five

Gemeenten Moerdijk, Drimmelen, Breda en Zundert . Plangebied Windenergie A16 zone

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xwh-qk25
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van Provincie Noord-Brabant heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en verkennend inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen uitgevoerd in het plangebied Windenergie A16 zone. Het betreft een 28-tal deelgebieden langs de A16, globaal gelegen tussen de Moerdijkbrug en de grens met België (industrieterrein Hazeldonk). De deelgebieden zijn onder te verdelen in vier clusters. Van noord naar zuid betreft het de clusters ‘Klaverpolder’ (negen deelgebieden), Zonzeel/Nieuwveer (acht deelgebieden), Galder (drie deelgebieden) en Hazeldonk/Zundert (acht deelgebieden).Aanleiding voor het onderzoek is het plan om ter plaatse van de 28 deellocaties windmolens te plaatsen. In een zone van circa 1 km langs de A16 zullen in totaal 28 windmolens worden geplaatst. Op basis van de eerder uitgevoerde MER is besloten om rondom de 28 windmolens een verkennend archeologisch booronderzoek uit te laten voeren. De aanleg van de windmolens zal gepaard gaan met ontgravingen. De diepte van de ontgravingen zal ter plaatse van de windmolens tot maximaal 3,5 m onder maaiveld reiken. Binnen deze reikwijdte kunnen zich archeologisch relevante bodemniveaus bevinden, die als gevolg van de werkzaamheden gevaar lopen vernietigd te worden. Op basis van het bureauonderzoek is voor de deelgebieden binnen cluster Klaverpolder geen reden af te wijken van de verwachtingen zoals weergegeven op de gemeentelijke verwachtingskaarten. Zo worden ter plaatse van de deelgebieden A-1 t/m A-3 en A-6 t/m A-8 geen vindplaatsen verwacht binnen de maximale boordiepte van 4 m-mv (lage verwachting). Aan deelgebied A-4 is een middelhoge verwachting toegekend op het aantreffen van vindplaatsen, gerelateerd aan de aanwezigheid van een kreekrug. Ook aan delen van de deelgebieden A-5 en A-9 is om dezelfde reden een middelhoge verwachting toegekend, al is aan de delen buiten de kreekrug een lage verwachting toegekend.Aan de deelgebieden B-1 en B-5 t/m B-8 is een middelhoge verwachting toegekend op het voorkomen van vindplaatsen. Aan de deelgebieden B-2, B-3 en deels ook aan deelgebied B-4 is een hoge verwachting toegekend op het voorkomen van vindplaatsen.Aan de deelgebieden D-1 t/m D-3 is zowel een lage, middelhoge als hoge verwachting toegekend. Ter plaatse van de deelgebieden D-2 en D-3 is dit gebaseerd op de hoogteligging van het gebied waarbij de hoger gelegen delen een hoge dan wel middelhoge verwachting toegekend hebben gekregen en de laag gelegen natte delen een lage verwachting. Ter plaatse van deelgebied D-1 is op basis van de ligging van dit deelgebied in een beekdal een lage verwachting toegekend.Aan de deelgebieden E-1, E-6, E-7 en E-8 is op basis van de ligging van deze gebieden in een beekdal een lage verwachting toegekend op het voorkomen van vindplaatsen. Aan deelgebied E-2 wordt op basis van de mogelijkheid dat dit terrein verstoord is geraakt bij het bouwrijp maken, een lage tot middelhoge verwachting toegekend. Aan deelgebied E-3 is een overwegend middelhoge tot hoge verwachting toegekend. Deelgebied E-4 is komen te vervallen, aangezien het reeds is onderzocht. Aan deelgebied E-5 is een middelhoge verwachting toegekend aangezien het grotendeels op een dekzandwelving lijkt te liggen. Op basis van de resultaten van het booronderzoek is aan alle negen deelgebieden ter plaatse van cluster Klaverpolder een lage verwachting toegekend op het voorkomen archeologische vindplaatsen. De verwachting is derhalve dat in geen van de negen deelgebieden in cluster Klaverpolder archeologische resten zullen worden bedreigd als gevolg van de geplande werkzaamheden voor de bouw van de windmolens. Vervolgonderzoek is hier niet noodzakelijk.Op basis van de resultaten van het booronderzoek ter plaatse van het cluster Zonzeel/Nieuwveer is aan (delen van) de deelgebieden B-1, B-2, B-4 en B-5 een hoge verwachting toegekend op het voorkomen van vindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum. Eventueel aanwezige steentijdvindplaatsen kunnen als gevolg van de werkzaamheden bij de bouw van de windmolens in deze deelgebieden verloren gaan. Derhalve dient ter plaatse van deze deellocaties alvorens wordt begonnen met bodemverstorende activiteiten vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Aan de overige deelgebieden is op basis van het booronderzoek een lage verwachting toegekend op het voorkomen archeologische vindplaatsen. De verwachting is derhalve dat in geen van de deelgebieden B-3, B-6, B-7 en B-8 archeologische resten zullen worden bedreigd als gevolg van de geplande werkzaamheden voor de bouw van de windmolens. Vervolgonderzoek is ter plaatse van deze deelgebieden niet noodzakelijk. Op basis van de resultaten van het booronderzoek ter plaatse van het cluster Galder is aan delen van de deelgebieden D-2 en D-3 een middelhoge verwachting toegekend op het voorkomen van vindplaatsen uit de periode late steentijd – heden. Eventueel aanwezige vindplaatsen kunnen als gevolg van de werkzaamheden bij de bouw van de windmolens ter plaatse van deze deelgebieden verloren gaan. Derhalve dient ter plaatse van deze deellocaties alvorens wordt begonnen met bodemverstorende activiteiten vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Aan deelgebied D-1 en de lager gelegen delen van deelgebieden D-2 en D-3 is een lage verwachting toegekend op het voorkomen archeologische vindplaatsen. De verwachting is derhalve dat hiergeen archeologische resten zullen worden bedreigd als gevolg van de geplande werkzaamheden voor de bouw van de windmolens. Vervolgonderzoek is ter plaatse van (delen van) deze deelgebieden niet noodzakelijk. Op basis van de resultaten van het booronderzoek ter plaatse van het cluster Galder is aan delen van de deelgebieden E-3 en E-5 een middelhoge tot hoge verwachting toegekend op het voorkomen van vindplaatsen uit de periode late steentijd – heden. Eventueel aanwezige vindplaatsen kunnen als gevolg van de werkzaamheden bij de bouw van de windmolens ter plaatse van deze deelgebieden verloren gaan. Derhalve dient ter plaatse van deze deellocaties alvorens wordt begonnen met bodemverstorende activiteiten vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Aan de deelgebieden E-1, E-2, E-6, E-7, E-8 en de lager gelegen delen van de deelgebieden E-3 en E-5 is een lage verwachting toegekend op het voorkomen archeologische vindplaatsen. De verwachting is derhalve dat in geen van (delen van) deze deelgebieden archeologische resten zullen worden bedreigd als gevolg van de geplande werkzaamheden voor de bouw van de windmolens. Vervolgonderzoek is ter plaatse van deze deelgebieden niet noodzakelijk.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务