five

Transect-rapport 1613 Almere, Initiatiefnemers Brummer Paradijsvogelweg, Oosterwold Gemeente Almere (FL) Inventariserend Veldonderzoek (IVO; fase 1 en 2)

收藏
DANS Data Station Archaeology2018-02-18 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XV6-2C59
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In december 2017 en februari 2018 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in enkele plangebieden aan de Paradijsvogelweg in Almere-Hout (gemeente Almere). De aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning, die de bouw van woningen op die plaatsen in het gebied mogelijk moet maken. De voorgenomen werkzaamheden gaan gepaard met bodemingrepen, waardoor de oorspronkelijke bodemlagen en hiermee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. </p><p>Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: <br>• In het plangebied bevindt zich in het westen een zwakke dekzandwelving die in oostelijke richting afloopt naar een laagte. Er zijn in de top van het dekzand in het westelijk deel sporen van bodemvorming aanwezig. Deze bodemvorming bestaat uit podzolering (te herkennen aan de aanwezigheid van A- en B-horizonten, boringen 11 en 13). Archeologisch gezien zijn deze plekken intact te beschouwen. Het overige deel, ter plaatse van boringen 12, 14, 15 en 16, is dit niet het geval. Hier heeft verspoeling van de top van het dekzand plaatsgevonden (door het bestaan van natte, aquatische omstandigheden). Ook ontbreken er sporen van bodemvorming. <br>• Gezien de diepteligging is het dekzand in het plangebied tussen circa 5.300 en 5.000 v. Chr. verdronken. Dit betekent dat in de top van het dekzand archeologische waarden aanwezig kunnen zijn die uit de periode van het Mesolithicum tot en met het begin van het Neolithicum dateren. <br>• Er zijn in het plangebied Oude Getijdenafzettingen aangetroffen, maar deze zijn ongerijpt en vermoedelijk als overstromings- en/of geulafzetting tot stand gekomen. Ook zijn er geen sporen van rijping of bodemvorming in aanwezig. Hiermee is de verwachting dat de afzetting te nat en ongeschikt is voor bewoning. <br>• Tijdens het karterend onderzoek zijn in de top van het pleistoceen zand op kavel I626 en I642 vondsten aangetroffen. De vondsten maken mogelijk deel uit van een vindplaats op deze kavels, die mogelijk samenhangen met de zwakke dekzandwelving in het oostelijk deel van het plangebied. Aan de hand van het vondstmateriaal (bewerkt vuursteen, verkoolde hazelnootdoppen) in combinatie met de gegevens van de verdrinkingscurve van Makaske (2003) dateert deze vindplaats in het Laat-Mesolithicum (circa 5.000 v. Chr.). Wat de exacte aard, omvang, conservering en de archeologische betekenis (behoudenswaardigheid) van deze resten is, is onduidelijk. Er zijn immers ook sporen van verspoeling waargenomen die mogelijk de mate van conservering van de vindplaats hebben beïnvloed. Om de behoudenswaardigheid van de vindplaats vast te stellen is een waarderend onderzoek (fase 3) nodig.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2018-02-19
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务