Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Doggersvaart 27 te Den Helder, gemeente Den Helder
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zew-jrtf
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf voor de voormalige beheerderswoning van de jeugdgevangenis en bijbehorende gronden aan Doggersvaart 27 te Den Helder een KNA conform archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterende fase) verricht (zie Afbeelding 1 en Bijlage 1). De oppervlakte van het onderzoeksgebied (incl. de voormalige beheerderswoning) bedraagt 8.075 m². Het plangebied is kadastraal bekend als H 2833 en H 4567. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de geplande verkoop van het object.Op de archeologische waardenkaart van de gemeente Den Helder ligt het plangebied in een zone waarbij rekening gehouden moet worden met archeologische waarden bij bodemingrepen van minstens 50 m2 en 3 meter diepte of minstens 5.000 m2 en 1 meter diepte. Er zijn nog geen bodemingrepen bekend, omdat het perceel verkocht zal gaan worden. Het onderzoek kan beschouwd te worden als een risico inventarisatie op archeologische waarden.Onderhavig onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat op verzoek van het Rijksvastgoedbedrijf in overleg met gemeente Den Helder en Cultuurcompagnie NoordHolland aangevuld is met een veldonderzoek (karterende fase). Het conceptrapport en het selectieadvies zullen worden getoetst door het bevoegd gezag. Conclusie Door de ligging van het plangebied in het oorspronkelijke buitengebied (ten zuiden) van Den Helder en de minimale bodemingrepen en bouwfasen binnen het plangebied, wordt verwacht dat de oorspronkelijke bodemopbouw nog intact zal zijn. Deze bodem bestaat uit kalkhoudende vlakvaaggronden. Geomorfologisch gezien ligt het plangebied binnen een ingesloten strandvlakte. Eventuele oudere resten, uit het Laat-Paleolithicum, Mesolithicum, en Neolithicum bevinden zich onder de kleiige afzettingen en het (Holland)veen, in de top van het Pleistocene dekzand of op de strandvlakte. Deze bodemlaag bevindt zich naar verwachting echter dusdanig diep dat deze niet wordt aangetast door eventuele toekomstige bodemingrepen. Boven het dekzand is gedurende het warmere Holoceen (Holland)veen afgezet, waardoor bewoning in de Bronstijd minder plausibel wordt geacht. In de top van dit veen kunnen sporen van bewoning voorkomen uit de IJzertijd en Romeinse Tijd, mogelijk op een terp. Middeleeuwse sporen kunnen tevens in de top van dit veen of in het zand hierboven aanwezig zijn. Het booronderzoek van RAAP toonde bovendien aan dat er (mogelijk uit deze periode) in een deel van het plangebied een antropogeen pakket aanwezig is. Bovendien werden, weliswaar met twijfelachtige herkomst, direct ten noorden van het plangebied scherven Karolingisch aardewerk aangetroffen. Tot slot kunnen sporen uit de Moderne Tijd, zoals de fundamenten van de schuurtjes uit de 19de eeuw in het noordwestelijk deel van het plangebied direct onder het maaiveld aangetroffen worden.Resultaten veldonderzoek In het plangebied is sprake van een recente bouwvoor die op een diepte van 45-80 cm-mv overgaat in schelprijke zandafzettingen die gevormd zijn in een waddengebied en behoren tot het Laagpakket van Walcheren, Formatie van Naaldwijk. Op een diepte tussen 100 cmmv en 130 cm-mv gaan dit Laagpakket over in kwelderafzettingen behorend tot het Laagpakket van Walcheren, Formatie van Naaldwijk. Vanuit de zuidoostelijke hoek van het plangebied komt onder dit Laagpakket Hollandveen van de Formatie van Nieuwkoop vertand voor (zie afbeelding 14). Deze opbouw strekt zich in een punt naar het noordwesten van het plangebied uit. Ten noorden van deze zone komen onder het Laagpakket van Walcheren kwelderafzettingen voor van fijn gelaagde mariene afzettingen van zand en klei, terwijl ten zuidoosten van deze zone vanaf 130 cm-mv geulafzettingen, behorend tot het Laagpakket van Walcheren, voorkomen die in de zuidoostelijke hoek van het plangebied nog worden afgedekt door kwelderafzettingen.In alle boringen is de natuurlijke ondergrond enigszins verstoord door de subrecent opgebrachte bouwvoor. Hoewel niet precies duidelijk is hoeveel de bodem precies verstoord is, is de verwachting dat dit gering is met een maximale (lokale) verstoring tot 1,0 m-mv. Het onaangetaste zandpakket van het Laagpakket van Walcheren begint veelal al op 70 cm-mv. Onder het Hollandveen is in boring 6 op een diepte van 175 cm-mv een botfragment van een niet nader te definiëren vogelsoort aangetroffen die kan duiden op menselijke activiteit binnen het plangebied. De natte omstandigheden waaronder de sedimenten in deze laag zijn gevormd (waddengebied) doet vermoeden dat menselijke activiteit in het gebied beperkt bleef tot jacht en ander seizoensgebonden (tijdelijke) activiteiten.Aan de hand van de karterende boringen is vastgesteld dat de bodem in het plangebied vanaf een diepte van 70 cm-mv grotendeels intact is. Vanaf het maaiveld is sprake van een opgehoogde bouwvoor met daaronder matig grof tot grof zand met hele schelpen en schelpfragmenten behorend tot het Laagpakket van Walcheren, Formatie van Nieuwkoop. Op een diepte tussen 100 cm-mv en 130 cm-mv gaan dit Laagpakket over in kwelderafzettingen behorend tot het Laagpakket van Walcheren, Formatie van Naaldwijk. Vanuit de zuidoostelijke hoek van het plangebied komt onder dit Laagpakket Hollandveen van de Formatie van Nieuwkoop voor (zie afbeelding 14). Deze opbouw strekt zich in een punt naar het noordwesten van het plangebied uit. Ten noorden van deze zone komen onder het Laagpakket van Walcheren kwelderafzettingen voor, terwijl ten zuidoosten van deze zone vanaf 130 cm-mv geulafzettingen, behorend tot het Laagpakket van Walcheren, voorkomen die in de zuidoostelijke hoek van het plangebied nog worden afgedekt door kwelderafzettingen.Onder het Hollandveen is in boring 6 een archeologische indicator aangetroffen (vogelbotje) die mogelijk wijst op de aanwezigheid van vindplaatsen langs de voormalige getijdengeul in het plangebied. Aan de hand van het promotieonderzoek van dr. P. Vos kan een indicatie gegeven worden van de periode waarin de geul actief was. Het Zijpe systeem ligt ten westen van het plangebied en was actief van 700 tot 1300 n. Chr. (zie afbeelding 15). Dit geeft een datering voor de activiteit van de geul vanaf de Midden-IJzertijd tot en met de Middeleeuwen.Selectieadvies Wij adviseren daarom om het plangebied vrij te stellen van verder archeologisch onderzoek indien toekomstige bodemgrepen zich beperken tot 30 cm boven de geulafzettingen van het Zijpe systeem. De dieptes waarop de top van de geulafzettingen zijn aangetroffen variëren van 120 cm-mv in boring 13 tot 190 cm-mv in boring 1. Een uitzondering vormt boring 10 waarbij de geulafzettingen al op 90 cm-mv zijn aangetroffen. De gemiddelde diepte waarop de top van de geulafzettingen zijn aangetroffen bedraagt 130 cm-mv. Indien rekening gehouden wordt met een bufferzone van 30 cm komt dit overeen met een maximale toegestane verstoringsdiepte diepte van 100 cm-mv in het plangebied. Met name het centrale deel van het gebied (de rode lijn in afbeelding 14) dient te worden ontzien, aangezien de trefkans op vindplaatsen hier het grootst is.
创建时间:
2024-01-31



