five

Bureauonderzoek Verzwaring MS-ring Kleinloolaan e.o. te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse Heuvelrug

收藏
DataCite Commons2026-04-20 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/N5BYCB
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van Van den Heuvel Aannemingsbedrijf is door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de verzwaring van de MS-ring in de omgeving van de Kleinloolaan in Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse Heuvelrug. Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2). Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. • Waar kunnen (eventuele) archeologische resten zich bevinden? • Welke verschijningsvorm kunnen deze hebben? Binnen grote delen van het tracé zijn reeds kabels en leidingen aanwezig. Deze hebben de ondergrond in dit gebied reeds verstoord waardoor ter plaatse geen intacte archeologische resten meer te verwachten zijn. Enkel voor de tracédelen waar nog geen kabels en leidingen liggen, geldt mogelijk nog een verwachting. Op de gordeldekzandwelvingen in het gebied geldt een hoge verwachting op bewoningsresten vanaf het paleolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Dit wordt ook bevestigd door de aanwezigheid van de enkele vindplaatsen in deze zone. In de late middeleeuwen en nieuwe tijd werden de gordeldekzandwelvingen in gebruik genomen als landbouwgronden en daarbij werd een afdekkend esdek ontwikkeld, dat (indien dik genoeg) als een beschermde buffer fungeert voor eventueel onderliggende vindplaatsen. In de vlakte met deels verspoelde dekzanden komen poldervaaggronden en beekeerdgronden voor. Deze bodems zijn over het algemeen gevormd onder natte omstandigheden. Deze zone was derhalve gedurende lange tijd niet aantrekkelijk voor bewoning. Pas vanaf de late middeleeuwen worden deze zones ontgonnen. Vermoedelijk verliep deze ontginning vanuit de reeds bewoonde gebieden steeds verder in westelijke richting. Hier zijn dus voornamelijk ontginningssporen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd te verwachten, alsook resten van bewoning vanaf deze perioden. Eerdere onderzoeken in deze zone bevestigen dit beeld. De verwachting hierop is middelhoog tot laag (globaal van oost naar west). • Is verder onderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke vorm van onderzoek is voor deze locatie het meest geschikt? Binnen tracédelen waar op basis van de KLIC(oriëntatie)meldingen reeds kabels en leidingen aanwezig zijn, is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Voor tracédelen die uitgevoerd worden door middel van een gestuurde boring (HDD) geldt dat hier nauwelijks of zelfs geen verstoring plaats vindt. Derhalve is vervolgonderzoek hier ook niet nodig. Voor de zones met een lage verwachting is evenmin vervolgonderzoek noodzakelijk. Hiervoor wordt de AMZ-cyclus afgesloten. In de overige delen van het plangebied geldt een hoge en middelhoge kans op het aantreffen van archeologische resten. Gezien het versnipperde karakter van deze delen lijkt het niet haalbaar en zinvol om in al deze delen vervolgonderzoek uit te voeren. Daarom wordt in overleg met het bevoegd gezag bepaald, welke zones de meest kansrijke zijn en zal het vervolgonderzoek zich focussen op deze zones. Ook de aard van dit onderzoek zal in overleg met het bevoegd gezag verder worden bepaald. Het advies is afgebeeld op een advieskaart (Afbeelding 14). Dit is een advies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Ook voor (delen van) plangebieden waarvoor de AMZ-cyclus wordt afgesloten, bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-03-24
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务