five

Archeologisch onderzoek Naardermeer Fase 2 te Weesp, gemeente Amsterdam

收藏
DataCite Commons2024-07-09 更新2024-07-13 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/VS0JEX
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van de provincie Noord-Holland heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd naar de locatie Naardermeer te Weesp, gemeente Amsterdam (zie bijlage 1). De aanleiding voor dit onderzoek zijn de geplande werkzaamheden die bestaan uit het verwijderen en plaatsen van nieuwe kunstwerken, het aanbrengen van peilscheidingen en het graven van nieuwe watergangen (zie bijlage 1). Bij het graven van de watergangen zal de bodem tot 1,6 m onder maaiveld worden geroerd. In de top van het dekzand kunnen archeologische resten worden verwacht daterend van het Laat-Paleolithicum tot en met het Laat-Neolithicum (2000 v. Chr.). Na deze periode was het gebied vermoedelijk niet meer bewoonbaar door veengroei en de vorming van het Naardermeer. Uit genoemde periodes kunnen resten van bewoning, zoals nederzettingen en jachtkampjes worden gevonden. Ook kunnen graven aanwezig zijn. De diepteligging van de top van het dekzand varieert rond de 3 m -mv in het plangebied. Vermoedelijk is de regio pas in de periode van de bedijkingen weer bewoonbaar. Voor de periode Bronstijd-Vroege Middeleeuwen geldt derhalve geen archeologische verwachting op bewoningsresten. Vanaf de Late Middeleeuwen kunnen resten van kleinschalige bebouwing worden aangetroffen. Op basis van de geraadpleegde kaarten worden met name resten van molens en erven verwacht. De resten hiervan worden direct aan maaiveld verwacht. De resten zijn vermoedelijk goed bewaard en geconserveerd gebleven door de hoge grondwaterstand en de vermoedelijk beperkte grondbewerkingen die hebben plaatsgevonden. Tijdens het onderzoek zijn 20 handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een guts. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,3 m in de C-horizont en/of tot een maximale diepte van 2 m beneden maaiveld. De boringen zijn gezet in een lijnsegment van om de 50 meter. Samenvattend bestaat de bodemopbouw in dit plangebied over het algemeen uit een bouwvoor op komafzettingen op Naardermeerafzettingen op oever- of crevasseafzettingen op veen op dekzand aangetroffen. Deze opbouw is echter niet in alle boringen als zodanig aangetroffen. Door plaatselijke omstandigheden zijn sommige lagen verspoeld door latere afzettingen of niet afgezet. Vooral van het oorspronkelijke veenpakket is slechts plaatselijk een restant nog aanwezig. In het plangebied zijn stevige komafzettingen aangetroffen van de nabijgelegen rivier de Vecht. Deze afzettingen zijn dikker in het westelijke deel van het plangebied, waar de rivier het dichtst bij is. Onder deze komafzettingen zijn slappe humeuze kleiafzettingen van het Naardermeer aangetroffen. Deze afzettingen dateren uit Romeinse Tijd tot begin Late Middeleeuwen toen de locatie van het Naardermeer meer richting het westen was gepositioneerd. Het Naardermeer is ontstaan doordat er crevasses/oeverwaldoorbraken van de rivier de Vecht zijn geweest in de oostelijke richting. Deze uitbraken hebben het veen weggeslagen en een klein meer gevormd. Door verloop van tijd is het Naardermeer richting het oosten opgeschoven door de wind en golfwerking. Daardoor is het meer gegroeid in de oostelijke richting en hebben zich meerafzettingen afgezet bovenop de vroegere rivierafzettingen van de Vecht. Voor afzettingen van het Naardermeer is er geen verwachting voor bewoningsresten en is er een lage verwachting voor mogelijke losse vondsten aangezien er toentertijd een meer was gesitueerd in het plangebied. Het dekzand is aangetroffen in drie boringen (boringen 1, 4 en 13) op respectievelijk 160 cm, 280 cm en 300 cm onder maaiveld. In alle boringen is er enkel een C-horizont van het dekzand aangetroffen met uitzondering van boring 13. Hier zijn de A-horizont en een B-horizont geobserveerd op 280 cm onder maaiveld. Het dekzand is slechts in één boring afgedekt door het Hollandveen Laagpakket (boring 4). Mogelijk door de afwezigheid van oever- of crevasseafzettingen. Er is een grote kans dat in het overige deel van het plangebied, deze oude rivierafzettingen van de Vecht het Hollandveen Laagpakket hebben verspoeld of weggeslagen. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-07-08
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务