five

Gemeente Tilburg. Plangebied Udenhoutseweg te Udenhout. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). BAAC Rapport V-18.0156

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-z37-y77n
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van Triborgh Gebiedsontwikkeling heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied Udenhoutseweg te Udenhout. Aanleiding voor het onderzoek is het plan nieuwe woningen te realiseren. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van het Zuid-Nederlandse dekzandgebied. Dit landschap bestond van nature uit een afwisseling van dekzandruggen, dekzandvlaktes, beekdalen en vennetjes. Het dekzandgebied kent een lange bewoningsgeschiedenis, waarvan de eerste sporen teruggaan tot de laatste ijstijd (laat-paleolithicum B). Het plangebied lag aan het begin van de 19e eeuw deel in een groot akkergebied dat werd doorsneden door een aantal waterlopen en een netwerk van wegen. De zones rond de waterlopen, zoals de Leij, waren in gebruik als weiland. Een zijtak van de Leij werd ter hoogte van het plangebied begeleid door een weg, de huidige Zeshoevenstraat. Langs deze weg bevonden zich ter hoogte van het plangebied enkele boerderijen. Vanaf de Zeshoevenstraat liep langs het westelijke deel een pad dat bekend stond als het Voetpad van Enschot naar Udenhout (de huidige Udenhoutseweg). Hier bevonden zich ter hoogte van het plangebied enkele huisjes van dagloners. De bebouwing van Udenhout bevond zich ten noorden van het plangebied. Het plangebied zelf was onbebouwd.Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het gehele plangebied een lage tot middelhoge verwachting voor archeologische waarden uit de steentijd (vuursteen), een hoge verwachting voor waarden uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen en een lage verwachting voor waarden uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd. Wel blijft er een verwachting bestaan voor ontginningsresten uit deze periode.Uit het booronderzoek is gebleken dat de geologische en bodemkundige situatie ter plaatse van het plangebied deze verwachting slechts ten dele onderbouwd. De bodem is ter plaatse van circa de helft van de boringen verstoord. In slechts twee boringen is een B-horizont aangetroffen. De aanwezigheid van een oude akkerlaag in een aantal boringen is tevens noemenswaardig, ondanks het feit dat deze door een gebrek aan archeologische indicatoren niet met zekerheid is te dateren. Hier is de hoge verwachting gehandhaafd. Daaromheen bevindt de C-horizont zich direct onder het humeuze dek. Als gevolg hiervan kan worden geconcludeerd dat de kans op intacte laat-paleolithische, mesolithische en neolitische vindplaatsen hier gering is. Dit geldt eveneens voor in situ archeologische vondsten als aardewerkscherven en/of intacte ondiepe sporen uit latere perioden. Het is echter niet mogelijk om na te gaan tot welke diepte de bodem hier exact is verstoord. Het kan derhalve niet worden uitgesloten dat zich hier nog diepe sporen bevinden behorende tot een vindplaats uit de periode neolithicum – middeleeuwen. Derhalve is ook voor deze delen de hoge verwachting gehandhaafd. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek zijn terreinen met een hoge en middelhoge verwachting aangewezen. Indien binnen deze gebieden bodemverstorende activiteiten zullen worden uitgevoerd, waarbij de archeologisch relevante bodemlaag bedreigd wordt, dient een vervolgonderzoek plaats te vinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务