Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (Verkennende fase) Archeologie Heisterboomsdijk 3 te Zelhem, Gemeente Bronckhorst
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-2za-72yj
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in overleg met FarmConsult in opdracht van familie Groot Wassink een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd ten behoeve van de uitbreiding van een ligboxenstal en aanpassing van de contouren van het bouwvlak op het perceel aan de Heisterboomsdijk 3 te Zelhem, gemeente Bronckhorst. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 16.800 m2. Binnen het plangebied is sprake van vier losse en verspreid gelegen onderzoeksgebieden die samen een totale oppervlakte hebben van circa 6.100 m2. De verstoringsdiepte van de nieuwe stal is nog niet bekend maar zal vermoedelijk ca. 2,5 m-mv zijn.Het plangebied heeft op de archeologische beleidsadvieskaart van gemeente Bronckhorst een lage archeologische verwachting (AWV-categorie 9). Archeologisch onderzoek is volgens de beleidskaart van de gemeente Bronckhorst derhalve verplicht bij bodemingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 30 cm-mv. In het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Bronckhorst’2 heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2, waarbij archeologisch onderzoek verplicht is bij bodemverstorende activiteiten van 1.000 m2 en dieper dan 40 cm-mv. Aangezien het bestemmingsplan het meest recent is, is dit beleid leidend.Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens in het gemeentelijk archeologiebeleid van 1.000 m2 en dieper dan 40 cm is derhalve archeologisch onderzoek noodzakelijk, dat tenminste bestaat uit een bureau- en een verkennend booronderzoek, conform het Normblad archeologisch vooronderzoek (versie 1.2), de BRL SIKB 4002 en 4003 en de KNA 4.0. De archeologische verwachting dient in eerste instantie getoetst te worden met een verkennend bodemonderzoek. Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek dient aangetoond te worden dat met de geplande nieuwbouw geen archeologische waarden verstoord worden.Conclusie bureauonderzoek Het bureauonderzoek toont aan dat er een middelhoge kans is op archeologische waarden in het plangebied vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Er is een gerede kans op een bodemverstoring tot in het archeologisch waardevol niveau door de bewerking van de grond tot een diepte van 0,50 m-mv. Het dekzand komt in de omgeving van het plangebied vanaf het maaiveld voor.Conclusie booronderzoek Het verkennend booronderzoek toont aan dat de bodemopbouw binnen de vier onderzoeksgebieden grotendeels verstoord is tot in het dekzand van het Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel. Het ongeroerde dekzandpakket wordt aangetroffen op een diepte variërend van 25 cm-mv tot 95 cm-mv. Onderzoeksgebieden 3 en 4 hebben beiden één boring waarin een deels intacte bodemopbouw is aangetroffen. Het gaat hier om een intacte veldpodzol die vanaf 50-60 cm-mv wordt aangetroffen en vervolgens geleidelijk overgaat in dekzand op een diepte tussen 70-90 cm-mv. Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.Selectieadvies Vanwege het grotendeels ontbreken van de natuurlijke bodemopbouw en het ontbreken van archeologische cultuurlagen en archeologische indicatoren adviseren wij om alle vier onderzochte deelgebieden vrij te geven voor ontwikkeling. Ondanks de aanwezigheid van de natuurlijke bodemopbouw in één boring in zowel onderzoeksgebied 3 als 4 adviseren om deze onderzoeksgebieden vrij te geven voor ontwikkeling, omdat veldpodzolen zich doorgaans ontwikkelen in relatief natte gebieden die daardoor minder geschikt waren voor permanente bewoning. Daarnaast ontbreken in deze boringen ook de verwachtte archeologische lagen en indicatoren. Tevens adviseren wij om, daar waar dit nog niet het geval is, de middelmatige archeologisch verwachting op de beleidskaart bij te stellen naar laag met als indicatie ‘verstoord’.Selectiebesluit Het rapport en het selectieadvies zijn op 7 februari 2018 beoordeeld door het bevoegd gezag en diens adviseur, regionaal archeoloog dhr. drs. D. Kastelein (Zaaknummer 2018EA0106).De heer Kastelein stemt in met het advies van Hamaland wat betreft de conclusie dat in verband met het ontbreken van archeologische indicatoren en de relatief lage ligging van het onderzoeksgebied wordt aanbevolen het plangebied vrij te geven ondanks dat er in twee boringen sprake was van een grotendeels intact natuurlijk bodemprofiel. De heer Kastelein onderschrijft deze opvatting en acht evenals de auteurs vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Het plangebied kan worden vrijgegeven. Archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk..De heer Kastelein adviseert de gemeente Bronckhorst om met dit advies in te stemmen.Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Voor toevalsvondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. Art. 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Opdrachtgever verplicht de aannemer(s) dan ook om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de graafwerkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten zo spoedig mogelijk te melden bij de Minister van OCW, vertegenwoordigd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort, Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Bronckhorst (de heer W. Hagens) hierover direct te informeren.
创建时间:
2024-01-31



