five

`Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Burg. van der Feltzlaan 4 te Epe, gemeente Epe

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-12-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/JEZBQO
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Burgemeester van der Feltzlaan 4 te Epe, in de gemeente Epe (kaart 1; afbeelding 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 0,6 ha en is gelegen ten noordwesten van de kern van Epe. Lengkeek architecten en ingenieurs bv is betrokken bij de (her)ontwikkeling van het plangebied. Men is voornemens de huidige bebouwing te slopen en te vervangen door nieuwbouw (afbeelding 2). Van de footprint van het nieuwe gebouw valt ca. 775 m2 binnen de omtrek van de bestaande bebouwing, ca. 680 m2 valt in principe in (vermoedelijk) ongeroerde grond. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning in kaart te worden gebracht of er archeologische waarden in het geding zijn. Gezien de aard van de ingrepen (nieuwbouw met aanleg fundering) zullen de ingrepen naar verwachting tot in het archeologisch niveau reiken. Het plangebied is op basis van de beschikbare landschappelijke gegevens een aantrekkelijk gebied geweest voor menselijke bewoning en activiteit, in principe vanaf de vroege prehistorie. In de directe omgeving zijn vondsten gedaan die in ieder geval aangeven dat er sprake was van menselijke aanwezigheid vanaf het Neolithicum/Bronstijd. Uit deze periode zijn enkele grafheuvels bekend, wat betekent dat in de omgeving ook nederzettingsresten te verwachten zijn. De mogelijke resten uit de periode vanaf het Neolithicum - Late Middeleeuwen kunnen mogelijke archeologische resten bestaan uit sporen van paalkuilen, afvalkuilen, grafheuvels, en sporen van verkaveling en landgebruik in de vorm van sloten en greppels, en vondsten van aardewerk. De diepteligging van de sporen hangt samen met de aanwezigheid en de dikte van een plaggendek. Bij de aanwezigheid van een plaggendek kunnen de sporen tussen 30 cm-mv of minder en 50 cm-mv aangetroffen worden in de top van het dekzand. Bij afwezigheid van een plaggendek kunnen sporen direct vanaf het maaiveld aangetroffen worden. Vanaf de ontginningen in de Late Middeleeuwen tot in de Nieuwe tijd bevonden zich plaatselijk kleine boerderijplaatsen in de omgeving van het plangebied. Er zijn op basis van historisch kaartmateriaal echter geen aanwijzingen aangetroffen voor bewoning van het plangebied in de Nieuwe Tijd ouder dan ca. 1900, maar dit kan ook niet geheel worden uitgesloten. Advies. Op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uit te voeren om de archeologische verwachting te toetsen, en de mate van intactheid/erosie. Het gaat dan met name om het al dan niet aanwezig zijn van een conserverend dek, in combinatie met een intacte podzol, en het in kaart brengen van de verstoringen binnen het plangebied. Geadviseerd wordt om minimaal 6 boringen te zetten in een verspringend grid, met in ieder geval enkele boringen binnen of direct naast de locatie van de geplande verstoring, voor zover de bestaande bebouwing/verharding het toelaat. De boringen dienen te worden gezet met behulp van een edelmanboor diameter 7 cm, tot minimaal 30 cm in de top van de ongeroerde C-horizont, welke op een diepte van ongeveer 1,20 meter beneden maaiveld verwacht wordt. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Epe, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces. Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Epe, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift. De adviseur van het bevoegd gezag, dhr. H.G. Pape-Luijten, regio-archeoloog Stedendriehoek, heeft op 13 mei 2021 namens de gemeente Epe een selectiebesluit opgesteld. Hierin wordt aangegeven dat de gemeente het advies van Vestigia onderschrijft. “In het plangebied dient een verkennend booronderzoek te worden uitgevoerd, conform de gemeentelijke handreiking voor bureau- en verkennend booronderzoek. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek neemt de gemeente Epe een nieuw selectiebesluit. Totdat het plangebied middels een selectiebesluit is vrijgegeven door de gemeente Epe is het niet toegestaan om civiele bodemingrepen van welke aard dan ook uit te voeren in het plangebied.“
提供机构:
Vestigia
创建时间:
2021-06-23
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务