five

Karterend Booronderzoek Archeologie en Detectoronderzoek Plangebied Van Tienhovenlaan 7 te Velp Gemeente Rheden

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xcs-up3w
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Dhr. J. Thijsse & Mw. M. Brouwer te Velp een Karterend booronderzoek en een (metaal)detectieonderzoek uitgevoerd voor de vervangende nieuwbouw van een woning aan de Van Tienhovenlaan 7 te Velp. De omvang van de geplande nieuwbouw bedraagt 890m2 en het oppervlak van de nieuwe bodemverstoring bedraagt 303 m2. De planontwikkeling bevindt zich in het stadium van aanvraag van de omgevingsvergunning. Het plangebied ligt volgens de archeologische waardenkaart van de gemeente Rheden (2013) in een gebied met een hoge archeologische waarde. Het beleid van de gemeente Rheden voor dergelijke gebieden is dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is als het bruto-verstoringsoppervlak meer dan 100 m2 en de verstoringsdiepte meer dan 30 cm-mv bedraagt. Voor de geplande ontwikkeling is daarom een archeologische onderzoek noodzakelijk.Conclusie BureauonderzoekOp basis van het in 2013 door de regioarcheoloog (Habraken, 2013) uitgevoerde bureauonderzoek is geconcludeerd dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van periode bronstijd–Romeinse tijd, vroege- en volle middeleeuwen. Het voorkomen van oudere of jongere resten wordt niet uitgesloten. De verwachting op archeologische resten uit de periode vanaf de late middeleeuwen is laag. De verwachting op het aantreffen van resten die te maken hebben met de Duitse stelling uit 1945 zijn hoog.Het ingraven van de olietank zal zeer waarschijnlijk het mogelijk aanwezige bodemarchief ter plaatse van de huidige toegangsweg hebben verstoord. Ook de bouw van de villa in 1957 heeft voor een bepaalde mate van bodemverstoring gezorgd. In dit verband wordt gemeld dat onder de vloer van de huiskamer graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden tot 65 cm beneden peil. De plaatsen waar het huis is gefundeerd, zullen eveneens verstoord zijn. Voor andere delen binnen het plangebied zijn echter geen duidelijke aanwijzingen voor grondverstoring. Bovendien kunnen archeologische sporen en vondsten nog onder deze eventueel aanwezige recente verstoringen aanwezig zijn.Aanbeveling vervolgonderzoek Om de mogelijk aanwezige verstoringen in kaart te brengen en tegelijkertijd een eventueel aanwezige vindplaats op te sporen, dient voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden een karterend booronderzoek uitgevoerd te worden. Omdat er een hoge verwachting is op resten uit de Tweede Wereldoorlog dient tegelijkertijd met het booronderzoek een metaaldetectoronderzoek te worden uitgevoerd; verwacht wordt dat resten uit deze periode met name aanwezig zijn in de bovenste bodemlagen en bestaan uit metalen. De locatie van de ondergrondse olietank dient bij het onderzoek vermeden te worden. Het archeologisch booronderzoek en detectoronderzoek dient te worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd archeologiebedrijf. Dit KNA conforme karterende booronderzoek en het metaaldetectoronderzoek zijn uitgevoerd door Hamaland Advies. In het totaal zijn in relatie tot de totale omvang van het plangebied minimaal 5 boringen worden gezet. De boringen (ø 15 cm) worden zoveel mogelijk in een driehoeksgrid geplaatst en zullen tot 25 cm in de ongeroerde grond worden doorgezet.Conclusie veldonderzoekIn het plangebied zijn de op basis van het bureauonderzoek verwachte moderpodzolgronden en holtpodzolgronden op grindrijke gestuwde afzettingen niet aangetroffen. Wel is sprake van een dekzandpakket waarop in de volle middeleeuwen en de nieuwe tijd een oud plaggendek is gevormd. Dit gemiddeld circa 50 cm dikke plaggendek is ontstaan als gevolg van jarenlange bemesting met potstalmest. Er is sprake van een hoge bruine enkeerdgrond. Deze eerdlaag wordt afgedekt door een subrecent geroerde menglaag van geelbruin zand.Waarschijnlijk is deze laag opgebracht t.b.v. de tuininrichting na de bouw van de bestaande bungalow. De menglaag wordt afgedekt door teeltaarde en een graszode of betonklinkers (ter plaatse van het terras). De veronderstelde aanwezigheid van een FLAK-stelling uit de Tweede Wereldoorlog kon niet worden bevestigd met behulp van het metaaldetectieonderzoek. Daarmee kan de hoge verwachting voor vindplaatsen uit WOII bijgesteld worden naar laag. Wel is in het plaggendek een scherf handgevormd ijzertijdaardewerk aangetroffen. Deze indicator is waarschijnlijk door eerdere grondbewerking (ploegen of spitten) vanuit de top van het dekzandpakket in de eerdlaag terecht gekomen. Op basis van deze indicator wordt verondersteld dat in of nabij het plangebied sprake is van een archeologische vindplaats (nederzetting, erf) uit de ijzertijd. De hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwende samenlevingen vanaf de bronstijd kan hiermee gehandhaafd worden. De exacte omvang en aard van de vindplaats zijn (nog) niet bekend. Op grond van het vervolgonderzoek door middel van een Archeologische Begeleiding conform KNA protocol Opgraven dient vastgesteld te worden wat de precieze omvang, kwaliteit en horizontale en verticale begrenzing is van de vindplaats.SelectiebesluitDe resultaten en aanbevelingen uit dit rapport zijn op 15 mei 2014 getoetst en onderschreven door het bevoegd gezag, gemeente Rheden en diens adviseur, de Regionaal Archeoloog van Regio Arnhem (drs. J. Habraken). De aanleg van de bouwput(ten) dient te gebeuren onder archeologische begeleiding conform protocol opgraven. In de praktijk komt dat er op neer dat de bouwput op aanwijzing van een archeoloog dient te worden aangelegd. Voor het onderzoek is een door de gemeente Rheden goedgekeurd Programma van Eisen noodzakelijk. Het PvE kan desgewenst door de regioarcheoloog worden opgesteld. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de regioarcheoloog (drs. J. Habraken).
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务