five

Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (3377.001) Jan Kokweg 2 te Wildervank

收藏
DANS Data Station Archaeology2017-06-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2Z7-EYHX
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting<br>Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied alleen een hoge verwachting voor het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum en een middelhoge verwachting voor de periode Laat-Neolithicum. Het plangebied ligt namelijk in het gebied van de veenkoloniën (veenkoloniale vlakte) binnen het Hunzedal. Voordat hoogveen ging vormen had het plangebied een ligging op de noordwestflank van een ZW-NO gerichte dekzandrug, op de overgang naar een ten noordwesten gelegen dekzandvlakte met waarschijnlijk in het laagste deel een beekdal. Het reeds ontgonnen veen is vermoedelijk pas gevormd rond het Midden-Subboreaal (ongeveer rond 2750 voor Chr.). Hierdoor zal het plangebied vanaf het Laat-Paleolithicum t/m het Neolithicum geschikt zijn geweest voor bewoning ((tijdelijke) bewoning, Jagers en Verzamelaars, Vroege-Landbouwers), voordat de vorming van hoogveen plaatsvond. Daarna zal het plangebied steeds minder geschikt zijn geworden vanwege toenemende hoge grondwaterstanden, gepaard gaande met uitbreiding van het hoogveen vanuit de lager gelegen vlaktes naar de hoger gelegen dekzandruggen en -koppen. Voor de perioden vanaf de Bronstijd wordt de kans op het aantreffen van archeologische resten laag geacht. Indien tijdens/na de vorming van het hoogveen toch bewoning heeft plaatsgevonden zullen sporen hiervan door de ontginning ervan niet meer aanwezig zijn of in een verstoorde context voorkomen. De veengebieden rond Veendam en Wildervank zijn vanaf het midden van de 17e eeuw ontgonnen. Historische bewoningssporen van na de veenontginning wordt op basis van het geraadpleegde historisch kaartmateriaal niet verwacht binnen het plangebied.</p><p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de natuurlijke bodemopbouw in de oorspronkelijke top van de dekzandafzettingen binnen het gehele plangebied volledig verstoord is. Verstoringen reiken tot een gemiddelde diepte van circa 120 cm -mv, waarbij het in de top van de dekzandafzettingen gevormde veldpodzolprofiel volledig kapot geploegd is. Daarmee is ook het archeologisch sporen- en vondstniveau verstoord in de top van de dekzandafzettingen.</p><p>Conclusie<br>Voor het plangebied wordt geconcludeerd dat de hoge verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en de middelhoge verwachting voor de periode Neolithicum bijgesteld dient te worden naar een lage verwachting. Er is geen aanleiding meer om archeologische waarden in situ aan te treffen.</p><p>Advies<br>Op grond van de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. De natuurlijke bodemopbouw, en daarmee het archeologisch sporen- en vondstniveau in de top van de dekzandafzettingen, is binnen het gehele plangebied volledig verstoord.</p><p>Econsultancy wil de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Veendam) die vervolgens een selectiebesluit neemt.</p><p>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Veendam hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2017-04-25
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务