five

Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek; De Mattelier te Groenlo in de gemeente Oost Gelre

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-02-19 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XTM-JX6Q
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting Uit de landschappelijke ligging, op de overgang van een relatief hoog gelegen terrasrest naar een beekdal, blijkt dat het plangebied vanaf het Laat-Paleolithicum een gunstige nederzettingslocatie heeft gevormd. Op basis van het ontbreken van aanwijzingen voor (tijdelijke) bewoning in de directe omgeving van het plangebied, wordt de kan op aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum - Romeinse tijd echter slechts middelhoog geacht. Voor de periode Middeleeuwen - Nieuwe tijd geldt, op basis van de bekende archeologische waarden, een hoge verwachting. Archeologische resten ouder dan de Late Middeleeuwen worden verwacht onder de antropogene ophogingslagen, in de top van het dekzand. Resten uit de periode Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd worden verwacht in de antropogene ophogingslagen.</p><p>Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit het booronderzoek blijkt dat ter plaatse van de tuin sprake is van een grotendeels intact bodemprofiel. Dit bodemprofiel bestaat uit dekzand, met in de top een restant van een veldpodzolprofiel, afgedekt met een dik (circa 1,1 m) antropogeen eerddek. De stratigrafie van het eerddek lijkt intact te zijn en in de basis zijn indicatoren aangetroffen daterend uit de periodes 1300 - 1500 n. Chr. en 1400 - 1600 n. Chr. De basis van het eerddek ligt op circa 24,0 m +NAP.</p><p>Conclusie Binnen het plangebied is sprake van aanzienlijke bodemverstoringen als gevolg van aanleg van de bestaande bebouwing. Ter plaatse van de bestaande kelders wordt verwacht dat de bodem dermate diep verstoord is, dat hier geen intacte archeologische resten meer verwacht worden (op diepe grondsporen zoals waterputten na). Ter plaatse van de te slopen bebouwing aan de noordwestelijke en noordoostelijke delen van het plangebied is de basis van de fundering aangelegd op 1,6 (en plaatselijk 0,75) m -peil, waarbij peil de begane grondvloer betreft. Boring 3 is gezet op een niveau van circa 1 decimeter boven het niveau van de begane grondvloer, op basis waarvan wordt ingeschat dat het peil zich op circa 25,5 m +NAP bevindt. Hieruit valt af te leiden dat onder de bestaande fundering het bodemprofiel verstoord zal zijn tot circa 23,9 m +NAP. Op basis van de bodemopbouw in de boringen 1 en 3 kan op basis daarvan gesteld worden dat de funderingen zijn aangelegd op of onder de basis van het antropogene eerddek,in (de top van) het podzolprofiel. Aangezien het diepst gelegen (leesbare) archeologische sporenniveau zich zal bevinden in de BC- of C-horizont, mag verwacht worden dat dit niveau nog grotendeels intact is. Hoger gelegen niveaus, die zich in het eerddek hebben bevonden, zullen ter plaatse van de bestaande funderingen grotendeels verloren zijn gegaan bij aanleg van de bebouwing. Buiten de bebouwing, en ter plaatse van het ondiep (0,75 m -peil) gefundeerde delen van de bestaande bebouwing, kunnen deze nog grotendeels intact zijn. De geplande ingreep bestaat uit sloop van een deel van de bestaande bebouwing, waarna (deels onderkelderde nieuwbouw zal worden gerealiseerd in de noordoostelijke en centraal noordelijke delen van het plangebied. Zowel bij sloop van de bestaande bebouwing en bij de realisatie van de nieuwbouw bestaat op basis van bovenstaande gegevens de kans dat archeologische waarden verloren gaan.</p><p>Selectieadvies Econsultancy adviseert om het plangebied nader te onderzoeken door middel van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P karterende en waarderende fase). Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden na sloop van de bovengrondse delen van de te slopen bebouwing en het verwijderen van de begane grondvloer, maar voorafgaand aan het verwijderen van de funderingen. De funderingen ter plaatse van de aan te leggen proefsleuven dienen dan tijdens het archeologisch onderzoek verwijderd te worden. Tijdens het onderzoek dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van meerdere archeologische niveaus, waarbij archeologische resten uit de Nieuwe tijd in het eerddek te verwachten zijn, resten uit de Late Middeleeuwen in de basis van en onder het eerddek en resten ouder dan de Late Middeleeuwen onder het eerddek in de top van het dekzand. Als alternatief voor het proefsleuvenonderzoek kan gekozen worden voor een archeologische begeleiding van het verwijderen van de ondergrondse bouwdelen, waarbij strategie voor de sloop wordt aangepast om het archeologisch onderzoek mogelijk te maken. Voorafgaand aan het uit te voeren proefsleuvenonderzoek, of de archeologische begeleiding, dient een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen opgesteld te worden.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-02-20
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务