five

Kruiningen – Zandweg 3A. Gemeente Reimerswaal

收藏
DANS Data Station Archaeology2017-03-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z9F-5X2M
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens werd in het archeologisch bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Er kon samengevat gesteld worden dat binnen het plangebied één landschappelijke eenheid voorkomt die de archeologische verwachting domineert, namelijk Afzettingen van Duinkerke II (Laagpakket van Walcheren). Over intactheid van top van het dekzand is niets bekend, maar de verwachting is dat dit niveau aan erosie onderhevig is geweest. Zodoende geldt op de gemeentelijk Maatregelen kaart Laag 4 geen verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit de Vroege prehistorie tot en met het Midden-Neolithicum. Voor het niveau van het Laagpakket van Wormer (Laat-Neolithicum) gold een middelhoge verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen. Voor de Bronstijd gold een lage verwachting vanwege de afwezigheid van vindplaatsen in het veen in de regio. Voor IJzertijd en Romeinse Tijd , niveau top van het Hollandveen Laagpakket, gold een hoge verwachting. Voor de Vroege Middeleeuwen gold, vanwege de afwezigheid van vindplaatsen in de regio, een lage verwachting. Voor de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd gold een middelhoge verwachting vanwege de relatief lage ligging in het toenmalige landschap en het ontbreken van cartografische referenties (vanaf de 16de eeuw). Tijdens het verkennende veldonderzoek werd het opgestelde verwachtingsmodel middels 5 boringen (tot maximaal 3 meter beneden maaiveld) getoetst. Hierbij dient opgemerkt dat dit veldonderzoek gericht was op het toetsen van de (geologische) verwachting en niet op het opsporen van eventuele vindplaatsen. Op basis van de resultaten van het booronderzoek kon het verwachtingsmodel bijgesteld worden. De verwachting voor het niveau pleistoceen dekzand (Laagpakket van Wierden) kon vanwege de grote diepteligging van eventueel nog intact aanwezige afzettingen niet getoetst worden. Uit het booronderzoek blijkt dat het Laagpakket van Wormer (oude zeeklei) gelegen is op een diepte vanaf 2,96 meter –NAP (2,35 meter beneden maaiveld) en intact aanwezig is. De top van dit laagpakket vertoond een egaal verloop zonder duidelijke verhogingen. Gezien de intactheid van dit niveau kan de verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit Laat-Neolithicum middelhoog blijven. Het Hollandveen Laagpakket is binnen het plangebied gelegen op een diepte vanaf 2,26 meter beneden –NAP (1,80 beneden maaiveld) en nergens intact aangetroffen. Van het oorspronkelijke veen resteert 0,10 tot 0,75 meter. Het veen is in het midden van het plangebied doorsneden door een geul en daarbuiten afgegraven in de Late Middeleeuwen (veenontginning/ moernering). De onderzijde is nog wel intact, waarmee de verwachting voor de Bronstijd ongewijzigd kan blijven (lage verwachting). Aangezien de oorspronkelijk top niet meer intact is, vervalt binnen het plangebied de verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit de IJzertijd en Romeinse Tijd. Het Laagpakket van Walcheren is deels verstoord als gevolg van de ontginning van het veen, waarbij dit pakket is afgegraven om het onderliggende veen te bereiken. Midden door het plangebied bestaan de afzettingen van dit laagpakket uit geulafzettingen, afkomstig van een geul die voor of na het afgraven van het veen is ontstaan. Buiten de geul zijn moerneringskuilen herkenbaar als heterogene, verstoorde vullingen van afgegraven en teruggeworpen sedimenten. Boven deze vulling en de geulafzettingen is sprake van een jonger pakket afzettingen die vermoedelijk afgezet zijn bij de overstromingen van de stormvloed in 1953. Archeologische indicatoren die kunnen wijzen op de aanwezigheid van vindplaatsen zijn bij het veldonderzoek niet aangetroffen. Op basis van deze gegevens geldt voor het niveau van het Laagpakket van Walcheren een lage verwachting voor de Vroege en Late Middeleeuwen en voor de Nieuwe Tijd.Mogelijk aanwezige vindplaatsen uit de Vroege Middeleeuwen zullen bij het ontginnen van het veen zijn afgegraven. Daar komt bij dat in deze periode en eveneens in de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd vanwege het natte karakter van het toenmalige landschap de locatie ongunstig was voor bewoning. Ook na de bedijking van de regio in de 13de eeuw ligt het plangebied namelijk in relatief laag gelegen komgebied ten opzichte van de kreekrug waarop Kruiningen is gesticht.</p>
提供机构:
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
创建时间:
2017-01-06
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务