five

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek in de wijk Jerusalem, gemeente Nijmegen

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zhq-857z
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van gemeente Nijmegen heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) begin 2021 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (Inventariserend Veldonderzoek; IVO-O) uitgevoerd in het plangebied in de wijk Jerusalem te Nijmegen. Aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen renovatie van de wijk. Bij de daarbij behorende graafwerkzaamheden zal de bodem tot een nog onbekende diepte worden verstoord. Hierdoor zullen eventueel aanwezige archeologische resten mogelijk verloren gaan. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. Doel van het verkennend inventariserend veldonderzoek is het toetsen van deze gespecificeerde archeologische verwachting en het aanvullen of wijzigen daarvan. Tot slot heeft het onderzoek als doel een advies te formuleren over welke maatregelen dienen te worden getroffen in het plangebied in het kader van de gemeentelijke archeologische monumentenzorg. Ten behoeve van het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische waarden, alsmede over geologische, bodemkundige en historisch-geografische kenmerken van (de omgeving van) het plangebied. Tijdens het booronderzoek zijn in totaal 39 boringen gezet. De boringen zijn tot ten minste 30 cm in de C-horizont gezet en uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn digitaal beschreven door een senior KNA-prospector en na afloop met een GPS in het nationale coördinatenstelsel ingemeten, met een nauwkeurigheid van <2,5 cm. Op basis van het bureauonderzoek en het booronderzoek geldt voor het gehele plangebied een lage verwachting op resten uit de vroege prehistorie en vroege middeleeuwen, een middelhoge verwachting op resten uit de late prehistorie, late middeleeuwen, nieuwe tijd en Tweede Wereldoorlog en een hoge verwachting op resten uit de Romeinse tijd. De resten bevinden zich vermoedelijk vanaf 0,70 m -mv (late middeleeuwen en later, plus vondsten uit oudere perioden) of 0,90 m -mv (sporen vanaf de prehistorie t/m vroege middeleeuwen). Geadviseerd wordt om hiermee rekening te houden bij de planvorming of plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. In dit geval gaat het dan om het beperken van grootschalige bodemingrepen tot 0,70 m -mv. Daarnaast zouden graafwerkzaamheden voor kabels en leidingen, waaronder het riool, beperkt moeten blijven tot de sleuf van de reeds bestaande kabels en leidingen. De ondergrens van 0,70 m -mv is gebaseerd op de verwachting op relatief grote sporen als off-site sporen van akkerbouw uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd, schuttersputten, dumpkuilen en eventuele losse vondsten uit oudere perioden vanaf deze diepte. De meer kwetsbare sporen uit de prehistorie t/m de vroege middeleeuwen bevinden zich ca. 0,20-0,30 m dieper en zijn zo beschermd door een bufferlaag zonder dat onnodig strenge beperkingen hoeven te worden opgelegd voor het gehele plangebied. Indien inpassing of planaanpassing niet mogelijk is, zou de volgende stap in het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) zijn om eventueel aanwezige archeologische resten in kaart te brengen (karteren) en te waarderen in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Het is echter de vraag of dit om praktische redenen haalbaar is. Het alternatief is dat bodemingrepen dieper dan 0,7 m -mv in de vorm van een archeologische opgraving worden uitgevoerd.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务