Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek – verkennende fase aan de Hoge Akkers te Spijk, Gemeente Eemsdelta (GR) Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek – verkennende fase aan de Hoge Akkers te Spijk, Gemeente Eemsdelta (GR)
收藏DANS Data Station Archaeology2022-09-19 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2ZH-NJYN
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in mei 2022 een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Hoge Akkers te Spijk. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom vervangende woningbouw.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied ligt op een kwelderrug die vanaf het begin van de jaartelling bewoonbaar kan zijn geweest. Direct ten noorden van het plangebied heeft zich op deze kwelderrug de wierde van Spijk ontwikkeld. Onderzoeken op de wierde hebben tot op heden bewoning aangetoond die teruggaat tot in de volle middeleeuwen. Wierdelagen zijn in boringen aangetroffen tot 1,5 m -NAP. Eventuele wierdelagen kunnen doorlopen tot in de noordzijde van het plangebied. De natuurlijke top van de kwelderrug kan in het hele plangebied verwacht worden. Op basis van oude kaarten kan verwacht worden dat het middendeel van het terrein tussen 1918 en 1950 is afgegraven. De huidige hoge ligging van het maaiveld ter plaatse van de bebouwing kan een aanwijzing zijn dat het terrein vervolgens weer is opgehoogd, alvorens het werd bebouwd. Eventuele archeologische lagen kunnen worden geroerd bij de vervangende nieuwbouw van de woningen, derhalve was het van belang om te weten of zich nog archeologische lagen in het plangebied bevonden en zo ja, op welke diepte?<br>Het verkennend booronderzoek heeft tot doel de bodemopbouw te bepalen en eventuele kansrijke archeologische niveaus te onderscheiden. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied zeven verkennende boringen gezet.<br>Bij het verkennend booronderzoek zijn geroerde bodemlagen aangetroffen die scherp overgaan in schone kwelderafzettingen. Wierdelagen ontbreken. De geroerde lagen hebben een dikte variërend van 80 tot 145 cm en gaan tussen 0 en 0,45 m +NAP scherp over in lichtgrijze, kalkhoudende kwelderafzettingen. De noordzijde van het plangebied lijkt niet afgegraven te zijn. Hier worden archeologische resten verwacht vanaf 50 cm -mv. In het overige deel van het terrein is alleen in boring 5 op 1,25 m -mv (0,45 m +NAP) een matig humeuze, donkergrijze kalkloze laag aangetroffen, geïnterpreteerd als een oud maaiveld. In de overige boringen gaan opgebrachte lagen scherp over in schone kwelderafzettingen. Dit deel van het plangebied krijgt derhalve een lage archeologische verwachting. Vanaf 125 cm -mv zouden nog diepere grondsporen aanwezig kunnen zijn, waaronder een waterbodem behorende bij de gedempte vijver.<br>Het wordt aangeraden om de hoge archeologische verwachting voor de noordzijde te behouden. Voor het overige deel van het plangebied wordt aangeraden om de archeologische verwachting bij te stellen naar laag.<br>Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek in het zuidelijk deel van het plangebied uit te voeren en dit deel van plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.<br>Voor toekomstige werkzaamheden in de noordzijde dient rekening te worden gehouden met archeologisch onderzoek bij ingrepen dieper dan 30 cm -mv.<br>De rapportage is beoordeeld door mevr. N. van der Mei van het Libau en de bevindingen van het onderzoek zijn overgenomen (e-mail 22-08-2022 aan dhr. D. Van Ommeren, gemeente Eemshaven.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
创建时间:
2022-01-01



