five

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek op een locatie aan de Mauritsweg te Stein

收藏
DANS Data Station Archaeology2009-02-05 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZMU-BK24
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In juni en juli 2008 is in opdracht van Grouwels-Daelmans Vastgoed C.V. door Advies- en Ingenieursbureau Oranjewoud BV een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Mauritsweg te Stein.<br>Opdrachtgever wil de locatie, een gebied van ca. 3.300 m² in het oosten van de kern Stein, te herontwikkelen voor woningbouw. Deze herontwikkeling bestaat uit de realisatie van een bouwkavel aan de wegzijde van het perceel en tevens 8 patiowoningen op het binnenterrein. In het vigerende bestemmingsplan is de voorgenomen ontwikkeling niet toegestaan. Om de strijdigheid weg te nemen dient een vrijstellingsprocedure ex artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) te worden doorlopen. Bij de ruimtelijke onderbouwing in het kader van deze procedure moeten ook de archeologische waarden in het gebied worden onderzocht. Hiertoe is een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen uitgevoerd.<br>Op basis van de reeds bekende waarnemingen blijkt dat de omgeving van Stein een lange bewoningsgeschiedenis kent. In het Steinderbos zijn resten gevonden van bewoning uit het Vroeg Neolithicum (Lineair Bandkeramiek). Ook zijn in de nabije omgeving van het plangebied zijn crematieresten uit de Late Bronstijd tot en met de IJzertijd aangetroffen. <br>Het plangebied ligt binnen een afstand van 500 meter van een droogdal. Op basis hiervan geldt voor het plangebied derhalve een hoge verwachting. Terreinen met een hoge verwachting liggen in zones van het landschap waar de meeste archeologische vindplaatsen verwacht mogen worden. Dit houdt in dat in deze delen van de gemeente bij voorgenomen bodemverstorende activiteiten in principe Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven wordt aangeraden (Van Wijk & Van Hoof, 2005). Incidenteel kan in eerste instantie ook worden volstaan met boringen.<br>Er is geadviseerd eerst een verkennend booronderzoek uit te voeren om vast te stellen of sprake is van een intact bodemprofiel, de aanwezigheid van colluvium of juist een geërodeerd oppervlak. Indien er sprake is van een geërodeerd oppervlak of een verstoord bodemprofiel, is de kans groot dat ook eventuele archeologische waarden zijn verdwenen. Wanneer een dik colluviumpakket wordt aangetroffen, kunnen eventuele vindplaatsen voldoende zijn afgedekt om niet door de voorgenomen plannen te worden verstoord. In deze gevallen zal een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven niet noodzakelijk zijn. Een (verkennend) booronderzoek op de lössgronden is echter niet geschikt de aan- of afwezigheid van een vindplaats aan te tonen.<br>Uit het vervolgens uitgevoerde booronderzoek blijkt de volgende bodemopbouw. De bouwvoor is sterk grind- en puinhoudend en is ca. 20-30 cm dik. Hieronder ligt een ophogingslaag van tussen de 10 en 35 cm dik, bestaande uit zeer grof grind. Onder deze ophogingslaag ligt een dik pakket aam lössafzettingen. In 4 boringen is een bruine laag aangetroffen met iets meer klei erin dan de bovenliggende en onderliggende lagen. Het gaat hier naar alle waarschijnlijkheid om een inspoelingshorizont (B-horizont). De dikte van de B-horizont in het plangebied varieert van 25 tot 35 cm. In de boringen die tot een diepte van 300 cm -mv zijn gezet is de top van het Maasterras bereikt (fluviatiele afzettingen). De top van dit zandige pakket ligt op een diepte van 260-280 cm -mv (ca. 55,15-55,70 m +NAP). Het gaat om zeer fijn, zwak grindig en matig leemhoudend zand.<br>De aanwezigheid van een B-horizont in elk geval vier boringen en de diepte van de top van de terrasafzettingen, wijst erop dat binnen het plangebied nauwelijks erosie heeft plaatsgevonden. De inpandige boring geeft aan dat direct onder de vloer een zandpakket ligt van ca. 20 cm. Dit wijst erop dat er geen kelder/kruipruimte onder de vloer van het bedrijfspand. De verstoring ter plekke van de bebouwing zal daarmee beperkt zijn tot de fundering.<br>Aangezien binnen het plangebied zowel erosie als verstoring beperkt zijn, kan de hoge verwachtingswaarde zoals die voor het gebied eerder is vastgesteld niet naar beneden worden bijgesteld. Dit houdt in dat een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven (IVO-P) zal moeten worden uitgevoerd teneinde met zekerheid te bepalen of er archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn en zo ja, wat de aard, omvang, datering en intactheid hiervan is.</p>
创建时间:
2009-02-06
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务