Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Loostraat 1a te Loo Gemeente Duiven
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zu9-nb5w
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving, een archeologisch bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd aan de Loostraat 1a te Loo. Aanleiding voor het onderzoek is de nieuw geplande agrarische bedrijfsbebouwing op het bestaande erf. Het bestaande erf is tevens het plangebied. Het totale oppervlak aan nieuwe bebouwing op nog niet geroerde gronden betreft 1.005 m². Dit gebied is het onderzoeksgebied. De exacte verstoringsdiepte van de bebouwing is bij het opstellen van deze rapportage nog onbekend, maar bereikt een diepte van meer dan 50 cm-mv als gevolg van het principe ‘vorstvrije aanleg van de fundering’. De planontwikkeling bevindt zich in het stadium van aanvraag van de omgevingsvergunning. Volgens het Bestemmingsplan van de gemeente Duiven ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachtingswaarde 3. Gemeentelijk beleid is dat onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen groter dan 500 m² en dieper dan 0,5 meter.Het plangebied overschrijdt de vrijstellingsgrens voor onderzoek en daarom is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het KNA conforme bureauonderzoek en het veldonderzoek (karterende fase) zijn uitgevoerd door Hamaland Advies. Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periodes Laat-Paleolithicum, Mesolithicum en Neolithicum en de periodes Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. In 1735 is het westelijk deel van het plangebied gedeeltelijk bebouwd en na 1958 is in het gehele noordelijke deel van het plangebied, bebouwing gerealiseerd. Ter toetsing van de bodemopbouw en de archeologische verwachting is daarom een inventariserend veldonderzoek (karterende fase) uitgevoerd.Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied bestaat uit een poldervaaggrond, bestaande uit zware klei en zavel. Tot op een diepte van 70 cm-mv is sprake van subrecent opgebrachte puinhoudende grondlagen. Daaronder is een oude akkerlaag aangetroffen. De top van de natuurlijke afzettingen (rivierklei van de Formatie van Echteld) is omgewerkt (verploegd) tot op een maximale diepte van 140 cm-mv. Daaronder is sprake van een natuurlijk profielverloop zonder sporen van menselijk handelen. Tot op een diepte van 3m-mv is geen Pleistoceen zand van de Formatie van Kreftenheye aangetroffen. Het bodemprofiel in het plangebied kan globaal worden beschreven als een graszode, op een bouwvoor of ophooglaag (Ap1-horizont), op een oude akkerlaag (A1-horizont). De onderliggende natuurlijke bodem is voor een deel verploegd, resulterend in een A/C-horizont. Hieronder volgt de natuurlijke bodem (C-horizont, jonge rivierklei).In geen van de boringen is een intacte cultuurlaag en/of een archeologische indicator aangetroffen. Wel is sprake van een oorspronkelijke akkerlaag, maar door het ontbreken van archeologische indicatoren in deze laag kan er geen uitspraak gedaan worden over de ouderdom van deze laag. Omdat de akkerlaag zich direct onder de subrecente ophoging bevindt, mag er vanuit gegaan worden dat de akkerlaag niet ouder is dan de 18e of 19e eeuw. Omdat in de boringen het pleistocene dekzand niet is bereikt, kan er geen uitspraak worden gedaan over de verwachting voor de periodes Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum. De funderingsdiepte van de geplande nieuwbouw is naar verwachting maximaal 80 cm-mv. Door de fundering namelijk op ca. 0,80 m-mv aan te leggen zal de in de grond indringende vorst, geen (vorst)schade kunnen aanrichten. De boringen zijn tot maximaal 3 m-mv gezet. Geconcludeerd wordt dat er geen relevante archeologische niveaus worden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen.Op basis van de onderzoeksinspanning wordt geconcludeerd dat er geen reden meer is om nog archeologische waarden in het onderzoeksgebied te verwachten. De aangetroffen bodem tot op de maximale boordiepte bestaat uit jonge rivierklei die niet erg geschikt was voor permanente menselijke bewoning, tot de bedijking in de 11e eeuw. Ook voor de periode na de bedijking zijn er geen aanwijzingen aangetroffen dat er sprake is van menselijke bewoning in het plangebied. Hierdoor wordt de verwachting voor het onderzoeksgebied voor de periode Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd naar laag bijgesteld. Hoewel de geplande verstoringsdiepte dieper is dan de recente verstoring die op ca. 70 cm - mv is aangetroffen (met uitschieters tussen 40 en 130 cm beneden maaiveld), zijn er geen restanten aangetroffen van de bebouwing (zoals funderingen, erfverhardingen, cultuurlagen) die is aangegeven op de kadastrale kaart van 1811-1832 en de kaart van 1735. De oudste sporen betreffen sporen van landgebruik uit de 18e of de 19e eeuw (akkerbouw).Selectieadvies Tijdens het booronderzoek is aangetoond dat er geen relevante archeologische waarden in het plangebied te verwachten zijn. Er zijn geen intacte vindplaatsen, cultuurlagen of archeologisch relevante indicatoren aangetroffen. De kans dat de voorgenomen graafwerkzaamheden een bedreiging vormen voor het archeologische bodemarchief is verwaarloosbaar. Hamaland Advies adviseert daarom om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te laten voeren en de hoge archeologische waarde op de beleidsadvieskaart aan te passen in ‘laag’.Voorbehoud Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Duiven), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Selectiebesluit Het bevoegd gezag, de gemeente Duiven en diens adviseur, de Regionaal Archeoloog van Regio Arnhem (drs. L. Smole bij afwezigheid van drs. J. Habraken), heeft de resultaten van het bureauonderzoek en het veldonderzoek getoetst op 29 februari 2016. De opmerkingen zijn verwerkt in dit definitieve rapport.De resultaten en aanbevelingen uit dit definitieve rapport dienen te worden onderschreven door het bevoegd gezag, gemeente Duiven (dhr. M. Reijnen) en diens adviseur, de Regionaal Archeoloog van Regio Arnhem (drs. J. Habraken). Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Duiven.
创建时间:
2024-01-31



