Karnheuvelsestraat 16 te Est, gemeente West Betuwe
收藏DANS Data Station Archaeology2020-03-11 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X73-EU5U
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in april 2018 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Karnheuvelsestraat 16 te Est, gemeente West Betuwe. De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing en aansluitend de nieuwbouw van woningen.<br>Op basis van het bureauonderzoek is het plangebied gelegen op de stroomrug van Est. Op de bedding- en oeverafzettingen werden, op grond van de ontstaansgeschiedenis van deze stroomgordel, archeologische resten uit de IJzertijd en de Romeinse tijd verwacht. Op basis van archeologische waarnemingen in en nabij het plangebied dient met name rekening te worden gehouden met archeologische resten uit de Romeinse tijd. Zo werd op basis van een oppervlaktekartering en een booronderzoek een vindplaats vermoed, die zich deels binnen de begrenzing van het plangebied bevindt. Verder is tijdens een proefsleuvenonderzoek, dat direct ten oosten en westen van het plangebied is uitgevoerd, een restgeul aangetroffen met daarin vondstlagen uit de Romeinse tijd. Gezien de oriëntatie van deze geul zijn dergelijke lagen ook in het centrale deel van het plangebied aan te treffen. Ten zuiden van de restgeul heeft het proefsleuvenonderzoek bewoningssporen uit de Romeinse tijd aangetoond.<br>Op basis van eerdere onderzoeken in en in de omgeving van het plangebied, bevindt het archeologisch sporenniveau zich op ca. 20 cm –mv (3,2 m +NAP). De vondstlaag is als gevolg van deze ondiepe ligging niet meer intact. Hoewel tijdens het eerdere onderzoek alleen bewoningssporen ten zuiden van de restgeul zijn aangetroffen, kunnen deze ten noorden hiervan niet uitgesloten worden.<br>Op grond van de ligging op de stroomrug van Est kunnen in theorie ook resten uit latere perioden aanwezig zijn. Gezien de sterke afname van de bevolking in de Tielerwaard in de Vroege Middeleeuwen lijkt de kans hierop klein. Op basis van het geraadpleegde kaartmateriaal kende het plangebied tot in de 20e eeuw een agrarisch gebruik. De kans op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd lijkt daarom eveneens gering te zijn.<br>Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij is in het noorden van het plangebied matig grof beddingzand aangetroffen, dat toe te schrijven is aan de stroomgordel van Est. In het overige deel van het plangebied is een gelaagd pakket sterk siltige tot zandige, humeuze klei met plantenresten aangetroffen. Dit pakket betreft vermoedelijk restgeulafzettingen van dezelfde stroomgordel. In dit deel zijn geen beddingafzettingen aangetroffen binnen de maximale boordiepte van 2 m –mv. In de helft van de boringen is boven de restgeul- of beddingafzettingen een 15 tot 55 cm dikke laag sterk siltig zand of uiterst siltige tot zwak zandige klei aangetroffen. Dit zijn oeverafzettingen, vermoedelijk eveneens van de Est stroomgordel. De top van de oeverafzettingen is antropogeen verstoord.<br>De bodem is deels verstoord is als gevolg van de voormalige bebouwing met kassen. In de meeste boringen reikt deze verstoring tot een diepte van 70 à 100 cm –mv. De bovenste ca. 35 cm van het bodemprofiel vormen de recente bouwvoor. In boring 2 zijn op 35 cm –mv intacte oeverafzettingen aangetroffen. In boring 3 is op dezelfde diepte een mogelijke vegetatiehorizont, met hierin baksteen- of leemspikkels, aangetroffen en bevinden de intacte oeverafzettingen zich op 50 cm – mv. Ter hoogte van de boring 2 en 3 kunnen op basis hiervan archeologische resten verwacht worden vanaf 35 cm –mv (3,1 m +NAP). In het overige deel van het plangebied zullen archeologische resten, met uitzondering van diepe sporen, grotendeels verloren zijn gegaan.<br>Eventueel diepere sporen kunnen in deze zone voorkomen vanaf 70 tot 100 cm –mv (2,4 tot 2,7 m +NAP).<br>In het noordoosten van het plangebied worden archeologische resten verwacht vanaf 35 cm –mv en in het overige deel van het plangebied vanaf 70 cm -mv. In de Handreiking Archeologievriendelijk Bouwen van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed wordt geadviseerd om bij behoud in situ een bufferzone te hanteren van 30 cm. Conform deze handreiking adviseert ADC ArcheoProjecten om bij bodemingrepen binnen deze bufferzone (5 tot 35 cm –mv in het 6 noordoosten en 40 tot 70 cm –mv in het overige deel van het plangebied) tijdens de graafwerkzaamheden in een archeologische begeleiding te voorzien. De archeologische begeleiding dient hetzelfde doel als een inventariserend veldonderzoek door middel van het aanleggen van proefsleuven (AB/IVO-P). Dit betekent dat indien bij de civiele werkzaamheden toch vondsten of archeologische sporen worden aangetroffen, deze worden geregistreerd en gedocumenteerd.</p>
提供机构:
ADC Archeoprojecten
创建时间:
2020-02-04



