five

Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de aanleg van een voedselbos aan het Doelpad te Maasland, gemeente Midden-Delfland

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-12-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/XU17KC
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan het Doelpad te Maasland, gemeente Midden-Delfland. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2,3 ha, en is momenteel begroeid met bomen en gras. De initiatiefnemer is voornemens op deze locatie een voedselbos te creëren. De ingrepen betreffen de aanleg van paden, een educatie locatie, een dam met duiker, een vlonder, een nieuwe sloot en een waterpartij. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. Voor de paden en de educatie locatie zal het maaiveld worden opgehoogd. De ingrepen voor de dam met duiker zijn beperkt; het betreft een puntlocatie waar zal worden opgehoogd en een PVC buis zal worden aangelegd. De aanleg van de vlonder heeft geen bodemingrepen tot gevolg. De archeologisch meest relevante ingrepen zijn de aanleg van nieuwe sloten, zie schets bij afbeelding 3, rechtsboven. De nieuwe sloot krijgt een waterpeil op 2,87 m -NAP, met een bodemhoogte van 3,27 m -NAP. Met een maaiveld op ca. 2,5 m -NAP, komt dit neer op een ingreep van 70-80 cm -mv. De waterpartij aan de westzijde krijgt een waterpeil op 2,87 m -NAP, met een bodemhoogte op 3,67 m -NAP. Dit komt neer op een ingreep van ca. 1,1-1,2 m -mv. Op basis van het bureauonderzoek geldt voor de zuidelijke rand van het plangebied vanwege de ligging bij de getij-inversierug van een verlande kreek een middelhoge archeologische verwachting op het aantreffen van bewoningssporen uit de IJzertijd/Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen. Voor het overige deel van het plangebied (perceel 688 en het noordelijk deel van perceel 690 waar de ingrepen gaan plaatsvinden) geldt een lage archeologische verwachting. Opgemerkt dient te worden dat het plangebied mogelijk in de Midden-IJzertijd geschikt was voor bewoning; dit was de periode dat de geulen zorgden voor ontwatering van het veen gebied. Archeologisch zijn eventuele resten van bewoning op het veen uit deze periode lastig te herkennen. Na het inklinken van het gebied is het maaiveld soms tot 4 meter gedaald, waarbij vindplaatsen op het veen vervormd zijn door de vele scheuren in het veen. Sommige vindplaatsen zijn zelfs geheel of gedeeltelijk gedraaid weggezakt in de scheuren. Ervaring leert dat deze zeer lastig zijn op te sporen, en voornamelijk herkenbaar zijn aan vondsten van handgevormd aardewerk. Het gebied is in het verleden uitgebreid gekarteerd; en binnen het plangebied staan in ieder geval geen vondsten geregistreerd. De verwachting op vindplaatsen uit de Late IJzertijd/Romeinse tijd en Late Middeleeuwen op de getij-inversierug is veel duidelijker, en hier zijn vindplaatsen ook veel herkenbaarder. Huisplaatsen uit de Nieuwe Tijd worden op basis van het beschikbare historisch kaartmateriaal niet verwacht. Verder kunnen binnen het plangebied sporen worden aangetroffen van het agrarisch cultuurlandschap uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd (sloten, greppels etc.). Advies. Op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek adviseert Vestigia om de geplande ingrepen (binnen perceel 688 en in het noordelijke deel van perceel 690) vrij te geven. Eventuele vindplaatsen uit de Midden-IJzertijd binnen dit deel van het plangebied zijn lastig op te sporen. Vestigia adviseert hier geen verder onderzoek. In geval er sprake is van planaanpassing waarbij er ook ingrepen zullen plaatsvinden binnen het zuidelijke deel van het perceel 690, dan dient er mogelijk wel nog onderzoek plaats te vinden (zie afbeelding 15). Vestigia adviseert om in een dergelijk geval het inrichtingsplan opnieuw voor te leggen aan het bevoegd gezag. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Midden-Delfland, om op basis van dit rapport en het daarin verwoorde advies, een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces. Ook wanneer het bevoegd gezag op basis van het vooronderzoek besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Midden-Delfland, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift. Het bevoegd gezag, dhr. B. Penning van Erfgoed Delft, heeft per e-mail d.d. 21 maart 2022 aangegeven in te kunnen stemmen met de bevindingen en het advies van het conceptrapport, behoudens enkele aanpassingen die in de definitieve versie van het rapport zijn verwerkt.
提供机构:
Vestigia
创建时间:
2022-03-23
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务