Aanvullend archeologisch vooronderzoek in het kader van een leidingentracé tussen Zonnepark Flevokust en de Maxima-centrale ter hoogte van Flevokust Haven, Oostelijk Flevoland, gemeente Lelystad
收藏DANS Data Station Archaeology2019-12-15 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZHZ-QQGA
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Engie heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende en karterende boringen uitgevoerd voor een plangebied in de gemeente Lelystad. Engie is betrokken bij het project Zonnepark Flevokust te Lelystad. Bij de Maxima-centrale zal ter hoogte van het buitengaats gelegen Flevokust Haven aan de landzijde een zonnepark worden gerealiseerd (afbeelding 1). Onderdeel van de ingrepen bestaat uit de aanleg van een leidingentracé van het zonnepark naar de centrale (afbeelding 2; kaart 1). Voor de aanleg van het tracé zal er gebruik gemaakt worden van gestuurde boringen en van open ontgravingen. De open ontgravingen krijgen een diepte van ca. 90 cm -mv en een breedte van ca. 60 cm.</p><p>Voorafgaand aan de ingrepen dient in kaart te worden gebracht welke archeologische waarden mogelijk in het geding zijn. Hiertoe is reeds een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Vestigia rapport V1664). Op basis van dit bureauonderzoek is geadviseerd om op de locaties waar het leidingentracé middels open ontgravingen wordt aangelegd in het noordelijke deel van het tracé (een zone met een middelhoge of hoge archeologische verwachting) een vervolgonderzoek in de vorm van een inventariserend booronderzoek uit te voeren. In het noordelijkste deel van het plangebied kan sprake zijn van sporen van bewoning uit het Neolithicum (Swifterbantcultuur) op de oeverwallen van een kreek die relatief hoog gelegen is ten opzicht van het oude polderniveau. Deze sporen kunnen zich bevinden op een diepte van 1,0 tot 1,5 m onder het poldermaaiveld (uitgaande van 4,5 m -NAP). Voor het zuidelijk deel van het tracé, binnen het gebied dat wordt begrensd door de Forellentocht, geldt een lage archeologisch verwachting. Voor dit gebied is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Het onderhavige inventariserend veldonderzoek heeft alleen betrekking op het noordelijke deel van het plangebied tot aan de IJsselmeerdijk. </p><p>Om de archeologische verwachting te toetsen is op 7 september 2018 een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende en karterende boringen uitgevoerd. In de ondergrond zijn getijdeafzettingen op veraard veen aangetroffen. Binnen de boringen zijn geen cultuurlagen of kenmerken van bodemvorming aangetroffen. Gezien de aangetroffen verstoringen binnen het plangebied, het ontbreken van archeologische indicatoren in de boringen (zoals aardewerk, vuursteen of houtskool), en de aangetroffen landschappelijke situatie in relatie tot de diepte van de geplande verstoringen (ca. 90 cm -mv), kan worden gesteld dat de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats zeer klein is.</p><p>Advies<br>Op basis van de resultaten van dit aanvullende archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende en karterende boringen wordt de kans dat bij de aanleg van het leidingentracé binnen het onderhavige onderzoeksgebied een intacte archeologische vindplaats wordt geschaad zeer klein geacht. Derhalve adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen.</p><p>Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Lelystad, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces (wel/geen vervolg, en zo ja, in welke vorm).</p><p>Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Lelystad, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.</p>
创建时间:
2019-01-31



