Archeologische begeleiding saneringswerkzaamheden Vinckebuurt Wilhelminakade te Uithoorn
收藏DANS Data Station Archaeology2018-08-16 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZVP-G4W7
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In de periode augustus tot en met september 2015 en eind januari 2017 heeft Antea Group archeologisch veldwerk uitgevoerd in opdracht van BDP ontwikkeling. In het kader van een sanering en geplande nieuwbouw in het plangebied Vinckebuurt aan de Wilheminakade te Uithoorn heeft een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden plaatsgevonden. </p><p>Het plangebied ligt in de gemeente Uithoorn, in een zone met een hoge en middelhoge archeologische verwachting op de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Uithoorn. Deze verwachting is middels een dubbelbestemming ‘waarde archeologie’ in het vigerende bestemmingsplan opgenomen. Door de sanering en de nieuwbouw wordt de ondergrond geroerd. </p><p>Resultaten veldwerk<br>Tijdens de archeologische begeleiding volgde uit de (beperkte) ontgrtavingsdiepte dat met name de bovenste bodemlagen zijn onderzocht. Alleen op een beperkt aantal plaatsen werd het archeologisch sporenvlak bereikt en dan ook conform PvE gedocumenteerd. Voor het grootste deel bestaat de bodemopbouw uit geroerde ophogingspakketten van zand of zandige klei met veel resten van bakstenen, mortel, aardewerk, modern afval zoals beton bakstenen bestrating, plastic, rioleringsbuizen, etc. De datering van deze bodemlagen is daarmee twintigste eeuws.<br>Het muurwerk dat is aangetroffen tijdens de verschillende fasen van begeleiding betreft een vrij groot gebouw dat waarschijnlijk in de loop van de tijd verder naar achter is uitgebreid. De buitenmuren en de centrale muur in het midden van het gebouw in de verschillende werkputten hebben allen spaarbogen en liggen deels in elkaars verlengde. <br>Hoewel de archeologische werkputten niet gelijktijdig open hebben gelegen en delen tussen de werkputten niet gesaneerd werden en/of muren deels verdwenen zijn is het aannemelijk dat het gebouw in haar oudste fase alleen uit de muurresten bestond die in werkput 1 zijn aangetroffen. Waarschijnlijk is het vrij snel naar achter uitgebreid. Argument voor deze ontwikkeling is dat de buitenmuur (Spoor 56) aan de straatzijde verspringt ten opzichte van een andere muur (Spoor 58). Daarbij heeft muur (Spoor 58) aan de zijde van de kelder (Spoor 55) in werkput 1 een poer. Verder zijn de muren van de uitbreiding dikker, namelijk tweeënhalf steens. </p><p>Conclusie<br>Op basis van hetgeen in de veldfase is aangetroffen kan gesteld worden dat er geen archeologische sporen zijn aangetroffen die met zekerheid dateren van voor de vastlegging aan het begin van de negentiende eeuw op de eerste kadastrale minuut. Daarmee geeft het archeologisch geen aanvulling op ons beeld van de bewonings- en ontginningsgeschiedenis van het plangebied. Ten positieve betekent dat ook dat indien hier wel archeologische resten van in de ondergrond bewaard zijn dat deze niet zijn geraakt bij de herontwikkeling van het plangebied en dat deze in situ bewaard zijn gebleven.</p><p>Daar waar de archeologische begeleiding het oorspronkelijk bebouwingslint langs de dijk aangesneden heeft, is daadwerkelijk ook muurwerk aangetroffen maar het waargenomen muurwerk bleek tijdens documentatie zo vaak wijzigingen (reparatie/verbouw etc.) te hebben ondergaan dat geen van de muurwerken meer met zekerheid aan de zeventiende eeuw of eerder konden worden toegewezen. Het lijkt daarmee gelegitimeerd om te vooronderstellen dat de in de begeleiding waargenomen muurwerken mogelijk een uit de nieuwe tijd stammen, maar dat deze geïncorporeerd zijn in de recentere bebouwing. Dit wordt onderschreven door de dateringen van het aangetroffen vondstmateriaal. <br>Het aardewerk dateert vanaf de vroege nieuwe tijd tot en met zeer recent en is door elkaar heen aangetroffen in verschillende lagen tussen het muurwerk. Daarmee gaat het feitelijk om contextloos vondstmateriaal. Van archeologische sporen van percelering (zoals sloten en/of greppels), die vooraf gaan aan de bebouwing zijn geen resten aangetroffen.</p><p>Advies<br>Met de archeologische begeleiding heeft de opdrachtgever gekozen voor een behoud ex situ van de aanwezige archeologische resten die beschadigd werden bij de herontwikkeling. Daarmee wordt ook voor een behoud in situ gekozen van eventueel dieper aanwezige resten en resten die buiten die delen van het plangebied liggen waar bodemingrepen zijn uitgevoerd. De geplande ontwikkeling kan dan ook doorgang vinden zonder verder archeologisch onderzoek.</p>
提供机构:
Antea Group
创建时间:
2018-08-07



