Transect-rapport 2948: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Well, Slijkwellsestraat 20a-c. Gemeente Maasdriel (GD).
收藏DANS Data Station Archaeology2021-03-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZW9-DXBC
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In september 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Slijkwellsestraat 20a-c in Well (gemeente Maasdriel). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld.</p><p>Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied van oudsher in het stroomgebied van de Maas heeft gelegen. Het ligt hierbij op de stroomrug van de Hedel-Wordragen stroomgordel, die tussen 2500 en 100 v.Chr. actief was (het Laat-Neolithicum B tot de Late-IJzertijd). De stroomgordel heeft ervoor gezorgd dat oudere afzettingen geërodeerd zijn. Op basis hiervan geldt een lage verwachting voor de periode Paleolithicum tot en met Laat-Neolithicum A. </p><p>De oeverwallen van de Hedel-Wordragen stroomgordel hebben vanaf het Laat-Neolithicum B gunstige locaties gevormd voor bewoning, door hun hogere ligging in het landschap. Op basis van het bureauonderzoek gold hierop een middelhoge verwachting voor de periode Laat-Neolithicum B tot en met de Late-Middeleeuwen. Middels het booronderzoek is deze verwachting deels bevestigd. Hierbij is in het hele plangebied op een diepte van 1,8-1,9 m +NAP (ofwel 70-140 cm -Mv) een vegetatieniveau aangetroffen binnen een pakket komafzettingen, die bovenop oeverafzettingen zijn afgezet. Dit niveau is geïnterpreteerd als het oude loopvlak uit de periode Neolithicum tot en met Romeinse tijd. Het wordt afgedekt met een laag komafzettingen en opgebrachte, humeuze grond. Gezien de rijping en het voorkomen van roestvlekken heeft het vegetatieniveau droog in het landschap gelegen en was het geschikt voor bewoning. In dit niveau bevinden zich mogelijk nederzettingsresten of aan landgebruik gerelateerde resten uit de periode Laat-Neolithicum B tot Late-Middeleeuwen. De verwachting hierop is aan de hand van het booronderzoek hoog.</p><p>Doordat aan de hand van het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN, versie 3) een mogelijke terp was af te leiden in het westelijk deel van het plangebied, is hier een hoge verwachting vastgesteld voor de Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Deze gescheiden verwachting, aan de hand van het bureauonderzoek, is weergegeven op kaart in bijlage 11. Theoretisch gezien kan de terp dateren in de 12e eeuw, de periode dat het gebied bedijkt is en de omgeving ontgonnen is. Hier zijn dus nederzettingsresten te verwachten uit de periode Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Ten oosten van de terp werden op basis van het bureauonderzoek gerelateerde resten verwacht, van bijvoorbeeld erfgerelateerde activiteiten of landinrichting. Bij het booronderzoek is op de plaats van de terp vanaf 50 cm -Mv een ophooglaag aangetroffen, die mogelijk met een terp samenhangt. De ophooglaag reikte tot een diepte van maximaal 120 cm -Mv. Op basis hiermee blijft voor het westen van het plangebied de hoge archeologische verwachting voor de Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd gehandhaafd. In het oostelijk deel van het plangebied bevinden zich overslagafzettingen. Deze liggen erosief op de komafzettingen. Hier is een lage verwachting voor de Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2021-01-11



