five

Westwijk Zuidoost Cluster 8, Amstelveen, Gemeente Amstelveen

收藏
DANS Data Station Archaeology2011-09-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZD4-DMFQ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Gemeente Amstelveen heeft archeologisch onderzoeksbureau Becker & Van de Graaf bv in april 2011 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO) verkennende fase door middel van boringen uitgevoerd op de locatie Westwijk Zuidoost Cluster 8 in Amstelveen, gemeente Amstelveen. De aanleiding voor dit onderzoek is een wijziging van het bestemmingsplan ten behoeve van de bouw van een woonwijk. Graafwerkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling zullen zorgen voor een bodemverstoring tot een diepte van maximaal 2,0 m beneden maaiveld. De kans bestaat dat eventueel aanwezige archeologische waarden hierdoor verstoord dan wel vernietigd zullen worden. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied gelegen is binnen het westelijk veengebied van Nederland. Gedurende het Atlanticum en Vroeg-Subboreaal (circa 5.900 tot 3.750 voor Chr.) lag Amstelveen in een uitgestrekt waddengebied. In deze periode hebben mogelijk kreeksystemen bestaan die later hoog in het landschap liggende kreekruggen kunnen zijn geworden. Deze eventuele kreekruggen vormden mogelijk bewoonbare plaatsen gedurende het Midden- en Laat-Neolithicum. Dit blijkt ook uit de archeologische beleidskaart van de gemeente Amstelveen. Na de sluiting van het strandwallensysteem vanaf het Midden-Subboreaal (Midden-Neolithicum) veranderde het waddengebied in een lagune. Hierdoor vormde zich een dik veenpakket waarop wederom menselijke activiteit kan hebben plaatsgevonden. Men begon zich vanaf de IJzertijd op de randen van het veengebied te vestigen. Resten uit de Bronstijd worden daarom niet verwacht in dit gebied. Op basis van de geomorfologische kaart is het plangebied gelegen op een vlakte van getijafzettingen. De bodemkaart toont aan dat binnen het plangebied sprake is van leek- of woudeerdgronden bestaande uit klei. Deze kaarten laten zien dat het plangebied in een verveend gebied ligt. Deze vervening kan op basis van historische bronnen worden bevestigd. Op historisch kaartmateriaal is te zien dat de vervening gedurende de tweede helft van de 17de eeuw en de eerste helft van de 18de eeuw heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat alle eventueel aanwezige archeologische resten op het veen verwijderd zijn. Na de vervening werd het plangebied opgenomen in het Legmeer. Dit meer werd rond 1870 drooggelegd, waarna het plangebied alleen dienst heeft gedaan als weiland, met uitzondering van de Tweede Wereldoorlog toen een Duits luchtafweergeschut hier gestationeerd was. Op basis van deze gegevens kunnen in het plangebied alleen nog middenneolithische en laatneolithische resten voorkomen in de top van mogelijk aanwezige kreekruggen in de ondergrond. Het is onbekend hoe diep deze kreekruggen in de ondergrond kunnen voorkomen. Dit komt doordat de kreekruggen nog onder een laag restveen kunnen liggen of onder een laag kreekafzettingen. Het veldonderzoek heeft bevestigd dat het plangebied in het verleden geheel verveend is geraakt. Dit betekent dat eventueel aanwezige archeologische resten vanaf de IJzertijd verdwenen zijn. Daarnaast is uit het veldonderzoek gebleken dat er geen kreekruggen aanwezig zijn in de ondergrond van het plangebied. Archeologische resten uit het Midden- en Laat-Neolithicum zijn daarom zeer waarschijnlijk niet aanwezig in de ondergrond. Dit betekent dat er in het algemeen een lage verwachting is op archeologische resten in de ondergrond van het plangebied. Op basis van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek bestaat er een lage verwachting op archeologische resten in de ondergrond. Er wordt daarom geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren in het plangebied. Eventueel kan over dit advies overleg gevoerd worden met de bevoegde overheid.</p>
创建时间:
2011-09-21
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务