Aanberming Oostdijk en aanleg tijdelijke vaargeulen in het Nijkerkernauw, gemeente Bunschoten. Een archeologische begeleiding
收藏DANS Data Station Archaeology2015-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-29S-Y779
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>De combinatie GMB Civiel - Oldenkamp voert in opdracht van Waterschap Vallei en Veluwe de werkzaamheden uit ten behoeve van het dijkversterkingproject Veiligheid Zuidelijke Randmeren. Tussen Bunschoten-Spakenburg en de Nijkerkersluis wordt over een lengte van circa 3 km de dijk buitendijks door middel van aanberming versterkt. Voor het werk buitendijks werkt de combinatie samen met C.M. Baars & Zn. Ten behoeve van de dijkversterking is aan de waterzijde de voet van de dijk ontgraven voorafgaand aan het aanbrengen van waterbouwsteen. Mogelijke archeologische resten die tegen de oever en de dijk aan liggen konden hierbij in het geding raken. Daarnaast is de dijk per schip benaderd vanaf het water (Nijkerkernauw). Gezien het ondiepe water nabij de dijk zijn hiertoe tijdelijke vaargeulen voor de werkschepen aangelegd, waarbij mogelijk archeologische resten in het geding konden raken. Parallel aan de dijk is een tijdelijke werkgeul met een breedte van circa 6 meter gerealiseerd. Daarnaast zijn binnen de gemeente Bunschoten drie tijdelijke aanvoergeulen dwars op de dijk gegraven met een breedte van circa 10 meter. Deze geulen sloten aan op de bestaande vaargeul, waardoor vaartuigen met aan te voeren materialen de dijk beter konden benaderen. Voor het verkrijgen van voldoende diepgang voor de vaartuigen is de waterbodem maximaal 60 cm uitgegraven tot circa 120 cm onder het wateroppervlak (oftewel -1,6 m NAP).1 In het kader van de werkzaamheden is een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) Opwater uitgevoerd door middel van side scan sonar 2 en magnetometer.3 Omdat het met gangbare geofysische methoden voor waterbodemonderzoek, zoals side scan sonar en multibeam, geen volledig afgedekte wrakken kunnen worden opgespoord is de kans op het aantreffen van een scheeps- of vliegtuigwrak nooit volledig uit te sluiten. Met behulp van de resultaten van het magnetometeronderzoek kon wel worden bepaald op welke plekken ijzerhoudend materiaal in de bodem aanwezig was, maar niet wat de exacte massa en diepteligging van dit materiaal was en ook niet wat de omvang of de aard van het ijzerhoudende materiaal was. Daarom is door de gemeente Bunschoten gekozen voor een Archeologische Begeleiding van het werk. Hiervoor is een Programma van Eisen opgesteld.4 Doel van de Archeologische Begeleiding was enerzijds het veiligstellen van archeologische resten die worden aangetroffen tijdens de uitvoering van het werk en die niet aan het licht zijn gekomen tijdens het vooronderzoek, en anderzijds het toetsen en aanvullen van het gespecificeerd verwachtingsmodel. Voor het plangebied gold een verwachting op het aantreffen van wrakken of wrakresten van schepen uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd en vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog. Dit rapport heeft alleen betrekking op de resultaten van de actieve Archeologische Begeleiding ter hoogte van en in het kader van zowel de aanberming als de te graven tijdelijke vaargeulen, alsmede de passieve begeleiding van de te graven vaargeulen in opdracht van de combinatie GMB Civiel – Oldenkamp / C.M. Baars & Zn (Vestigia projectnummer V15-3086). De resultaten van de passieve Archeologische Begeleiding (inclusief visuele inspecties) ter hoogte van en in het kader van de te realiseren aanberming in opdracht van het Waterschap Vallei en Veluwe (Vestigia projectnummer V15-3002) zijn vervat in rapport V1328. Bij de archeologische begeleiding is sterk vergaan ijzeren plaatmateriaal aangetroffen ter hoogte van sonarcontacten 65 en 66. Deze sonarcontacten waren waargenomen tijdens het IVO Opwater.6<br>In het kader van de in opdracht van het Waterschap Vallei en Veluwe uitgevoerde passieve archeologische begeleiding van de grondroerende werkzaamheden ter hoogte van en in het kader van de buitendijkse<br>aanberming waren deze sonarcontacten al visueel geïnspecteerd.7 Dit heeft geleid tot een Inventariserend Veldonderzoek Onderwater Verkennend.8 Hierbij zijn enkele losse balken aangetroffen die behoord<br>hebben tot een scheepsconstructie, alsmede een grote hoeveelheid bakstenen, waarvan sommige met brandsporen. Dit heeft geleid tot de hypothese dat op of nabij deze locatie een schip in brand is gestoken<br>en is afgezonken. De scheepsresten zijn gedateerd aan het eind van de negentiende of het begin van de twintigste eeuw. De resten zijn geborgen, gedocumenteerd en gedeselecteerd. Om deze reden is het sterk<br>vergane ijzeren plaatmateriaal dat bij onderhavige archeologische begeleiding is aangetroffen niet meegenomen uit het veld. Verder zijn nog enkele losse vondsten gedaan (aardewerk, baksteen, dierlijk bot) en twee recente metalen sloepen (niet archeologisch) aangetroffen. De vondsten zijn verzameld, de sloepen niet. Al met al hebben de resultaten van de archeologische begeleiding niet geleid tot vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ).</p>
提供机构:
Vestigia BV
创建时间:
2015-01-01



