ca. 30-40 cm, waarna een stabilisatielaag wordt aangebracht. Vervolgens zal een staalconstructie op poeren worden aangelegd, waarbij het totale oppervlak van de poeren waarschijnlijk net de 250 m2 zal overschrijden (mogelijk rond 300 m2). Op de staalconstructie zal een vloer in het zand worden aangelegd, op de hoogte van het huidige maaiveld. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in het kader van de omgevingsvergunning in kaart gebracht te worden of zich binnen het plangebied behoudenswaardige archeologische waarden (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. Gezien de aard van de ingrepen (nieuwbouw) kunnen de geplande ingrepen mogelijk tot in het relevante archeologisch niveau reiken. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een lage archeologische verwachting. Op de bodemkaart en verstoringsbronnenkaart is het plangebied als vergraven aangeduid. Dit beeld komt niet terug op de ontgrondingenkaart van de provincie. Waarschijnlijk is het gebied als vergraven aangeduid vanwege de ruilverkavelingen van het gebied waarbij sloten zijn gedempt en aangelegd en de Egelweg is verlegd. De huidige hoogte van het maaiveld is vergelijkbaar met die op historisch kaartmateriaal van vóór de ruilverkaveling van het gebied. Toch geeft het bureauonderzoek geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Een eventueel vervolgonderzoek bestaat doorgaans uit een verkennend booronderzoek om de bodemopbouw en de mate van verstoring te toetsen. Onderzoeken in de omgeving geven aan dat het gebied te nat is geweest voor bewoning, en dat er verstoring is opgetreden, waarschijnlijk door agrarisch gebruik. Een booronderzoek wordt in dit geval weinig zinvol geacht, gezien de lage verwachting op het aantreffen van archeologische sporen van bewoning. De kans op het aantreffen van archeologische resten behorend bij een beekdal is weliswaar aanwezig, maar wordt eveneens als laag ingeschat. Een booronderzoek is bij een dergelijke verwachting niet de geschikte prospectiemethode. Omdat het plangebied ook niet langs een bekende brug, voorde of historische weg ligt, maar midden in het laaggelegen gebied, wordt een verder vervolgonderzoek (bijvoorbeeld door middel van een archeologische begeleiding) evenmin zinvol geacht. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert daarom geen verder onderzoek. Wel blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Uden, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Uden, om op basis van dit rapport en het daarin verwoorde advies, een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces. Ook wanneer het bevoegd gezag op basis van het vooronderzoek besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht ex. Artikel 5.10 Erfgoedwet van kracht.
提供机构:
Vestigia
创建时间:
2022-10-26



